
Sportkranten creëren ‘Duivelse’ tweedracht.
Terwijl België de afgelopen decennia evolueerde naar een federale staat met gemeenschappen en gewesten, bleven onze Rode Duivels voetballen binnen de krijtlijnen van een verenigd België. Als de nationale ploeg voetbalt, dan zijn we plots allemaal Belg – als we winnen tenminste. Verliezen we echter, dan vervalt ons landje in communautaire discussies en polemieken. Sportkranten dragen bij aan die sportieve tweedracht, dat blijkt uit onderzoek van Koen Colpaert aan Universiteit Gent. Hij onderzocht de kranten Le Soir en Het Nieuwsblad tussen 1920 en 2008 en stelde vast dat hun voetbalverslaggeving de communautaire controverse opzoekt.
Augustus 2007, België is te klein: Vincent Kompany beweert in een interview dat de Rode Duivels verdeeld zijn in Vlamingen en Walen. Mei 2009, bondscoach René Vandereycken voelt zich bij zijn ontslag onheus behandeld door de Waalse pers. Een Franstalige coach zou nooit zo fel zijn aangepakt, aldus de coach. Enkele weken terug is de eentaligheid van nieuw bondscoach Dick Advocaat voer voor discussies in de kranten – de tweetalige hulpcoach Marc Wilmots geldt dan maar als Franstalig zoethoudertje. Sinds wanneer kennen de Rode Duivels deze communautaire problemen ? Is dit van alle tijden ? En wie creëert die polemiek ? Als België splitst, splitsen de Rode Duivels dan ook ?
Om deze vragen te kunnen beantwoorden, keert het onderzoek van Colpaert terug naar de wortels van het Belgische voetbal. Het was de Franstalige elite die eind 19e eeuw de eerste voetbalclubs oprichtte in België. Wanneer in 1912 de Union belge des Sociétés de Football-association (de voorloper van de huidige KBVB) werd opgericht, was dit een eentalig Franse bond. In de jaren ’20 trok echter een democratiseringsgolf door het voetbal en kende de sport een ongeziene populariteit. De Rode Duivels hadden dan ook net Olympisch goud gewonnen in Antwerpen. Deze overwinning gaf het voetbal een enorme populariteitsboost waardoor in de jaren ’20 verschillende Vlaamse voetbalclubs ontstonden. Toen, ondanks herhaalde protesten, de bond eentalig Frans bleef, gaf dit in 1929 aanleiding tot de oprichting van een Vlaamsche Voetbalbond (VVB). Een lang leven was deze VVB niet beschoren, maar de communautaire bal was alvast aan het rollen gegaan.
Als gevolg van de verschillende staatshervormingen bestonden de meeste sportbonden tegen eind jaren ’70 uit een Vlaamse en een Waalse afdeling. Het onderzoek van Colpaert stelt vast dat de KBVB als één van de weinige bonden unitair bleef. Eind 2008 werd toch een vzw Vlaamse Voetballiga opgericht, onder de vleugels van de KBVB, met als voornaamste reden gemeenschapssubsidies los te weken. Hoedanook, ondanks een splitsing van de meeste sportbonden en schuchtere stappen in de richting van een Vlaamse en Waalse voetballiga, juichen we vandaag nog steeds voor elf Belgen – genaturaliseerd of niet. Als de Rode Duivels winnen, zingen we de Brabançonne, halen we de driekleur vanonder het stof, mogen onze nationale helden op audiëntie bij de Koning en krijgen ze bezoek van de Eerste Minister.
Net die Brabançonne, de Belgische driekleur en de audiënties bij Koning en nationale regering spelen een cruciale rol, aldus Colpaert. Als unitaire symbolen slagen zij er reeds meer dan 88 jaar in om verzoenend op te treden onder de koepel van een Belgische identiteit. Zo slagen deze nationale symbolen er in om ons te doen vergeten aan welke kant van de taalgrens we wonen. Wanneer ze heel nadrukkelijk aanwezig zijn, dan spreken we over ‘soccer nationalism’: een collectief gevoel van nationale trots dat ontstaat bij glorieuze momenten. Denk aan de huldiging van onze nationale helden op een uitzinnige Brusselse Grote Markt vol Belgische vlaggen in 1986, nadat we vierde waren geëindigd tijdens het WK in Mexico. Of beeld u de Oranjekoorts van onze voetbalgekke Noorderburen in, schoolvoorbeelden van ‘soccer nationalism’.
Colpaert ging dit ‘soccer nationalism’ na in Het Nieuwsblad en Le Soir tussen 1920 en 2008. Dergelijk ambitieus bronnenonderzoek, gecombineerd met bovenstaande theoretische insteek, kent geen voorgaande in het Nederlands taalgebied. Bovendien – en daarop wordt academisch onderzoek nu eenmaal afgerekend – kan Colpaert opmerkelijke resultaten voorleggen. Hij komt tot de eigenaardige vaststelling dat sportkranten subnationale identiteiten net gaan benadrukken, ook bij glorieuze overwinningen. Deze vaststelling staat in contrast met de gangbare betekenis van ‘soccer nationalism’, dat de Waalse en Vlaamse subidentiteiten normaal doet verdwijnen. Het Waalse en Vlaamse perslandschap speelt hier een opmerkelijke rol. Sportkranten slagen er in ‘verbeelde gemeenschappen’ te creëren; zowel Le Soir als Het Nieuwsblad schilderen het ander landsdeel af als een tegenpool, een “Ander”. Uit het gevoerde onderzoek blijkt dus dat België buitenspel staat in de gebruikelijke betekenis van ‘soccer nationalism’. Glorieuze overwinningen herinneren ons in het geval van de Rode Duivels net aan taalgrenzen, gewesten en andere faciliteiten.
Vlaamse Leeuwen vs. Waalse Hanen ?
Volgens Colpaert speelt de invloed van de verschillende staatshervormingen sinds de jaren ’70 een grote rol. Parallel met deze staatshervormingen verschijnen in Le Soir en Het Nieuwsblad voor het eerst artikels waarin spelers worden betiteld met het prefix ‘Waals’, ‘Vlaams’ of ‘flandrien’. Vanaf begin jaren ’80 lijkt het gebruikelijk te zijn om spelers te benoemen met hun Gemeenschapsoorsprong. Voetballers zijn niet langer “de Prins van het Astridpark”, of “onze boer uit Loppem”, maar “de Waalse verdediger” of zelfs “de Leeuw van Vlaanderen”. Tot op heden werd dergelijk taalgebruik enkel geassocieerd met wielerflamingantisme dat in het interbellum welig tierde. Het spreekt dan ook voor zich dat deze markante onderzoeksresultaten stof doen opwaaien bij Belgische sporthistoriografen.
Moeten we vrezen dat binnenkort ook de Rode Duivels worden gesplitst ? De voetbalfans onder u hoeven zich nog geen zorgen te maken, dat beweert alvast onderzoeker Koen Colpaert. “Het feit dat de nationale voetbalploeg nog steeds bestaat, wijst er op dat deze de verschillende politieke veranderingen kon overleven. Zolang andere nationale symbolen zoals het Koningshuis, de Brabançonne en de Belgische driekleur blijven bestaan, overleeft ook onze voetbalploeg nog eventjes.” Supporteren voor elf Vlaamse Leeuwen of Waalse Hanen is dus niet meteen aan de orde. Gelukkig maar, want wat te doen met Vincent Kompany, Brusselaar en perfect tweetalig ?
Lees meer over
Scriptie vzw • Rozenweg 4b • 1731 Zellik (België) • T. (+ 32)2 463 59 20 • e-mail: info (at) scriptieprijs.be disclaimer















