Klassiek rollenpatroon blijft aanwezig in Vlaams Parlement

Scriptie

Steeds meer vrouwen raken verkozen in het Vlaams Parlement. Maar daar belanden ze nog te vaak in zachte commissies, stelt master in de politieke wetenschappen Jonas De Smedt (UGent).

Het Vlaams parlement
De plenaire vergaderzaal van het Vlaams Parlement

In het Vlaamse parlement zetelen vandaag 44% vrouwen. Een mooi cijfer vergeleken met de eerste Vlaamse verkiezingen in 1995 toen slechts 19,3% vrouwen verkozen raakten. Toch geven die cijfers volgens De Smedt een onvolledig beeld.“Het onderzoek naar de vertegenwoordiging van vrouwen beperkt zich vaak tot het parlement. Maar het beleid wordt niet gemaakt tijdens de plenaire debatten. Het echte parlementaire werk gebeurt in de commissies. Het aantal vrouwen in de verschillende commissies zou weleens belangrijker kunnen zijn voor de wetgeving dan het aantal vrouwen in het parlement”. Om die reden zoomde De Smedt in zijn scriptie in op de genderverhoudingen in de parlementaire commissies en ging hij na hoe de commissieverdeling gebeurt. 

De Smedt bevroeg vrouwelijke parlementsleden uit 1995 en 2014 en sprak met fractievoorzitters uit dezelfde periode, waarbij hij in eerste instantie naging naar welke commissies de voorkeur van vrouwen uitging en of ze hun voorkeur ook kregen bij de commissieverdeling. Uit de enquête bleek dat vrouwen hun commissievoorkeur vooral op basis van persoonlijke interesse vormen. Daarbij opteren ze, meer dan vroeger, vaak voor zogenaamde zachte commissies (zoals onder andere gezondheid, gezin, onderwijs en cultuur). “Wel merkten we op dat meer vrouwen in een zachte commissie belanden dan dat ze er een voorkeur voor hadden”, aldus De Smedt. Dat komt volgens de onderzoeker omdat fractieleiders bij die commissieverdeling vooral rekening houden met anciënniteit, persoonlijke interesse, expertise en het politiek gewicht van hun parlementsleden en minder met gender. Die parameters zijn vaak in het voordeel van mannen, waarvan bovendien bekend is dat ze liever in harde commissies (zoals economie, financiën en mobiliteit) zetelen. Dat verklaart waarom vrouwen nog altijd meer in zachte comissies belanden.”

De Smedt nuanceert, maar problematiseert ook die haast ‘stereotiepe’ rolverdeling. “Dit betekent niet dat vrouwen minder belangrijke posten bekleden aangezien zachte commissies zeker even belangrijk zijn als harde domeinen. Maar het zorgt wel voor een onevenwicht in de verschillende thema’s, waardoor er nog steeds geen beleid gevoerd kan worden waar beide geslachten sterk aan meewerken. In een situatie van 40% vrouwelijke parlementsleden zouden ook in de verschillende commissies 40% vrouwen moeten zetelen.” De Smedt hoopt met zijn studie te voorkomen dat de discussie over de vertegenwoordiging van vrouwen tot een einde komt eens er 50% vrouwen in het Vlaams Parlement zetelen. “Je kan niet pleiten voor een Vlaams beleid met meer aandacht voor de beide geslachten zonder ervoor te zorgen dat beide geslachten bij die beleidsvorming in de commissies hun stempel kunnen drukken. Zo’n evenwicht zou niet alleen bijdragen tot een beter en democratischer beleid, maar kan ook helpen om de nog steeds bestaande stereotiepen rond genderverhoudingen verder te doorbreken.”

Dit artikel verscheen eerder in Metro

Metro-artikel