De scriptie van Sara Van Boxstael (Radio 1)

Artikel

Sara Van Boxstael ken je als presentatrice van De Ochtend op Radio 1, waar ze met collega Bert Reymen vakkundig duiding geeft bij de actualiteit. De VRT is als sinds ze in 1999 afstudeerde haar werkgever. In die 14 jaar verhuisde ze wel van zender: na 8 jaar als nieuwspresentatrice bij Studio Brussel ging ze de Radio 1-nieuwsredactie versterken. Wij vroegen de presentatrice uit over haar eindwerk, waar ze, het dient gezegd, geen al te goede herinneringen aan koestert. Het schrijven van een scriptie bleek een zware beproeving, maar die ervaring scherpte wel haar doorzettingsvermogen aan. Over de nood aan pingpongen met de promotor, onaangekondigde vakantie en die zware zomer.

Sara Van Boxstael Sara, welke diploma’s heb jij op zak?
Wel, ik ben licentiate in de Germaanse talen. Dat diploma behaalde ik via passages aan 2, of neen 3, universiteiten: ik deed mijn kandidatuur aan wat toen nog de KU Brussel was (nu HU Brussel, nvdr), trok voor mijn licenties naar de KU Leuven, met tussenin nog een Erasmus-uitstap van een half jaar in Oxford. Daarnaast heb ik ook een diploma van de UGent op zak: omdat ik meer wou vernemen over het bedrijfsleven, deed ik er in de Arteveldestad nog een extra jaar bedrijfscommunicatie bij. Een zeer fijn jaar, dat me uiteindelijk ook aan m’n job bij de VRT hielp. Ik zette hier m’n eerste pasjes tijdens mijn stage en van het één kwam het andere.        

Je studeerde dus in 4 verschillende studentensteden. Hoe liep dat?
De ervaring met de steden ging eigenlijk gelijk op met mijn evolutie als student. In Brussel was alles nieuw, ik moest me toen ook nog aanpassen aan de studies en de manier van lesgeven. De vrees voor die aanpassing maakte van mij een wel erg plichtsbewust student. In het 1e jaar beperkte ik me grotendeels tot studeren en heb ik dus weinig ontdekt. In het 2e jaar ging dat al veel beter en werden al wat vaker stappen in het Brusselse studentenleven gezet. In Leuven ontbolsterde ik dan tot een echte ‘student’: met een aantal vrienden richtte ik een studentenclub op en dompelde ik me volledig onder in het studentenleven.

Neigde jouw absentiegraad naar Herman Schueremans-normen toen je je eenmaal overgaf aan het studentenleven buiten de aula? 
Neen, ik bleef toch wel altijd zeer consciëntieus. Ik vond dat als ik tot ’s nachts kon uitgaan, ik ’s morgens ook wel in de les kon zitten. Of dat zo productief was, is een andere zaak. Achteraf bekeken, had ik beter wat meer uitgeslapen zodat ik iets frisser in de les kon zitten.

In je laatste jaar moest je dan werken aan het sluitstuk van je studentenloopbaan, de scriptie. Hoe ging dat? 
Aan de KU Brussel werd je eigenlijk van bij het prille begin voorbereid op de scriptie. Al vanaf de 1e kan moest ik veel werkjes maken. Een zeer goede manier om je te introduceren in verschillende kennisdomeinen en een literatuurstudie te leren uitvoeren. Alles werd ook in kleine groepen besproken, zeer leerrijk allemaal. Ik heb een hele goede ervaring opgedaan aan de KU Brussel. 

Toen ik naar Leuven ging was ik wel wat verbaasd over de ex cathedra manier van lesgeven. Ik denk zelf dat ik, indien ik in Leuven aan mijn kandidatuur zou zijn begonnen, ik heel snel mijn interesse zou hebben verloren. Die manier van lesgeven lag me duidelijk minder. Ik werkte veel liever in kleinere groepjes, zoals in Brussel, maar ook in Oxford. Daar werd voor elk vak op die manier gewerkt. Je kon er steeds met je tutor gaan praten om te bespreken hoe je werk vorderde.

In 1e licentie in Leuven moest ik dan een onderwerp kiezen voor mijn thesis. Ik vertrok in die periode echter naar Oxford en maakte een overhaaste keuze. Ik koos aanvankelijk voor de literatuur: ik zou een boek van Thomas Rosenboom bespreken, maar dat beviel me toch niet echt. Bij mijn terugkomst koos ik een ander onderwerp. Vermits ik een aantal keuzevakken binnen de culturele studies deed, besloot ik Arne Sierens zijn dramatisch werk te bestuderen.

Waar ging jouw werk dan precies over? 
De titel van mijn scriptie was: “Een onderzoek naar het kroniekgehalte in het dramatisch werk van Arne Sierens”. Sierens vertrok eigenlijk altijd van kleine verhalen: krantenartikels, verhalen die hij hoorde op café en verwerkte dat dan tot een groter dramatisch geheel. Dat ben ik gaan onderzoeken. Het schrijfproces verliep eigenlijk zeer moeizaam en dat had te maken met de keuze van m’n promotor. Ik heb me na mijn terugkeer uit Oxford niet genoeg bevraagd over wie zoal een goede begeleider was. Ik vind dat als je als prof aanvaardt om een student te begeleiden, je dat ook écht moet doen. Je moet weten in welke fase van het proces dat die student zit. Dat was bij mij niet het geval.

Ik koos er uiteindelijk voor om mijn werk in 2e zit in te dienen. Een moeilijke keuze, want toen mocht je jouw examens niet afleggen als je scriptie nog niet klaar was. Dus moest ik in 2e zit nog al mijn examens afleggen. Een zware zomer, dat kan ik je vertellen.  

Bovendien vond ik toen plots mijn promotor niet meer. Die bleek, zonder mij dat te zeggen, op vakantie te zijn vertrokken, uitgerekend in de finale fase waarin je toch wel wat feedback kan gebruiken. Bij zijn terugkomst uit vakantie midden augustus, vertelde hij me nog doodleuk dat ik mijn werk helemaal moest omgooien. Tja, dan schiet je wel in een kramp. Ik heb dat gedaan, maar veel zoden aan de dijk heeft dat niet meer gezet. Ik ben wel trots op mezelf dat ik dan die examenreeks goed heb afgewerkt en geslaagd was. Het komt er op zo’n moment op aan om door te zetten en je niet laten ontmoedigen.

Het schrijven van je scriptie verliep dus niet bepaald van het spreekwoordelijke leien dakje. Maar kan je nu, 15 jaar later, toch met enige tevredenheid terugblikken op je werk?
Mja, ik heb heel veel met Arne Sierens kunnen praten over mijn werk en dat hielp wel. Hij vond het op zich een goede scriptie, waar wel nog veel redactie op had moeten gebeuren. Het was allicht een veel betere scriptie geworden, indien ik had kunnen pingpongen met mijn promotor en beter begeleid was geweest. Maar ach, het was een heel fijn proces om mij te kunnen verdiepen in het werk van Arne Sierens en om met de man zelf te kunnen spreken.

Wat zou je dan anders aanpakken indien je opnieuw in je pen zou moeten kruipen?
Wel, je moet natuurlijk een onderwerp kiezen dat je erg interesseert, maar ik zou het nu misschien toch wat pragmatischer aanpakken: eerder dan voor de keuze van het hart te gaan, zou ik zoeken naar een combinatie tussen een boeiend onderwerp en een goede promotor.  Dus een betere balans tussen thema en begeleider.      

Heb je tot slot nog een gouden tip voor studenten die een scriptie moeten schrijven?
Je moet echt voor iets kiezen wat je heel erg interesseert. Zo wordt het ook een heel ‘natuurlijk’ proces: je gaat dingen opzoeken vanuit die interesse, omdat je altijd meer wil vernemen. En dat wens ik studenten ook toe: dat het een soort empirie wordt, dat je ergens aan begint en dat je gaandeweg dingen ontdekt, waarvan je aanvankelijk niet vermoedde dat ze erin zitten. Zo wordt het een fijn proces en misschien is dat proces belangrijker dan het resultaat. Maar daarvoor moet je een onderwerp kiezen dat je heel nieuwsgierig maakt.