‘Steden kunnen racisme voorkomen, tegen Europese en nationale wetgeving in’

Scriptie

Europa verbiedt hulp aan migranten zonder wettig verblijf. Maar ondanks dat verbod gaan steden op diverse manieren om met migranten. Voor Anja Van den Durpel is het duidelijk dat, meer dan wetten, het stedelijk beleid discriminatie kan helpen voorkomen.

Artikel door Anja Van den Durpel

The Freelens (CC BY-ND 2.0)
The Freelens (CC BY-ND 2.0)


Wanneer men spreekt over mensen zonder papieren, aan wie denkt u dan? Een Syrisch gezin dat IS ontvlucht? Een Soedanese jongeman die het Kanaal probeert over te steken? Een bedelend Roma-kind in een winkelstraat?

Mensen zonder papieren is een foute benaming: vaak heeft men wel documenten, maar niet de juiste. Anno 2016 herbergt elke Europese stad mensen die er onwettig verblijven. Binnen deze context speelt het dagelijkse leven van (irreguliere) burgers zich af.

Steden voeren de bovenlokale regels niet uit zonder er een eigen invulling aan te geven.

Migranten zonder wettige verblijfsvergunning hebben, dankzij het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens (EVRM) en het Europees Sociaal Handvest, in Europa minstens beperkte toegang tot gezondheidszorg en onderwijs. Voor het overige biedt de Europese Unie weinig steun, integendeel: ze verbiedt via diverse richtlijnen zelfs expliciet het helpen van irreguliere migranten. Volgens mensenrechtencommissaris Nils Muižnieks van de Raad van Europa werkt de EU met dat verbod xenofobie in de hand.

Toch is het niet Brussel dat alles dicteert. Lidstaten hebben veel interpretatieruimte bij de omzetting van Europese richtlijnen. Het gevolg is dat irreguliere migranten in elke lidstaat andere rechten en plichten hebben en dat ook de mensen die hen helpen anders worden aangepakt.

Ook op het niveau van de steden is er een duidelijk verschil in aanpak. Steden voeren de bovenlokale regels niet uit zonder er een eigen invulling aan te geven. Dat merkte ik op na een analyse van het beleid en de praktijk in Gent, Frankfurt, Milaan, Rotterdam, Barcelona en Londen. Men kan steden onderscheiden die een open en gastvrij beleid voeren en steden die zich beperken tot het voorzien in het wettelijke minimum aan voorzieningen voor migranten.

Inclusieve steden

Gent, Milaan en Barcelona nemen irreguliere migrantenkinderen op vanaf de kleuterklas en geven ze toegang tot meer dan louter dringende gezondheidszorg. Deze lokale besturen organiseren zelf geen controles op mensen zonder wettig verblijf in woningen en op de arbeidsvloer. Verder investeren ze, onder leiding van links-ideologische beleidsmakers, ook sterk in een antiracisme- en/of antidiscriminatiebeleid. Milaan en Barcelona treden via hun antigeruchtenstrategie actief op tegen negatieve uitlatingen over migranten. Net als Gent werken ze bovendien hard aan een positieve beeldvorming.

In deze drie inclusieve steden zijn (irreguliere) burgers en praktijkwerkers goed op de hoogte van de regelgeving en de lokale uitvoering ervan, doordat de steden hen uitgebreide informatie bieden en nauw samenwerken met ngo’s die zich over migranten ontfermen.

Exclusieve steden

In Frankfurt, Rotterdam en Londen hebben irreguliere migranten slechts beperkt toegang tot dringende medische zorg en verplicht onderwijs. Deze steden inspecteren ook zelf op aanwezigheid van irreguliere migranten in het arbeidscircuit en de private woningmarkt. Ze voeren geen specifiek antiracisme- en/of antidiscriminatiebeleid.

Controles blijken enkel een afschrikkend effect te hebben en zorgen voor angst bij mensen zonder wettig verblijf.

Deze drie overheden informeren (irreguliere) burgers niet en werken niet (Londen) of nauwelijks (Frankfurt, Rotterdam) samen met ngo’s. Hoewel praktijkwerkers menen dat ze de wetgeving toepassen, blijkt dit in Londen niet helemaal te kloppen: Europese richtlijnen en het EVRM zijn minder gekend.

Exclusieve steden focussen op het handhaven van de regelgeving. Maar, controles blijken enkel een afschrikkend effect te hebben en zorgen voor angst bij mensen zonder wettig verblijf.

De politieke ideologie van de beleidsverantwoordelijken in Rotterdam en Londen is rechts geïnspireerd. Frankfurt is, met een groene schepen, de vreemde eend in de bijt. Misschien kan het gevoerde beleid verklaard worden door de politieke onenigheid en publieke verdeeldheid omtrent migranten. Ook in Rotterdam veroorzaakt het thema politieke controverse. Zo slaagt de islamitisch geïnspireerde oppositiepartij NIDA Rotterdam erin migratie en integratie op de beleidsagenda te krijgen en houden.

Er is, in tegenstelling tot wat mensenrechtencommissaris Nils Muižnieks beweert, geen duidelijk verband tussen verbieden van hulp aan mensen zonder wettig verblijf en racisme. Wel gaapt er een grote kloof tussen de bovenlokale regelgeving en de stedelijke praktijken. Het is niet de letter van de wet, maar wel de stedelijke context die racisme beïnvloedt. Steden kunnen hét verschil maken met betrekking tot de aanpak en het voorkomen van racisme.

Dit artikel verscheen eerder op de website van MO*

Lees de integrale scriptie van Anja Van den Durpel op scriptiebank.be/scriptie/2015/criminalisering-van-migratie-kwalitatief-onderzoek-naar-het-verband-tussen-het