Schaamrood. De ervaring van menstruatie bij katholieke Vlaamse vrouwen (1920-1960)

Kim Vancauwenberghe
Schaamrood. De ervaring van menstruatie bij katholieke Vlaamse vrouwen (1920-1960)
 
In hoeverre was de kennis van menstruatie in medische kringen een weerklank van die bij Vlaamse meisjes en vrouwen? De kennis van artsen is doorheen de eeuwen geëvolueerd. Grieken gaven menstruatie bijvoorbeeld hetzelfde statuut als het hebben van een bloedneus. Pas in de negentiende eeuw werd het verband tussen menstruatie en vruchtbaarheid duidelijk. Ondanks die evolutie bleven niet-medische verklaringen voor menstruatie weerklinken doorheen de eeuwen.

Schaamrood. De ervaring van menstruatie bij katholieke Vlaamse vrouwen (1920-1960)

Schaamrood. De ervaring van menstruatie bij katholieke Vlaamse vrouwen (1920-1960)

 

In hoeverre was de kennis van menstruatie in medische kringen een weerklank van die bij Vlaamse meisjes en vrouwen? De kennis van artsen is doorheen de eeuwen geëvolueerd. Grieken gaven menstruatie bijvoorbeeld hetzelfde statuut als het hebben van een bloedneus. Pas in de negentiende eeuw werd het verband tussen menstruatie en vruchtbaarheid duidelijk. Ondanks die evolutie bleven niet-medische verklaringen voor menstruatie weerklinken doorheen de eeuwen. Plinius de Oudere gaf in 65 na Christus aan menstruatiebloed iets bijna magisch toe dat schade kon aanrichten aan vruchten, zaden en dieren. Theologen schoven in de Middeleeuwen de schuld voor menstruatie in de schoenen van Eva en waarschuwden net als Plinius voor de nefaste gevolgen van bijvoorbeeld gewassen bij aanraking met een menstruerende vrouw. Omdat haar bloed onrein was, werd haar in de katholieke middeleeuwse  wereld verboden de communie te ontvangen tijdens haar maandstonden. Hoewel tegen de negentiende eeuw dankzij het ontstaan van de gynaecologie steeds meer correcte wetenschappelijke verklaringen voor het fenomeen menstruatie circuleerden, bleken Vlaamse meisjes en vrouwen er toch geen grote kennis van te hebben.

Hendrik Conscience leerde zijn volk lezen, maar wie heeft hen seksueel voorgelicht? Welke impact hadden katholieke jeugdbewegingen, heilige geschriften, priesterpreken, encyclieken en het katholiek onderwijs op vrouwen en hun omgang met hun eigen lichaam en seksualiteit? Wat was de betekenis van opvoedkundige bewegingen en organisaties als Zedenadel en de Belgische Vereniging voor Seksuele Voorlichting?

Meisjes wisten in de eerste helft van de twintigste eeuw vaak niet wat hen overkwam toen ze een bloedvlek in de onderbroek ontdekten. Met de moeder werd voor het eerst en vaak voor het laatst over menstruatie gesproken wanneer haar dochter voor het eerst menstrueerde. Vooral de praktische kant werd door de moeder aangehaald, alsook de waarschuwing dat haar dochter vanaf dan moest opletten voor de jongens. Waarvoor zij precies moesten oppassen, bleef een raadsel voor de meisjes. Pas vanaf de Tweede Wereldoorlog kwam immers eengesystematiseerde voorlichtingslectuur op gang, gericht tot ouders of gehuwde koppels. Net zoals opvoeders thuis, op school en in jeugdbewegingen bleken voorlichtingsboekjes tot de jaren zeventig echter meer oog te hebben voor morele boodschappen, meer bepaald seksuele preventie of afremming, dan voor informatie over geslachtsdelen en de seksualiteitsbeleving.

De puzzelstukken met vage informatie die door leeftijdsgenoten (die vaak onder elkaar vroegen wie al "groot" geworden was) en eenmalig bij de menarche door de moeder werd gegeven zouden pas in de loop van het huwelijksleven in elkaar passen. Vrouwen wisten aan het begin van hun huwelijk vaak niet hoe ze kinderen moesten maken of op de wereld zetten. Zwangere buiken werden verborgen gehouden: leraressen mochten niet meer voor de klas staan en in vele gezinnen werd geen uitleg gegeven aan de bolle buik van de moeder maar werden kinderen verhaaltjes verteld over een kinderboot, ooievaar, groene kolen, enz. Kinderen werden als het ware onbevlekt ontvangen. Wat de menstruatie betreft, werden vrouwen plots "bevlekt ontvangen".

In de huiskring, op school, op het werk en met de echtgenoot kwam het onderwerp in de eerste helft van de twintigste eeuw nauwelijks ter sprake. Dit was niet te wijten aan een gebrek aan interesse om over menstruatie te spreken. Omwille van het taboe-aspect werd in alle talen gezwegen over het fenomeen. Meer dan de helft van de bevolking kwam vroeg of laat te weten wat het was te menstrueren, maar dit deden zij onopgemerkt, buiten het medeweten van hun seksegenoten. Nog steeds is menstruatie een taboeonderwerp: sommige vrouwen verkiezen nog altijd te vermelden dat "Tante Marie op bezoek is" om te vermijden dat men letterlijk moet uitspreken dat men menstrueert.

Het taboe rond menstruatie is niet alleen merkbaar aan het niet ter sprake brengen van menstruatie als gespreksonderwerp. Het dagelijks leven kreeg in de eerste helft van de twintigste eeuw een wending door menstruatie. Activiteiten als groenten steriliseren, dieren slachten en mayonaise maken werden uitgesteld tot na de maandstonden. Deze gebruiken zijn niet enkel in Vlaanderen terug te vinden. Het niet laten aanraken van voedsel door menstruerende vrouwen, het hen laten gebruik nemen van menstruatiehutten verwijderd van de gemeenschap, het zich onthouden van seks met een menstruerende vrouw: in alle continenten komen ze in bepaalde culturen voor. Vaak had de religie een rol in het tot stand brengen of in stand houden van dergelijke menstruatietaboes. Ook de katholieke kerk adviseert op basis van het Oude testament geen seksuele betrekkingen te hebben met een menstruerende vrouw. Even onrein was de pas bevallen vrouw die tot in de jaren zestig het ritueel van de kerkgang moest ondergaan om terug in de kerk te mogen treden. De invloed van de katholieke kerk bleek tot in de Vlaamse slaapkamer aanwezig want vóórhuwelijkse seks was voor zowel de kerk als zijn gelovigen uit den boze. Maar wat de betekenis van deze menstruatietaboes? Is er net als net als een schijnbaar universeel menstruatietaboe, ook een universele verklaring voor?

Hoe vingen vrouwen bovendien tot de eerste helft van de twintigste eeuw het bloed op? Wat werd aangewend voor vrouwen hun maandverbanden of tampons konden wegwerpen in vuilbakjes? Voor er wegwerpproducten op de markt verschenen, gebruikten of maakten vrouwen andere maandverbanden die als ze vuil waren, moesten gewassen en gedroogd worden. Hoe gingen vrouwen in de eerste helft van de twintigste eeuw praktisch om met hun maandstonden? Met andere woorden: wat is de weg die een maandverband aflegde van de winkel tot in het ondergoed? Hoe verversten menstruerende vrouwen zich thuis, op school, op het werk? Hoe wasten zij het eigen lichaam en de banden?

Een op het eerste zicht banaal onderwerp als menstruatie toont aan de hand van interviews en geschreven bronnen aan hoe vrouwen in de eerste helft van de twintigste eeuw met menstruatie omgingen en in welke historische context dit geplaatst kan worden. De invloed die opvoedkundige, religieuze, vriendschappelijke, en medische kringen hadden op de omgang met het menstruerende lichaam was een weerspiegeling van de algemene omgang met het lichaam en seksualiteit. Het bestaan van seksuele voorlichtingslectuur bleek dan weer geen weerspiegeling te zijn van de aanwezige kennis bij de bevolking. Meisjes die vandaag voor het eerst ongesteld worden hoeven niet zo zeer kennis te maken met de mentaliteit van schaamte en stilzwijgen die in de eerste helft van de twintigste eeuw heerste rond menstruatie van stilzwijgen. Vast staat dat de weg die het taboe rond menstruatie afgelegd heeft, er één is die met schaamte geplaveid is.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Vrouwen beleefden meer dan een halve eeuw terug op een totaal andere manier hun "moeilijke dagen". De wijze waarop katholieke vrouwen in de eerste helft van de twintigste eeuw met intieme zaken als menstruatie omgingen, geeft ons een verrassend beeld over hoe de maatschappij er toen uitzag. Wat is een betere manier om uit te vissen hoe tieners en volwassenen in de jaren dertig tot zestig met hun maandstonden omgingen dan door hen zelf te vragen wat men wist of dacht te weten of menstruatie, wat men er over vertelde, en wat men gebruikte om het bloed op te vangen? Vijftien dames geboren tussen 1918 en 1947 waren bereid hun verhaal te doen.

Bibliografie

1/ Mondelinge bronnen

 

Bijbel, Nieuwe testament, Lucas 8:43-48.

Bijbel, Nieuwe testament, Marcus 5:25-34.

Bijbel, Nieuwe testament, Matteüs 9:20-22.

Bijbel, Oude testament, Leviticus 15:19-23.

Bijbel, Oude Testament, Levitivus, 20:18.

BILZ, F.E., Das neue Naturheilverfahren. Lehr- und Nachschlagebuch der naturgemäßen , Leipzig, 1888.

Heilweise und Gesundheitspflege

COX, P, Puberteit (Huwelijk en Huisgezin), Antwerpen, 1942.

DUFOYER, Voorlichting van kinderen en jonge mensen.Beginselen en concrete formulering,Brussel, 1961.

LOWIE, J., Vrouwelijke Katholieke Burgers- en middenstandsjeugd: Organistatie en werking, Gent, 1932.

KINDERMANN, C., Handleiding tot zedelijkheid, Rotterdam, 1921.

NORMAN, J., Met lichaam en ziel, Brugge, 1965.

PICARD, H., Liefde, huwelijk, geluk, Brugge, 1960.

HUTTON, I.E., Seksualiteit in het huwelijk, Amstelveen, s.d, 122.

LEVALLET-MONTAL, M., Anne-Marie wordt twintig, Brussel, 1946.

VERMEIRE, J., Sexuele hygiëne, Kasterlee, 1958.

 

3/ Internet

 

AYAAN, H., Geen afzondering menstruerende vrouwen, 2005

 

O.B. Succesverhaal

http://eu.itsmybody.com/phppages/parser.php?path=%2Fnf_index.html&count…

DE COCK, C., De eerste menstruatie,

 

14033-252-art.htm

http://www.e-gezondheid.be/nl/tijdschrift_gezondheid/adolescenten/menst…-

 

Kimberly-clark.Product evolution

 

Cotton substitute improves women’s lives. Disposable feminine sanitary pads story.

 

FINLEY, H., Museum of menstruation

 

WIJNGAARDS, J., De Latijnse kerkvaders en het taboe op menstruatie

 

 

4/ Literatuur

 

‘Only women bleed’, Every woman, 1995, 22-23.

AL-KHALIDI, A., ‘The greatest invention of the century: menstruation in visual and material culture.’, ANDREWS, M., All the world and her husband : women in twentieth-century consumer culture, London, 2000.

BECKER, H., ‘Onderzoek naar generaties: vroeger en nu’, RIGHART, J. en LUYKX, P. red., Leeftijdsgroepen en cultuur, Amsterdam, 1998, 9-38.

BISSCHOP, C., Ondergoed. Een geschiedenis van betekenisgevende praktijken in Vlaanderen 1930-2006, Onuitgegeven licentiaatsverhandeling, Departement geschiedenis, 2007.

BRAAM, W. en LEEMHUIS A., 100 vragen over de menstruatie, Antwerpen, 1978.

BRACKE, N. e.a, Begeerte heeft ons aangeraakt: socialisten, sekse en seksualiteit, Gent, 1999.

BRITTON, C., ‘Learning about ‘the curse’, an anthropological perspective on experiences of menstruation’, Women’s studies international forum, 19 (1996), 645-653.

BUCKLEY, T. en GOTTLIEB, A. red., Blood magic: the antropology of menstruation, Berkely, 1988.

CHAWIA, J.,‘The Rig Vedic slaying of the Vrtra: Menstruation taboos in mythology’, A journal about women and society, 1992, 29-34.

COBER, C., Gynaecologie en gender. Artsen over de menstruatie in de negentiende eeuw., Onuitgegeven licentiaatsverhandeling, Katholieke Universteit Leuven, Departement geschiedenis, 2002.

D’HOKER, M. en VAN ASSCHE, E., ‘Lichamelijke opvoeding in het katholiek onderwijs: een lange weg, een moeilijk parcours’, D’HOKER, e.a red., Voor lichaam en geest. Katholieken, lichamelijke opvoeding en sport in de 19e en 20ste eeuw, Leuven, 1994, 43-98.

DAVID, J., Wassen en strijken, Grimbergen, 1988.

DE BEAUVOIR, S., De tweede seks. Feiten, mythen en geleefde werkelijkheid, Utrecht, 1979.

DE BORCHGRAVE, C, God of genot, Vlaanderen 1918-1940 : een kerk in strijd met de moderne zinnelijkheid, Leuven, 1999.

DE KEYZER, D., De schaamte en de schrik, goesting en genot. Vier generaties vrouwen vertellen, Leuven, 2004.

DE KEYZER, D., Madame est servie. Leven in dienst van adel en burgerij, Leuven, 1995.

DE MAESSCHALK, E., Een bond voor alle gezinnen: geschiedenis van de gezinsbeweging in Vlaanderen, Brussel, 1996.

DELANEY, J., e.a., Het vrouwengeheim: menstruatie tussen moderne wetenschap en oud mysterie, Baarn, 1980.

DHAENE, L., De Offensiefbeweging in Vlaanderen 1933-1939: katholieken tussen traditie en vooruitgang, Onuitgegeven licentiaatsverhandeling, Katholieke Universiteit Leuven, Departement Geschiedenis, 1984.

DIETEREN, F., e.a, Naar Eva’s beeld : de geschiedenis van de vrouw in de Europese cultuur, Brussel, 1987.

DRESEN, G., Is dit mijn lichaam? Visioenen van het volmaakte lichaam in katholieke moraal en mystiek. Nijmegen, 1998.

ELLENS, D., ‘Menstrual impurity and innovation in Leviticus 15’, DE TROYER, K. red., Wholly woman, holy blood: a feminist critique of purity and impurity, Harrisburg, 2003, 29-64.

FRIEDMAN, N., Everything You Must Know About Tampons, Burkley, 1981.

HERING S. en MAIERHOF, G., Die unpäßliche Frau. Socialgeschichte der Menstruation und Hygiene 1860-1985, Pfaffenweiler, 1991.

HEYRMAN, P., Middenstandsbeweging en beleid in België 1918-1940. Tussen vrijheid en regulering, Leuven, 1998.

HILHORST, M., Bij de zusters op kostschool : geschiedenis van het dagelijks leven van meisjes op rooms-katholieke pensionaten in Nederland en Vlaanderen, Utrecht, 1989, 106-107.

HOOGHE, M. en HEYRMAN, P., ‘Oud en nieuw. Sociale bewegingen in de maalstroom’, DE MAEYER, J en HEYRMAN, P. red., Geuren en kleuren: een sociale en economische geschiedenis van Vlaams-Brabant, 19de en 20ste eeuw, Leuven, 2001, 307-331.

HOOGHE, M., ‘De seksuele evolutie: Vlaamse voorlichtingsboeken en de beheersing van seksualiteit’, Jaarboek seksualiteit, relaties, geboortegeling, (1992), 73-83.

HOOGHE, M., Aspecten van het discours inzake sexuele moraal in Vlaanderen 1955-1980., Onuitgegeven Licentiaatsverhandeling, Universiteit Gent, departement geschiedenis, 1987.

HUTTON, I.E., Seksualiteit in het huwelijk, Amstelveen, s.d.

KIDD, L., Menstrual technology in the United States 1854-1921, onuitgegeven licentiaatsverhandeling, departement filosofie, Iowa, 1994.

KING, H., Hippocrates’ Women. Reading the female body in ancient Greece, London, 1998.

KLOOTWIJK, W.,‘Het genadeloze gevecht om zijklep en inlegkruisje’, Vrij Nederland, 54 ( 1993), 18-19.

KNIGHT, C., Blood relations: menstruation and the origins of culture, New Haven, 1991.

Koran, Tweede süra, 2:222. Vertaling: prof.dr.J.H. Kramers, De koran, Amsterdam, 2007.

LAERMANS, R. en MEULDERS, C., ‘Aan gene zijde van de reinheid: over de geschiedenis van het wassen en de verschuivende grenzen tussen ‘vuil’ en ‘proper’’, C. BOUW en B. KRUISHOF red., De kern van het verschil, Amsterdam, 1993, 59-78.

LAQUEUR, T., Body and gender from the Greeks to Freud, Cambridge, 1990.

LEE, J., ‘Menarche and the (hetero)sexualization of the female bodsy’, DANK, B. en REFINETTI, R. red., The politics of sexuality (Sexuality and culture, 3), Londen, 2000, 82-97.

LEPLAE, S., Vader worden en moeder zijn: een analyse van de sekseverhoudingen in de jaren vijfitg, Onuitgegeven Licentiaatsverhandeling, Katholieke Universiteit Leuven, Departement geschiedenis, 1999.

LIEFBROER, A.C. en DE JONG-GIERVELD, J., ‘Veranderingen in de overgang van jeugd naar volwassenheid. Een vergelijking van cohorten geboren tussen 1903 en 1965.’, DU BOIS- REYMOND, M. en DE JONG- GIERVELD, J. red., Volwassen worden. Generaties van toen en nu: transities in de levensloop, Houten, 1993, 7-16.

LIEFBROER, A.C. en DE JONG-GIERVELD, J., ‘Veranderingen in de overgang van jeugd naar volwassenheid. Een vergelijking van cohorten geboren tussen 1903 en 1965.’, DU BOIS- REYMOND, M. en DE JONG- GIERVELD, J. red., Volwassen worden. Generaties van toen en nu: transities in de levensloop, Houten, 1993, 7-16.

LONGMANN,C., ‘Joodse menstruatieriten: Symbool van vrouwenonderdrukking of vrouwelijke identiteit?’, Tijdschrift voor seksuologie, 16 (2002), 146-152.

MANS, A. en INDIGNE, P., Angèle Schouwenaars: een bijzondere vrouw in de geschiedenis van de meisjesopvoeding, Leuven, 1987.

MANS, A. en INDIGNE, P., Maria Schouwenaars: een bijzondere vrouw in de geschiedenis van de meisjesopvoeding, Leuven, 1987.

MARTIN, M., ‘Postmoden periods : menstruation media in the 1990s’, The Lion and the Unicorn, 23 (1999), 395-414.

MATRIARCHAL STUDY GROUP, Menstrual taboos, Londen, 1979.

MERSKIN, D., ‘That time of the month: adolescence, advertising, and menstruation’, M.G., CARSTARPHEN en S.C., ZAVOINA red., Sexual rhetoric : media perspectives on sexuality, gender, and identity, Westport, 1999, 93-107.

MOIN, S., ‘Status of women: islamic view’, Social Scientist, 4 (1967), 70-75.

MUYS, L., ‘Tampons: bondgenoot van emancipatie?’, Stem der vrouw,78 (1992), 31.

O’GRADY, K., ‘The semantics of taboo. Menstrual prohibitions in the Hebrew Bible’, DE TROYER, K. red., Wholly woman, holy blood: a feminist critique of purity and impurity, Harrisburg, 2003, 1-29.

OBERMEYER, C., ‘Pluralism and Pragmatism: Knowledge and Practice of Birth in Morocco’, Medical Anthropology Quartery, 14 (2000), 180-201.

OWEN, L., ‘Vrouwensabbat’, ’t Fameke, 01 (1994), 10-11.

PEETERS, A., Dochters van de maan.De menstruatie in de mythen en in de moderne maatschappij, Haarlem, 2004, 67.

PHIPPS, The menstrual taboo in the Judeo-Christian tradition, 300. en VAN BAAREN, J., e.a, Het rooie kruis : een verslag over menstruatie, Leiden, 1980, 50.

PHIPPS, W, ‘The menstrual taboo in the Judeo-Christian tradition’, Journal of religion and health, (19) 1980, 298-303.

POGREBIN, L., ‘Parenting. Talking about menstruation’, MS (maart 1981), 72.

POUILLARD, V., La publicité en Belgique des couriers aux agences internationales (1850-1975), Brussel, 2005.

PVD, ‘Menstruatie beschermt vrouw tegen mannen’, De standaard, (13 oktober 1993)

RANKE-HEINEMANN, U., Eunuchs for the kingdom of heaven: women, sexuality and the Catholic Church, Londen, 1991.

ROBERTS, T. en WATERS, P., ‘Self-objectification and that ‘not so fresh feeling’, feminist therapeutic interventions for healthy female embodiment’, Women and therapy, 27 (2004), 5-21.

ROLL, S., ‘The old rite of churching women after childbirth’, DE TROYER, K. red., Wholly woman, holy blood: a feminist critique of purity and impurity, Harrisburg, 2003, 117-141.

ROYMANS, J., ‘Menstruatie: schets van een mentaliteit’, Lilith (januari 1984),13-17.

SABBE, B., Van de klas naar de Kamer. Leerkrachten in de Belgische kamer van volksvertegenwoordigers, Onuitgegeven Licentiaatsverhandeling (1950-1959), Katholieke Unversiteit Leuven, departement geschiedenis, 2002.

SANTOW, G., ‘Emmenagogues and abortif acients in the twentieth century: an issue of ambiguity’, VAN DE WALLE, E. En RENNE, E. red., Regulating menstruation: beliefs, practices, interpretations,Chicago, 2001, 65-92.

SCHOUWENAARS, M., Kiesche waarheid voor ouder en opvoeders, s.l. 1947.

SCHULTZ, J., ‘Doctors, philosophers, and Christian fathers on menstrual blood’, DE TROYER, K. red., Wholly woman, holy blood: a feminist critique of purity and impurity, Harrisburg, 2003, 97-107.

SEAMAN, B., en SEAMAN, G., ‘Pennyroyal, and other home cures for ‘those days’’, MS, (november 1978), 25-29.

SHUTTLE, P., e.a, De menstruatie: een cultuurgeschiedenis, Rotterdam, 1979.

SNOW, L.F. en JOHNSON, S.M., ‘Myths about menstruation: Victims of our folklore’, International journal of women’s studies, 1 (1978), 64-72.

SPELLBERG, D, ‘Writing the Unwritten Life of the Islamic Eve: Menstruation and the Demonization of Motherhood’, International Journal of Middle East Studies, 28 (1996), 305-324.

STEVERLYNCK, C., Als de ooievaar komt. Vrijen, trouwen en moeder worden in de twintigste eeuw, Tielt, 2000.

STOLBERG, M., ‘The monthly malady: a history of premenstrual suffering.’, Medical History, 47 (2003), 301-322.

STRANGE, J.-M., ‘Menstrual fictions: languages of medecine and menstruation, c. 1850- 1930.’, Women's History Review, 3, 2000, 612-613.

STRANGE, J.M., ‘The assault on ignorance: Teaching menstrual etiquette in England, c. 1920 s to 1960 s.’, Social history of medicine, 14 (2001), 607-628.

STUBBS, M. en COSTOS, D., ‘Negative attitudes toward menstruation: implications for disconnection within girls and between women’, Woman and therapy, 27 (2004), 37-53.

THUREN, B.M., ‘Opening doors and getting rid of shame. Experiences of first menstruation in Valencia, Spain.’, Women’s studies international forum, 17 (1994), 217-228.

TOLLENEER, J. red., Over mondelinge geschiedenis gesproken. Handelingen van de studiedag mondelinge geschiedenis en documentaire infomatie, Gent, 1986.

TOLLENEER, J., Mondelinge geschiedenis en documentaire informatie. Een terreinverkennende studie., Onuitgegeven licentiaatsverhandeling, departement documentatie- en bibliotheekwetenschap, Leuven, 1985.

TOLLENEER, J., Mondelinge geschiedenis en documentaire informatie. Een terreinverkennende studie., Onuitgegeven licentiaatsverhandeling, departement documentatie- en bibliotheekwetenschap, Leuven, 1985.

TOMMELEIN, C., Het denken van Aristoteles en Augustinus over de vrouw, Onuitgegeven licentiaatsverhandeling, Katholieke Universiteit Leuven, departement geneeskunde, 2003, 10.

TRENEMAN, A., ‘Cashing on the curse. Advertising and het menstrual taboo’, Spare rib, (augustus 1988), 20-23.

TROMMELMANS, W., Vlaanderen vrijt. 50 jaar seks in Vlaanderen, Leuven, 2006.

VAN DER PLAETSEN, M., ‘Always menstruatievrij. Is menstrueren wel nodig?’, De morgen (19 mei 2000).

VAN MOLLE, L, Sociale geschiedenis van de nieuwste tijd, cursus, Katholieke Universiteit Leuven, departement geschiedenis, 2006.

VAN MULKEN, M., ‘De verpakking van maandverband. De ontwikkeling van retoriek in tijdschriftadvertensies’, Tijdschrift voor genderstudies, 1 (2005), 15-27.

VAN USSEL, J., Geschiedenis van het seksuele probleem, Amsterdam, 1982. VANDENBERGHE, A., Lijden, ziekte en genezing. Visies van predikanten en artsen (1693- 1868), Onuitgegeven licentiaatsverhandeling, Katholieke Universiteit Leuven, departement geschiedenis, 1999.

VANDERBRUGGEN, B., ‘Samen jong in een landelijk milieu. Een analyse van de taal over seksualiteit en gemengde omgang in de ledenbladen van de KLJ (1955-1975)’, Trajecta, 2, (1999), 167-186.

VANYSACKER, D., ‘Het geseksueerde lichaam van de heks in de Nieuwe tijd’, WILS, K. red., Het lichaam (m/v), Leuven, 2001, 103-116.

VERLINDEN, C., In de spiegel van de "ancilla domini". De opvoeding en het dagelijks leven op een meisjeskostschool in de eerste helft van de twintigste eeuw, Onuitgegeven licentiaatsverhandeling, Departement geschiedenis, Leuven, 2000.

VERRELST, W., Trots en schaamte van de Vlaming. Een essay over de Vlaamse cultuur in de twintigste eeuw, Kapellen, 1992.

VERSTRAETE, L., Inventaris van het archief van BJB-KLJ (1925-1980), Leuven, 1989.

WEIDEGER, P., Menstruation and menopause: physiology and psychology, the myth and the reality, New York, 1975.

WHELAN, E., ‘Attitudes toward menstruation’, Studies in Family Planning, 6. (1975), 106-108.

YANAY, N., en RAPOPORT, T., ‘Ritual impurity and religious discourse on women and nationality’, Women’s studies international forum, 20 (1997), 651-663.

 

http://www.womenpriests.org/nl/traditio/unclean.asp#latin

 

http://www.mum.org/

 

http://www.kimberly-clark.com/pdfs/Feminine%20Pads%20evolution.pdf http://www.kimberly-clark.com/aboutus/product_evolution.aspx

 

http://ayaanhirsiali.web-log.nl/ayaanhirsiali/2005/09/169_geen_afzond.h…

 

Interview met Yvette, 25 augustus 2006

Yvette werd geboren in 1918. Haar ouders waren landbouwers. Ze heeft drie broers en vier zussen. Na de lagere school ging ze tussen dertien en zestien jaar naar een internaat om school te lopen. Zestien jaar was ze toen ze haar maandstonden kreeg. Ze was lid van de BJB, en was daar leidster tot ze zich verloofde. Toen ze negenentwintig was, trouwde ze met haar man. Met haar man werkte ze op hun boerderij in een West-Vlaams dorpje. Ze werd moeder van drie zonen en één dochter.

 

Interview met Hélène, 6 augustus 2006.

Hélène is geboren in 1926. Ze groeide op in een West-Vlaams dorp. Haar moeder was een bediende, haar vader een electricien. Ze heeft één broer. Ze heeft eerst wiskunde-wetenschappen en daarna regentaat lichamelijke opvoeding gestudeerd. Tijdens haar studies verbleef ze op een internaat. Toen ze afgestudeerd was werd ze lid van de KAV. Hélène was onderwijzeres lichamelijke opvoeding en wetenschappen tot ze huwde. Ze werd moeder van drie kinderen.

 

Interview met Marianne, 7 augustus 2006.

Marianne werd geboren in 1928. Ze woonde haar hele leven in een West-Vlaams dorpje. Haar ouders waren landbouwers. Toen ze dertien was stierf haar moeder. Na twee jaar kwam een stiefmoeder en haar zoon bij in het gezin zodat ze met zes waren. Marianne had met haar een goede band. Toen ze vijftien was menstrueerde ze voor het eerst. Ze ging naar school tot zeventien jaar. Daarna was ze bediende in een bureau. Ze huwde en kreeg kinderen.

 

Interview met Diane, 24 augustus 2006.

Diane werd in 1928 geboren in een West-Vlaams dorpje, waar ze haar hele leven bleef wonen. Ze had drie zussen en een broer. Ze werd voor het eerst ongesteld toen ze zestien was. Als tiener was ze lid van de Katholieke Actie. Na haar huwelijk baatte ze met haar man een winkel uit. Ze werd moeder van drie zonen en drie dochters.

 

Interview met Rilke, 4 augustus 2006.

Rilke werd geboren in 1931. Ze was de dochter van een schoolhoofd en schoolinspectrice. Rilke had drie zussen. In het middelbaar onderwijs verbleef ze in een internaat, waar ze voor het eerst ongesteld werd. Op volwassen leeftijd oefende ze het beroep van onderwijzeres in een lagere school uit. Ze trouwde en kreeg kinderen.

 

Interview met Marie, 4 augustus 2006.

Marie werd geboren in 1932. Ze groeide in een Oost-Vlaams dorpje op. Haar vader was ijzerconstructeur, haar moeder huisvrouw. Ze had een tien jaar oudere zus en drie broers. Tijdens haar studies in het middelbaar onderwijs kreeg ze toen ze vijftien was haar regels. Ze was assistent van een tandarts. Ze trouwde en kreeg kinderen.

 

Interview met Godelieve, 25 augustus 2006.

Godelieve werd geboren in 1932. Ze woont nog steeds in hetzelfde West-Vlaams dorpje. Toen ze elf was stierf haar moeder. Om genoeg inkomsten te hebben voor het gezin, ging ze inwonen bij twee nichten om in de buurt te werken als stopster. In datzelfde jaar, toen ze veertien was, kreeg ze voor het eerst haar maandstonden. Ze huwde en beviel van één dochter en drie zonen.

 

Interview met Christelle, 25 augustus 2006.

Christelle werd geboren in 1932. Ze heeft nog een oudere broer en zus. Haar vader was een arbeider bij Bekaert, haar moeder was ziek en werkte niet. Ze was vijftien toen ze voor het eerst ongesteld werd. Ze huwde en kreeg kinderen. Christelle bleef in de buurt van haar ouderlijk huis in een West-Vlaams dorpje wonen.

 

Interview met Rosette, 22 augustus 2008.

Rosette werd in 1933 geboren. Ze groeide op in een Oost-Vlaams stadje. Haar ouders waren arbeiders. Ze ging na haar studies in een spinnerij werken. Ze was toen veertien. Een paar maanden nadat ze begonnen was met werken, werd ze ongesteld. Tot ze gepensioneerd was, heeft ze in een fabriek gewerkt. Ze huwde en kreeg drie kinderen.

 

Interview met Linda, 25 augustus 2007.

Linda is geboren in 1933. Ze groeide met haar drie zussen en één broer op in een West-Vlaams dorpje. Toen ze dertien jaar was kreeg ze voor het eerst haar maandstonden. Haar moeder was een huisvrouw, haar vader ploegchef bij een bedrijf. Linda werkte zelf ook in dat bedrijf als bediende tot ze huwde. Ze kreeg twee dochters en één zoon.

 

Interview met Julia, 8 augustus 2006.

Julia werd geboren in 1935. Ze was afkomstig uit een landbouwersgezin in een dorpje in West-Vlaanderen. Julia had vijf zussen. Toen ze veertien was werd ze voor het eerst ongesteld. Ze werkte als jong meisje als dienstmeid bij een gezin. Wanneer ze getrouwd was, verdienden zij en haar man de kost als landbouwers. Ze verdiende bij als poetsvrouw.

 

Interview met Liese, 8 augustus 2006.

Liese werd in 1935 geboren in een West-Vlaams dorpje. Ze had twee jongere broers. Haar vader was vlasarbeider. Toen ze tien was stierf haar moeder. Ze menstrueerde voor het eerst toen ze veertien was. Vanaf dan deed zij thuis het huishouden, tot ze huwde en kinderen kreeg.

 

Interview met Sophie, 3 augustus 2006.

Sophie is geboren in 1936. Samen met twee broers en drie zussen groeit ze op in een West-Vlaamse stad. Haar vader werkte in een bank, haar moeder was huisvrouw. Toen ze tien was kreeg ze haar maandstonden. Ze was lid van de KBJ. Tot ze trouwde werkte ze als secretaresse. Ze bracht 5 kinderen ter wereld.

 

Interview met Madeleine, 13 januari 2007.

Madeleine werd in 1938 geboren. Haar vader en moeder hadden een kruidenierswinkel. Later was haar vader boekhouder. Ze had nog één zus die vijf jaar jonger was. Dertien was ze, toen ze voor het eerst bloed verloor. Madeleine is naar een internaat naar school geweest tot haar zestien jaar. Ze was lid van de VKAV. Ze huwde en kreeg kinderen. Vanaf de geboorte van haar eerste kind werd ze huisvrouw.

 

Interview met Mira

Mira werd geboren in 1947 in Wallonië. Ze heeft één broer en één zus. Haar vader was steenkapper, haar moeder naaide. Toen ze vijftien jaar kreeg je ze haar regels.

Toen ze trouwde, verhuisde ze naar Vlaanderen. Ze was een bediende.

2/ Schriftelijke bronnen

.

Universiteit of Hogeschool
Moderne Geschiedenis
Publicatiejaar
2007
Kernwoorden
Share this on: