Woorden wegen: wanneer is mensensmokkel ook mensenhandel?

Artikel

Woorden zijn niet neutraal, maar zijn inzetbaar als politiek wapen. Seppe Segers onderzocht de normatieve herkomst van het begrip ‘mensenhandel’ of ‘trafficking’. Dit leidde tot de conclusie dat ‘trafficking’ teruggaat op een ideologische strijd over prostitutie, met een rekbaar concept tot gevolg.

Artikel door Seppe Segers

Trafficking
Imagens Evangélicas (CC by 2.0)


Wanneer men het naar aanleiding van de hedendaagse mondiale vluchtelingencrisis heeft over “mensensmokkel” en “mensenhandel”, lijkt het intuïtief duidelijk wat bedoeld wordt met deze termen. Beide concepten zijn echter minder eenduidig dan doorgaans wordt verondersteld. In de publieke opinie worden mensenhandel en mensensmokkel vaak gebruikt als synoniemen. Strikt genomen gaat het echter om twee verschillende zaken. In theorie althans. In 2000 werden beide termen afzonderlijk gedefinieerd in een besluit van de Verenigde Naties – het zogenaamde Palermoprotocol.

In de praktijk gaan mensensmokkel en mensenhandel of “trafficking” vaak hand in hand.

Het voornaamste onderscheid tussen mensensmokkel en mensenhandel of “trafficking” wordt geacht te liggen in de aanname dat mensensmokkel zou eindigen wanneer de persoon (op een illegale manier) de grens van zijn bestemming heeft kunnen oversteken, terwijl “trafficking” wijst op een netwerk van uitbuiting onder gedwongen rekrutering. In de praktijk echter gaan beide fenomenen vaak hand in hand.

Dat er niettemin gestreefd werd naar dergelijk theoretisch onderscheid, gaat merkwaardig genoeg terug op een ideologische belangenstrijd over seksualiteit en over prostitutie in het bijzonder. Zo is het geen toeval dat de meeste aandacht naar sekstrafficking gaat. De discussie over wat “trafficking” precies is, dateert namelijk van het eind van de 19e eeuw. Een toenmalige campagne bracht het fenomeen van de zogenaamde “witte slavernij” onder de aandacht van het grote publiek.

Politieke maatregelen werden genomen tegen veronderstelde praktijken waarbij vrouwen onder ‘semi-slavernij’ werden tewerkgesteld in bordelen in Westerse kolonies. Deze maatregelen gingen echter gepaard met hevige onenigheden over de omvang evenals over de aard van het probleem. Het ging om een fundamenteel conflict tussen feministische posities over de morele betekenis van prostitutie. Terwijl de zogenaamde abolitionisten elke vorm van prostitutie beschouw(d)en als uitbuiting, bestempel(d)en de pro-sekswerkfeministen sekswerk als legitieme tewerkstelling, zolang het gaat om een ongedwongen keuze.

Van “witte slavernij” naar “trafficking”

Er is een aantoonbare terminologische verschuiving van “witte slavernij” naar “trafficking”, maar met een blijvende focus op prostitutie. In de aanloop naar het Palermoprotocol werd een werkgroep ingesteld waarin beide feministische posities een sleutelrol speelden. Het debat over “trafficking” werd zo in belangrijke mate gereduceerd tot de discussie over prostitutie, waarbij de uiteindelijke definitie de originele, ideologische tweedracht weerspiegelt. Abolitionisten focusten op “trafficking” als globale prostitutie en op prostitutie als lokale “trafficking”. De pro-sekswerkfeministen onderscheidden “trafficking” (al dan niet voor prostitutie) onder dwang van vrijwillig sekswerk. Gevolg: de uiteindelijke definitie focust enerzijds op uitbuiting als het doel van “trafficking”, en anderzijds op hoe de rekrutering verloopt onder dwang.

Het debat gaat vooral over botsende ideologieën, eerder dan over het menselijk lijden.

Het resultaat was een compromisdefinitie die beide ideologische kampen weerspiegelt, maar tegelijk ver afstaat van het concrete lijden van de betrokkenen. Een taalfilosofische focus op de normativiteit van woorden kon zo aantonen hoe het debat vooral gaat over botsende ideologieën, eerder dan over het menselijk lijden. Dat “trafficking” snel als fait accompli naar voor geschoven werd, verhult dat verschillende organisaties verschillende invullingen van “trafficking” hanteren.

Onder het mom van een anti-traffickingbeleid kunnen dus diverse agenda’s worden toegepast. Zo kunnen maatregelen tegen prostitutie verpakt worden als anti-traffickinginitiatieven, terwijl het traffickingdiscours kan worden gebruikt om op een verhulde manier (illegale) migratie tegen te gaan. Door de inhoudelijke ambiguïteit van het concept kan “trafficking” een andere invulling krijgen afhankelijk van het politieke belang. Hierdoor verplaatste de aandacht zich van de realiteit van de slachtoffers naar de politieke sfeer met bijhorende machtsbelangen.