Tom Van Ransbeeck, genomineerde Klasseprijs 2016

Artikel

Met de uitreiking van de Vlaamse Scriptieprijs nadert ook de ontknoping van de Klasseprijs. We zetten de vijf genomineerden graag in de kijker. Vandaag: Tom Van Ransbeeck.

Tom Van RansbeeckTom Van Ransbeeck (Master in de Sociologie - Universiteit Gent)

Scriptie "(Hoog)begaafd? Een exploratief onderzoek naar de betekenis van begaafdheid voor leerkrachten in het eerste leerjaar van het lager onderwijs"

Leraren stelden hun leefwereld en de vele uitdagingen waar ze voor staan voor mij open. Mijn bewondering voor de leerkracht is er alleen maar door gegroeid. 

De scriptie
"Mijn masterpaper onderzoekt de betekenisgeving aan hoogbegaafdheid en verschillen in begaafdheid in het algemeen door leerkrachten in het eerste leerjaar basisonderwijs via drie onderzoeksvragen: Op welke manier vullen leerkrachten in het eerste leerjaar de betekenis in van begaafdheid? Hoe vormt hun rolinvulling als leerkracht deze betekenisgeving? En op welke wijze wordt deze betekenis geconceptualiseerd vanuit verschillende (sociale) beïnvloedingssferen?"

"Gespecialiseerde literatuur kwam vooralsnog grotendeels uit de psychologie, die zich uitsluitend leek te richten op het in kaart brengen van bepaalde kenmerken van hoogbegaafdheid, en de pedagogie, waar men aandacht besteedt aan het zoeken naar hoe passend onderwijs voor hoogbegaafden er idealiter kan uitzien, en besteedt zo te weinig aandacht aan hoe verschillen in begaafdheid betekenis krijgen binnen de gerealiseerde klascontext waarin een leerkracht zich op de spil bevindt van de socialisatie, kwalificatie en selectiefunctie van het onderwijs. Mijn studie doorprikt de illusie van vanzelfsprekende identificatie en herdefinieert hoogbegaafdheid als een sociaal construct, gevormd in de interactie tussen leerkracht en leerlingen. Het weinige onderzoek dat hieraan raakte, beperkte zich voorheen tot casestudies waarin betekenisgeving werd getoetst aan een bepaalde  consensus over kenmerken, vastgelegd door een bepaalde psychologische traditie. Hoogbegaafdheid op zichzelf blijft in de gerealiseerde context echter vaak toch een exotisch begrip. In Vlaanderen vormt de klasleerkracht doorgaans de gatekeeper tot een IQ-test en eventuele identificatie, wat vaak enkel gebeurt als deze reeds enige kennis/ ervaring heeft met de notie. Mijn masterpaper zet een coherent kader uit dat inzicht biedt in de totstandkoming van betekenis bij leerkrachten en brengt een overzichtelijke ideaaltypische taxonomie naar voor."

"Via cyclisch kwalitatief onderzoek, naar Grounded Theory, blijkt uit semigestructureerde diepte-interviews met 40 leerkrachten uit alle Nederlandstalige provincies dat zij betekenis geven aan hoogbegaafdheid vanuit hun rolinvulling als leerkracht. Via Role Theory wordt deze betekenisgeving gekaderd binnen hun beroepssituatie waar zij centraal staan in een verweven cluster van vaak tegengestelde verwachtingen. Aan de leerkracht worden vanuit de school zelf, vanuit de ouders en door de maatschappij als geheel verwachtingen gesteld, en ook zelf tracht een leerkracht zijn/haar job uit te voeren met een bepaald zelf gesteld doel en vanuit bepaalde ideeën. Door te moeten balanceren tussen deze vele verwachtingen, treden er voor de leerkracht vaak rolconflicten op. In een eerste stap brengt mijn onderzoek naar voor hoe leerkrachten tijdens de lespraktijk trachten om een oplossing te vinden voor deze rolconflicten om hun functie zo goed mogelijk uit te voeren. Leerkrachten konden worden onderscheiden in vier ideaaltypen: sherpa, mama, generaal en herder. Deze positioneren zich tegenover elkaar langsheen twee assen die prioriteitsverschillen weergeven: prestatie-welbevinden en individu-groep, afhankelijk van hoe de leerkracht zijn/haar prioriteiten stelt, gegeven de tijds- en energierestricties in het licht van de overdaad aan verwachtingen.  Betekenisgeving aan (hoog)begaafdheid verloopt vanuit deze prioriteiten via rolecasting, en wordt richting gegeven door zowel de eigen betekeniskaders als de institutionele voorschriften. Er wordt zo aangetoond dat begaafdheid binnen de schoolpraktijk verschillende betekenissen krijgt en er wordt hiervoor een conceptueel raamwerk verschaft. Hiermee worden inzichten onderbouwd in processen die voorafgaan aan hoogbegaafdenidentificatie, waarvoor in Vlaanderen tot op heden onderzoek ontbrak."

Lees meer "Is het een vogel, een vliegtuig of een superheld? Elke leerkracht ziet hoogbegaafdheid anders"


Scriptie schrijven
"Sociologie, en in het bijzonder onderwijssociologie, was voor mij een evidente keuze vanuit mijn interesse in hoe mensen in hun leven tot verschillende levenspaden worden geleid. Nadat ik zelf een bewogen schoolloopbaan had gekend waarbij ziekte mij meermaals van een bepaald ingeslagen pad had doen afwijken, was het hierin dat ik wou verder gaan. Vanaf de eerste dag van het voorbereidingsprogramma liet ik mij inspireren door de opeenstapeling van vakken die mijn horizon verbreedden en op het kruispunt van eigen ervaring en activistisch geïnspireerde geboeidheid ontsproot het idee om naar hoogbegaafdheid te gaan kijken. Ik las er talloze artikels over en was steeds weer gefascineerd hoe verschillend hierover bericht werd en hoe een veelheid van meningen over de notie van hoogbegaafdheid ook de wetenschappelijke literatuur kenmerkten. Ik dacht bij mezelf dat als dit reeds zo moeilijk is voor wetenschappers, hoe probeert een leerkracht dan, die vanuit zijn/haar rol zovele taken dient te vervullen en voor zich een hele groep kinderen heeft, met deze notie van hoogbegaafdheid om te gaan, en bij extensie met verschillen in begaafdheid in het algemeen?"

"Een promotor vinden was het volgende huzarenstukje waaraan ik mij diende te wagen en meermaals was een juiste match veraf. Ik zal zeker niet ontkennen dat een zekere eigenzinnigheid hier ook aan de basis van lag, maar voor mij was een zekere vrijheid noodzakelijk om voldoende inventiviteit aan de dag te kunnen leggen om waarachtig het exploratieve karakter van mijn betrachting te kunnen nastreven. De keuzelijsten liet ik dan ook links liggen en ik voelde mij meermaals een topic-leurder, die van kantoor naar kantoor op zoek ging naar een professor die het waagde met mij in zee te gaan. Deze professor, Peter Stevens, heeft er uiteindelijk nog een serieuze kluif aan gehad mijn overambitieuze plannen in te tomen, en de kans is groot dat ik nu nog verder zou aan het gaan zijn mochten op tijd en stond de woorden “Je kan in één masterpaper niet alles gaan onderzoeken, probeer een gefocust verhaal te brengen dat zich ergens op één bepaalde zaak toespitst” niet meermaals zijn gesproken. Ik heb het uiteindelijk zo opgevat dat hoewel de masterpaper dan wel niet de bedoeling heeft een levenswerk te zijn, het engagement aan de setting zeker een levenswerk kan worden. Geen voorgekauwde surveys om ‘zo veel mogelijk vragenlijsten te bekomen’, maar diepte-interviews van 2 tot soms 3 uur, waarna de terugweg op de trein in halve slaaptoestand verliep. Ik ging naar alle uithoeken van Vlaanderen per trein –pseudo-citytrips met mijn vriendin –, in de auto met mijn vader – “Moet dat altijd zo ver zijn?” –, inoefenen en bijstellen van de vragenlijst, stilstaan, mijmeren en dagdromen over mogelijke verbanden, afgewisseld met intellectueel labeur."

"Eens thuisgekomen was het verder inlezen geblazen, uren en dagen verder uittypen van interviews, coderen, woord voor woord, lijn per lijn, angstig hopend dat er zich uiteindelijk een verhaal aan mij zou openbaren. Van writer’s block ging het dan naar een woordenvloed en enkele weken voor de met rasse schreden naderende deadline kwam er feedback, enkel met de woorden: “Je moet dringend de hakbijl boven halen”. De woordenlimiet stelde mij plots voor een dilemma en het was zeker niet gemakkelijk om grote stukken uit het verhaal weg te laten."

"Uiteindelijk ben ik blij met het resultaat, maar vooral ook met de weg ernaartoe. Dat zou ook mijn advies zijn voor andere mensen die aan een masterproef beginnen, om iets te kiezen dat je nauw aan het hart ligt, waar je je kan aan geven en waar je onderweg je eigen leven mee kan verrijken. Tijdens het hele schrijfproces heb ik alles uit mijn opleiding tot leven zien komen en kreeg ik het gevoel dat ik toen pas echt het meest (bij)leerde. Ik werd deelachtig gemaakt aan de ervaringen van mijn respondenten, die hun leefwereld voor mij openstelden en door wie ik nog meer bewondering heb gekregen voor de uitdagingen van de rol van de leerkracht."

Het leven na de scriptie
"Het belangrijkste voor mij was dat ik deze ervaring en de inzichten die ik heb opgedaan mee kan nemen in een blijvend engagement voor sociale gelijkheid in het onderwijs en het streven van het waarachtig maken van een eerlijk meritocratisch ideaal. Ik heb mij hiervoor verder geëngageerd in de vorm van extra opleidingen die ook hier aandacht aan kan besteden, zowel als onderzoeker als als terreinwerker, en ben volop aan het uitzoeken hoe ik mijn steentje kan bijdragen aan het bredere maatschappelijke veld en zo een voordrager te zijn van een meer publieke sociologie."