‘Hoe ga je om met je buurjongen als die vorig jaar je moeder vermoordde?’

Scriptie

Dat ex-kindsoldaten in de gevangenis belanden, lijkt misschien logisch. Het zijn toch agressieve, getraumatiseerde jongeren? Maar klopt dit stereotype beeld wel? Yamina Marzougui trok naar Noord-Oeganda en ging er in gesprek met ex-kindsoldaten, verborgen achter tralies.

Artikel door Yamina Marzougui 
 

Liz St. Jean Photography (CC BY-ND 2.0)
Liz St. Jean Photography (CC BY-ND 2.0)


'Het misdrijf waarvan ik verdacht word, is gebaseerd op een leugen. Mensen in m’n gemeenschap beschuldigden mij omdat ik vroeger bij de rebellen leefde. Vandaag ben ik erg ongelukkig door de grote onzekerheid… Hoe lang zal ik hier nog opgesloten zitten?’

Jack is één van de vele Oegandese jongeren die ontvoerd werden door het Lord’s Resistance Army (LRA). Nu leeft hij reeds twee jaar in de gevangenis. Noord-Oeganda is getekend door een oorlog die de regio meer dan twintig jaar in de ban hield. De beruchte rebellenleider Joseph Kony zaaide er samen met zijn LRA terreur: diep in de nacht werden dorpen beroofd, huizen in brand gestoken en burgers genadeloos afgeslacht.

‘Enerzijds waren ze het slachtoffer van ontvoering, anderzijds waren ze als dader betrokken bij aanvallen tegen hun eigen gemeenschap.’

Op gewelddadige manier kidnapten ze tienduizenden jongeren die vervolgens gedwongen in hun rangen werden ingezet. Eens de jongeren na hun ontsnapping uit het LRA huiswaarts keerden, begon een zeer complex integratieproces: enerzijds waren ze het slachtoffer van ontvoering, anderzijds waren ze als dader betrokken bij aanvallen tegen hun eigen gemeenschap. De jongeren ondervonden dan ook heel wat moeilijkheden om opnieuw hun plek te vinden in de samenleving en een zinvol toekomstperspectief te creëren. Is het daarom dat een deel van hen terecht kwam in de gevangenis?

De Oegandese overheid schonk ex-kindsoldaten vergiffenis via de Amnesty Act, waardoor ze niet gerechtelijk vervolgd konden worden. Om te weten te komen wat dan wel de aanleiding was van hun detentie, ging ik in gesprek met twintig ex-kindsoldaten in de gevangenis van Lira, een stad in Noord-Oeganda. Hoe hebben zij hun integratieproces beleefd? Leggen ze een verband tussen hun verleden als kindsoldaat en hun opsluiting? Stemmen uit de gevangenis kwamen nog nooit aan bod in een onderzoek. Werd deze groep altijd verborgen gehouden omdat ze mogelijk een bewijs vormen van een falen van de hulpverlening? Kon hun detentie voorkomen worden?

Uit de verhalen blijkt dat het verlaten van de rebellengroep voor elk van de jongeren de start betekende van een lange weg met vallen en opstaan. Zo moesten ze zichzelf losrukken van hun label van kindsoldaat en terug aansluiting vinden bij de gemeenschap. Hulpverlening was aanwezig, maar bestond hoofdzakelijk uit kortstondige, individuele ondersteuning. Door het gros van de hulp eenzijdig te richten op de ex-kindsoldaten, werd heel wat frustratie gewekt bij de leden van de gemeenschap, die ook slachtoffers waren van de oorlog. Hadden zij dan geen nood aan ondersteuning? Bovendien werd nauwelijks aandacht besteed aan de manier waarop de ex-kindsoldaten en hun gemeenschap opnieuw met elkaar moesten leren samenleven. Hoe ga je om met je buurjongen die vorig jaar je moeder vermoordde?

‘Vandaag zijn wereldwijd honderdduizenden jongeren actief betrokken bij gewapende conflicten.’

De jongeren vertelden uitvoerig over hoe ze, vaak jarenlang, werden gestigmatiseerd. Dagelijks werden ze geconfronteerd met geroddel en verstoting. Bovendien kregen ze dikwijls de schuld van alles wat fout liep. Werd een fiets gestolen of een moord gepleegd, wees men hen al snel met de vinger.

Het feit dat deze jongeren in de gevangenis zitten, hoeft dus nog niet te betekenen dat ze überhaupt schuldig zijn aan het plegen een misdrijf. Het wankele rechtssysteem zorgt ervoor dat het mogelijk is dat mensen, vaak de meest kwetsbare, opgesloten worden zonder enige vorm van bewijs of proces. Des te belangrijker is de rol die de hulpverlening moet spelen in de aanpak van hardnekkige stigmatisatie. De verhalen tonen aan dat men zich niet exclusief mag richten op ex-kindsoldaten, maar veeleer de samenleving als holistisch geheel moet ondersteunen.