De scriptie van Fatma Taspinar

Interview

Bij haar deelname aan De Slimste Mens Ter Wereld in november vorig jaar voerde Vier Fatma Taspinar (32) clichématig op als “De Turkse tijger van de Bosporus”. Zelf lachte de VRT-journaliste de stereotypen in DSMTW lustig weg. Toen medespeler Gert Verhulst grapte dat hij zijn wagen uit vrees voor Fatma’s Turkse supporters bedekt had geparkeerd, repliceerde ze gevat “die is al lang gepikt.” Een mopje dat nauw aanleunt bij het onderwerp van haar scriptie: de criminaliteitsberichtgeving over allochtonen in de media. Wij spraken met Fatma Taspinar over haar studies en scriptie. 

  • Fatma TaspinarFatma Taspinar (°Lier, 5 december 1982)
  • Studies: Criminologie (2008), KU Leuven
  • Nieuwslezeres en reporter op Studio Brussel, MNM en Radio 1 

 

 


Scriptie: Fatma, vanwaar die keuze voor criminologie?

Taspinar: “Het waarom van het daderschap, achterhalen waarom criminelen doen wat ze doen, dat boeide mij als kind al. In het zesde middelbaar was ik er dus echt van overtuigd dat ik criminologie zou gaan studeren. Ik wou mij graag verdiepen in de theorieën daarrond en keek uit naar vakken als “de psychologie van de crimineel”. Maar zoals bij velen die voor criminologie kiezen, vroegen mijn ouders me of ik niet beter rechten zou gaan studeren. Rechten heeft toch iets meer prestige en zo’n opleiding resulteert ook in een beroep, nl. advocaat. Mijn zus (auteur Birsen Taspinar, nvdr) had net psychologie gestudeerd, waardoor mijn keuze voor criminologie m’n vader haast tot wanhoop dreef. (imiteert haar vader) ‘Jullie kiezen er allebei de moeilijkste gevallen uit!’ (lacht)”

“Ik heb nooit spijt gehad van mijn keuze. Alleen is criminologie een opleiding die niet echt in een duidelijk en wel omlijnd carrièrepad uitmondt. Vele pas afgestudeerde criminologen gaan nog politie-examens doen, maar ik wou niet bij de politie. Mijn keuze was vooral interessegedreven, niet carrière-minded.”

Scriptie: Waarom trok je naar LeuvenQuote 1

Taspinar: “Ik ben geboren en getogen in Lier. De meest logische universiteit was dus Antwerpen, maar criminologie kon je daar niet volgen. Ik moest dus naar Leuven, Gent of Brussel. Mijn vader wou graag dat ik naar de VUB ging omdat mijn oudere broer en zus daar hadden gestudeerd, maar ik wou per se naar de KU Leuven. Dat was vooral omdat vrienden van mij naar Leuven trokken en ik graag op kot wou (lacht).”

“De eerste maand pendelde ik nog naar Leuven, maar het probleem in Leuven is dat studenten, in tegenstelling tot Antwerpen, na de les niet echt blijven hangen. Wie op kot zit, gaat gewoon terug naar zijn kot. En quasi iedereen zit er op kot (lacht). Als je dus niet op kot zit, kan je geen sociaal netwerk uitbouwen.”

Scriptie: Dat is pas een sterk argument om een kot te versieren! Wat voor een student was je?

Taspinar: “Ik was zeker geen ‘zotte’ student. Ik ging wel uit, maar als moslima drink ik sowieso geen alcohol. Mijn studententijd was dus geen aaneenschakeling van cantussen en katers (lacht). Ik ben niet gaan studeren en op kot gaan zitten om dat studentenleven te beleven en van thuis weg te zijn, maar wel omdat het mij gewoon boeide en ik écht wou studeren.”

Scriptie: Mogen we daaruit afleiden dat je plichtsbewust elke les bijwoonde? 

Taspinar: “Neen, dat nu ook weer niet (lacht). Ik ging zeker niet naar elke les. Ik gaf het altijd wel een kans, maar als ik merkte dat de prof gewoon zijn slides en cursus voorlas en het college dus geen meerwaarde bood, dan haakte ik af. Je hebt wel studenten die dwangmatig elke les bijwonen, maar daar deed ik niet aan mee. Ik was eerder iemand die dan de notities van een ander leende en vervolgens beter scoorde (lacht). Noem me dus gerust een pragmatische studente (lacht).”

Over de thesis Quote 3
Haar masterproef schreef Taspinar over de criminaliteitsberichtgeving over allochtonen in de media, niet toevallig een onderwerp waarin haar studies criminologie en haar huidige job als verslaggever samenkwamen. “Op het moment dat ik aan mijn thesis ging beginnen, had ik al uitgemaakt dat ik journalistiek zou bijstuderen. Dat thesisonderwerp leek me wel interessant om beide opleidingen te combineren.”

Scriptie: Wat heb je precies bestudeerd in jouw scriptie? 

Taspinar: “Het eigenlijke vertrekpunt voor mijn thesis was dat er vaak wordt gezegd dat allochtonen veel meer in beeld komen als het over criminaliteit gaat. Dan rijst de vraag: is die mediafocus gerechtvaardigd? Bezondigen allochtonen zich vaker dan autochtonen aan criminaliteit? Maar dat is iets waar geen cijfers over bestaan. Je kan dat niet hard maken. Je kan dus ook niet nagaan of allochtonen onevenredig aan criminaliteit worden gelinkt in de media. De insteek voor mijn thesis was dan ook dat het er niet toedoet of er meer of minder over allochtonen in criminaliteit wordt bericht. Het is eerder interessant om, wanneer er over allochtonen –maar ook autochtonen- en criminaliteit wordt bericht, na te gaan hoe dat precies gebeurt. Wat zijn dan de kenmerken van die berichtgeving? Berichtgeving over criminaliteit is natuurlijk altijd negatief, maar is de berichtgeving dan negatiever of stigmatiserender bij allochtonen dan autochtonen?”

Scriptie: Hoe heb je dat onderzocht?

Taspinar: “Ik analyseerde misdaadberichten in de ‘populaire’ krant Het Laatste Nieuws (HLN) en de ‘kwaliteitskrant’ De Standaard (DS), waarbij ik een een aantal factoren zoals o.a. het taalgebruik, de context en de koppen van de artikels bestudeerde. Wat ik daarbij onder andere opmerkte, was dat het taalgebruik in HLN en DS niet gek veel verschilde. De tendentieuze woordcombinatie  ‘allochtone amokmakers’ vond je bijvoorbeeld evengoed in De Standaard. Dat terwijl allochtoon zo’n diffuus begrip is. Het woord verwijst vaak naar, of het wordt toch vooral gebruikt voor Turken en Marokkanen, maar het kan evengoed over Oost-Europeanen gaan. Een voorbeeld is de zaak Joe Van Holsbeek, waar de allochtone daders uiteindelijk Polen bleken te zijn.”

“Een ander resultaat van mijn studie was dat het aandeel ‘allochtonencriminaliteit’ in Het Laatste Nieuws lager was dan in De Standaard. Als ik me goed herinner was dat 16% voor HLN tegenover 30% in DS. Maar dat kwam vooral omdat Het Laatste Nieuws veel meer over criminaliteit berichtte dan De Standaard. HLN bracht quasi alles dat met criminaliteit te maken had, terwijl DS enkel berichtte over de grote en gewichtige feiten, zoals bv. de zaak Joe Van Holsbeek, waar er sprake was van allochtone daders. Op zich was dat best een opvallende conclusie omdat je intuïtief eerder zou verwachten dat Het Laatste Nieuws allochtonen stigmatiseert, maar eigenlijk zou je kunnen zeggen dat Het Laatste Nieuws alle criminelen evenveel stigmatiseert (lacht).”

“Aan het eind van de rit heb ik de uitkomst van mijn onderzoek gebruikt om de 15 –sterk verouderde-aanbevelingen die het Centrum voor Racismebestrijding en de Journalistenbond (AVBB) in 1994 opstelden om te berichten over etnische minderheden in de media, aan te passen. Eén van de aanbevelingen was bijvoorbeeld: ‘Laat etniciteit weg en kijk dan of het nieuwsbericht nog steeds standhoudt’, maar zo’n aanbeveling zegt niets. Ik ben dat dan gaan concretiseren, door bijvoorbeeld de vraag op te werpen: ‘Heeft de criminaliteit te maken met het land van herkomst of is het een cruciale factor in de context?’. Zo ja, geef dan die informatie mee maar vermeld dan ook de concrete nationaliteit eerder dan te opteren voor dat containerbegrip allochtoon.”    

Scriptie: Hoe verliep het schrijven van je thesis? 

Taspinar: “Ik vond die thesis toch één van de meest verschrikkelijke dingen die ik ooit heb moeten doen (lacht). Het schrijven op zich is geen zware taak, het is dat onderzoek dat het moeilijk maakt. Vooral het begin vond ik verschrikkelijk: het onderzoek opzetten, die kranten doorpluizen, … om nog maar te zwijgen over die literatuurstudie! Puur parafraseren! Ik had ook moeite om alles klaar en duidelijk te zien. Heel helder weten: ‘dàt heb ik voor ogen, dàt wil ik onderzoeken’. Eens die klik er is, dan ben je vertrokken. Ik heb dat nu ook nog als journalist: in mijn hoofd moet die structuur er zijn, zodat ik daarmee in het achterhoofd kan schrijven.”

Quote 2“Alleen liet die klik bij mijn scriptie wat op zich wachten, waardoor mijn thesis niet klaar raakte in mijn laatste jaar. Ik zag ‘het’ toen gewoon nog niet. Daarbij kwam dat we in dat laatste jaar veel andere opdrachten moesten afwerken, waardoor die thesis er uiteindelijk bij is ingeschoten. Ik was dus op een thesisjaar aangewezen. Ik had echter geen zin om een heel jaar enkel en alleen aan die thesis te wijden. Je hebt geen vakken meer, waardoor de structuur in je leven wegvalt. Vermits ik toch journalistiek wou bijstuderen, heb ik beide dan maar ineens gecombineerd. Dat bleek een goede aanpak. Die opleiding journalistiek gaf me die broodnodige structuur om consciëntieus aan die thesis te werken. Overdag ging ik naar de les journalistiek en ’s avonds tikte ik verder aan mijn thesis criminologie. Dat ging wonderwel heel goed.”

“Hoe meer deadline je mij oplegt, hoe minder tijd je me geeft, hoe scherper ik word. Voor mij werkt dat wel beter zo. Als ik puur een thesisjaar had genomen, dan was die thesis nog niet afgewerkt (lacht). Dan kan je immers bezig blijven en ik wil efficiënt werken, een focus hebben. Die journalistiek hield me heel scherp: dat was heel zwaar, ik moest daar heel veel praktijkoefeningen voor doen, maar die thesis is dan mooi op tijd, in eerste zit, afgeraakt.”

“Het schrijven zelf ging heel vlot. Na drie weken was mijn werk klaar. Het taalaspect en het eigenlijke schrijven is nochtans iets waar in onze opleiding weinig aandacht aan werd besteed. Maar zelf vond ik het heel belangrijk om een vlot leesbare thesis in te leveren. Ook bij examens maakte ik er altijd een punt van om een antwoord goed te formuleren. Ergens had ik het gevoel dat het antwoord, zelfs als het fout was, beter door proffen zou worden geapprecieerd als het ten minste goed en mooi geschreven was (lacht). Ik geloof toch dat die verzorgde taal een invloed heeft. Mijn promotor, prof.Stephan Parmentier, zei me trouwens dat het een plezier was om mijn thesis te lezen, omdat het zo vlot geschreven was.”

Scriptie: Hoe was je relatie met jouw promotor?

Taspinar: “Ik had best een goede band met mijn promotor. Hij was zeer tevreden over mijn werk en dat hielp wel (lacht). Ik mailde wel eens een stuk dat klaar was door ter nalezing en prof. Parmentier stuurde dan wat bij. Maar het is niet zo dat ik zijn deur platliep. Ik werkte zelfstandig aan mijn onderzoek.”  

Scriptie: Was je, eenmaal het klaar was, tevreden over je werk? 

Taspinar: “Ja, ik ben wel iemand die zelf kan aanvoelen of iets goed is of niet, bovendien had mijn promotor mij dat gaandeweg ook wel aangegeven. Dat werd trouwens ook snel bevestigd: kort na het indienen kreeg ik op mijn thesisgesprek van mijn juryleden te horen dat ze eigenlijk geen opmerkingen hadden (lacht). Ik haalde een 17, een resultaat waar ik uiteraard heel blij mee was.”

Scriptie: Is er nog iets met je thesis gebeurd?  

Taspinar: “Op aanraden van mijn promotor heb ik mijn werk uiteindelijk wel opgestuurd naar de journalistenbond, maar ik betwijfel eerlijk gezegd of daar nog iets mee is gebeurd. Mijn scriptie werd wel gepubliceerd door het Nationaal Instituut voor de Statistiek. En oh ja, ook Bart Debie van het Vlaams Belang heeft een blogpost aan mijn thesis gewijd. Daar schrok ik wel even van (lacht).”  

Scriptie: Vertel. 

Taspinar: “Ik kwam daar heel toevallig op uit toen ik Bart Debie voor een VRT-nieuwsitem moest researchen. Die blogpost ging vooral over het feit dat ik in het dankwoord van mijn thesis twee zinnen in het Turks had gezet voor mijn ouders. Daar was Debie duidelijk niet over te spreken (lacht). Nu, de eigenlijke inhoud van mijn werk kon hij moeilijk bekritiseren, want ik heb niets politiek correct noch incorrect opgenomen. Het werk was echt een neutrale, ‘zakelijke’ analyse van hoe er precies werd bericht. Ik heb daar geen geladen stellingen ingenomen.”
 

Scriptie: Wat zijn tot slot nog jouw tips voor studenten die nu volop aan hun thesis schrijven?

Taspinar: “‘Taal heeft macht’, zo luidt de openingszin van mijn thesis en daar schuilt, vind ik, een goede tip in. Zorg er voor dat je thesis goed geschreven is. Overdrijf dus niet met parafraseren, want dan produceer je gegarandeerd schabouwelijke teksten doordat je krampachtig andermans woorden aan elkaar probeert te schrijven. Het zal allicht nooit gezegd worden door een promotor, maar ik ben ervan overtuigd dat een vlot geschreven scriptie voor extra punten zorgt, als is het maar omdat zo’n werk met meer plezier en openheid wordt gelezen. Taal heeft invloed, hou daar rekening mee.”

“Een tweede tip: wat je ook doet, maak het af. Al is het maar voor jezelf. Als je die thesis niet afmaakt, dan ga je later nog veel problemen hebben, denk ik. Probeer daar een proces van te maken waar je heel veel uit leert. Beschouw het als een “volwassenwordingsproces”. Je hebt vaak mensen die de thesis benaderen als het allerlaatste opleidingsonderdeel, iets waar ze nog even door moeten als ze willen afstuderen. Beschouw die thesis niet als een verplicht nummertje, maar tracht het echt bewust te beleven, daar over na te denken en dat onderzoek ook echt in de context en realiteit te zien. Want elk onderzoek gaat over de realiteit, dat is nooit iets geïsoleerd. Wees daar ambitieus in. Probeer daar voor jezelf iets uit te halen. Dat klinkt nu heel belerend, alsof ik met mijn vingertje sta te zwaaien (lacht), maar geloof me, die thesis is echt een heel leerrijke ervaring. Zelf kan ik nog dagelijks uit mijn thesis putten voor mijn job op de nieuwsdienst. Door mijn thesis heb ik wel vaker die reflex om na te denken hoe ik precies over bv. criminaliteit zal berichten. Ik denk dat de media daar nu veel gevoeliger in geworden zijn dan vroeger, maar toch moeten we nog steeds waken dat we die reflex bewaren 'is de nationaliteit of afkomst wel relevant voor de berichtgeving?' Dankzij mijn thesis sta ik daar in elk geval vaker bij stil.”