“Beperk gebruik mobiele media in bed”

Scriptie

Jongvolwassenen die eenmaal in bed nog naar hun smartphone, tablet of andere media grijpen, stellen hun slaap vaak uit. Dat merkte Daphne Roskams, master in de communicatiewetenschappen (KU Leuven), althans in haar onderzoek bij 300 jongvolwassenen.

Smartphone in bed
CC Alexander Rentsch

De televisie baande zich eerder al een weg naar vele slaapkamers, maar de opkomst van mobiele media (laptop, smartphones en tablets) bracht de schermen zelfs tot in het bed. In haar masterproef onderzocht Roskams de rol van avondlijk mediagebruik in het slaapgedrag van jongvolwassenen. Ze bevroeg 310 Vlaamse 18- tot 25-jarigen (studenten, werkenden en werkzoekenden) over hun bedtijd, het tijdstip waarop ze naar bed gaan, en hun slaaptijd, het tijdstip waarop ze effectief gaan slapen. 

47 minuten 
Het verschil tussen de bed- en de slaaptijd is best groot te noemen bij haar respondenten: gemiddeld bleken ze tijdens de week pas 47 minuten nadat ze in hun bed kropen te gaan slapen. “Die 47 minuten tussen de bed- en slaaptijd vullen ze bijna volledig in met mediagebruik”, stelt Roskams. Zo bekenden de respondenten dagelijks gemiddeld nog 40 minuten met media in bed bezig te zijn alvorens te slapen. 

Uitstelgedrag 
Het mediagebruik in bed speelt volgens Roskams dus een duidelijke rol in het uitstellen van de slaaptijd. Maar zorgen media er ook voor dat mensen al later in bed kruipen? De respondenten in Roskams studie gaven alvast aan ook hun bedtijd vaak uit te stellen, maar media blijken daarin niet bepalend. “Ook al gaven de ondervraagden aan gemiddeld twee uur aan media te spenderen voor ze in bed kruipen, konden we toch geen duidelijk verband afleiden tussen het uitstellen van de bedtijd en het gebruik van media. Ook respondenten die minder media gebruiken alvorens in bed te kruipen, stelden die bedtijd trouwens vaak uit”, stelt Roskams. Dat blijkt bijvoorbeeld wanneer ze inzoomt op de studenten in haar onderzoek. “De studenten die op kot zitten, gebruiken ’s avonds minder media vergeleken met studenten die thuis wonen. Dat komt vermoedelijk doordat studenten op kot vaker ’s avonds afspreken met vrienden dan studenten die pendelen. Beide groepen stellen echter even vaak hun bedtijd uit. Eens ze hun bed opzoeken zien we trouwens weinig verschil tussen het mediagebruik van kotstudenten en niet-kotstudenten.”

Zelfcontrole
Is het op tijd gaan slapen toch niet vooral een zaak van zelfcontrole? Daar is Roskams het niet helemaal mee eens. “We merkten in ons onderzoek wel dat mensen met een hoge zelfcontrole vroeger in bed gaan kruipen en zo dus hun slaap initieel niet gaan uitstellen. Maar zodra ze in bed liggen blijken ze vaak alsnog naar media te grijpen en daardoor hun slaap toch uit te stellen... Eigenlijk is zelfcontrole zoals een spier”, stelt Roskams. “Net als een spier vereist zelfcontrole kracht en energie om handelingen uit te voeren. En net als een spier vermoeid raakt na een aanhoudende inspanning, kan ook zelfcontrole worden uitgeput wanneer er over een lange tijd zelfbeheersing wordt geëist. Maar net als een spier kan zelfcontrole getraind worden om het sterker te maken. Wie dus voldoende oefent, kan een ijzeren discipline kweken om het gebruik van media voor het slapengaan te beperken. En dat is belangrijk want een tekort aan slaap kan heel wat fysieke en mentale gezondheidsproblemen veroorzaken”, besluit Roskams.

Dit artikel verscheen in Metro. 

 

Metro-artikel