Over de kracht van de gekoloniseerde

Scriptie

Margot Luyckfasseel deed twee maanden veldwerk in het noordwesten van de Democratische Republiek Congo. Ze wil een complexer, adequater beeld van het koloniale verleden van België schetsen. ‘Koloniale interventies hebben een impact, maar de opgelegde situatie wordt niet zomaar passief aanvaard.’

Artikel door Margot Luyckfasseel 

© Margot Luyckfasseel
© Margot Luyckfasseel


Bij het begin van Leopolds kolonisatieproject, aan het einde van de negentiende eeuw, kwamen bevolkingsgroepen die langs de rivieren leefden als eerste in contact met Belgische gezanten. Zo ook de Ngbandi, die het gebied bevolkten rond de staatspost Banzyville.

Al snel bleek dat zij de onredelijke koloniale rubberhonger niet konden stillen, en dus werden ze bewapend om verder gelegen gebieden in te trekken en te beroven. Naburige bevolkingsgroepen, waaronder de Ngbaka, waren niet opgewassen tegen de technologische hoogstand van deze Europese wapens en vluchtten.

Tegen 1908 was de gruwelijke rubberpolitiek van Leopold II internationaal aangekaart, waardoor hij zijn privékolonie moest afstaan aan de Belgische staat. Deze laatste zette sterk in op het controleren en reguleren van de Congolese bevolking, en etniciteit was één van de parameters om dat te doen. De her en der verspreide Ngbaka waren bijgevolg een doorn in het oog van de Belgische autoriteiten.

In 1921 werd de ambtenaar René Pecheur aangeduid om de Ngbaka opnieuw te verenigen binnen één gebied. Al in 1928 diende hij echter zijn ontslag in, omdat hij compleet gedesillusioneerd was. Het Belgische ideaal van netjes afgebakende tribale entiteiten bleek mijlenver te liggen van de realiteit die hij bij de versnipperde Ngbaka aantrof. Zijn opvolger, Gaston Crabbeck, heeft Pecheurs taak echter verdergezet, waardoor we vandaag de dag alsnog over één Ngbaka-gebied kunnen spreken.

Magische potten

Voor veel Ngbaka was deze koloniale passage, van de Ngbandi-invallen tot de opgelegde verhuizingen onder Pecheur en Crabbeck, een traumatische ervaring. Anderen zijn de Belgische ambtenaren dan weer dankbaar omdat ze het regenwoud ontsloten hebben, wegen aangelegd hebben en zo voor ontwikkeling gezorgd hebben. Pele Ngamo uit Kalo vertelde me een verhaal dat de ambivalentie van de koloniale confrontatie duidelijk weerspiegelt:

Aanvankelijk was de Belgische staatspost voor het Ngbaka-gebied opgericht in Kalo, zo’n zesentwintig kilometer ten noorden van het huidige administratieve centrum in Gemena. Tijdens de vroege jaren 1920 werd de Belgische nederzetting in Kalo echter regelmatig geplaagd door blikseminslagen, waardoor vermoedelijk zelfs één van de ambtenaren omkwam. Volgens de Belgen, die de staatspost daarom naar Gemena verhuisd hebben, waren deze blikseminslagen te wijten aan de stenige ondergrond in Kalo. Volgens de bewoners van Kalo waren deze blikseminslagen echter veroorzaakt door Ngbaka-ouderlingen die de respectloze misdragingen van de Belgen meer dan beu waren. Straffen als boetes, zweepslagen en opsluiting voor de kleinste misstappen (zoals nachtlawaai) zouden schering en inslag zijn geweest.

‘Waar Afrikanen uit rurale gebieden vaak als slachtoffers van willekeur of negatie worden gezien, eigenen ze zich bewust hun situatie toe.’

Nadat de Belgen van Kalo naar Gemena getrokken waren, wilden de inwoners van Kalo er volgens Pele Ngamo voor zorgen dat zij nooit meer terugkeerden. Zij stelden daarom een oudere dame aan om de Belgen weg te houden. Deze vrouw installeerde aan het begin van de weg van Gemena naar Kalo twee magische potten in de grond, die de doorgang naar Kalo voor blanken moest blokkeren. Vandaag de dag blijkt echter dat deze potten te krachtig zijn en dat ze ontwikkeling door religieuze bewegingen en vzw’s tegenhouden. De vrouw is inmiddels echter overleden en de potten kunnen niet meer gevonden worden om ze weg te halen. Dit verklaart volgens de Ngbaka die langs de weg te noorden van Gemena wonen waarom hun gebied onderontwikkeld is. En effectief, langs alle vijf andere wegen die vanuit Gemena vertrekken zijn missieposten en vzw’s actief, behalve langs die naar het noorden.

Uit Pele Ngamo’s verhaal blijkt ook duidelijk dat koloniale interventies, zoals het aanleggen van wegen, een impact hebben op de ruimtelijke omgeving en hoe die ervaren wordt. Maar dat betekent niet dat de opgelegde situatie zomaar passief aanvaard wordt: de Ngbaka uit Kalo negotiëren met hun ruimtelijke context op een actieve manier. Ze koppelen er zelfs praktijken van verzet aan vast.

Dit artikel verscheen eerder op de website van MO*
Lees de integrale scriptie van Margot Luyckfasseel op scriptiebank.be/scriptie/2015/space-power-and-identity-belgian-congo-territorial-homogenization-ngbaka