Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Deze bevat alle artikels en full text scripties van deelnemende bachelors en masters aan de Vlaamse Scriptieprijs.

COMPARISON OF DIFFERENT STATIONARY PHASES IN SUPERCRITICAL FLUID CHROMATOGRAPHY TO PREDICT THE SKIN PERMEABILITY OF PHARMACEUTICAL COMPOUNDS

Rosemarie Verellen
De vergelijking van meerdere stationaire fasen in superkritische vloeistofchromatografie om de huidpermeabiliteit te voorspellen.

Het effect van de maximumfactuur op het aankoopgedrag van patiënten in het kader van psychoactieve geneesmiddelen

Tinne Vanhooydonck
De maximumfactuur is een systeem dat door de overheid werd ingevoerd om te garanderen dat de medische kosten van gezinnen niet te hoog oplopen. In dit systeem wordt een maximumbedrag ingesteld en dit bedrag is afhankelijk van het inkomen, de sociale klasse, de leeftijd en eventuele chronische aandoeningen van de gezinsleden. Wanneer de totale medische kosten van een gezin dit maximumbedrag bereiken, zullen de kosten die worden gemaakt gedurende de rest van dat kalenderjaar worden terugbetaald door de verzekeringsinstelling.

In 2015 voerde de overheid een nieuwe terugbetalingsmaatregel in voor de maximumfactuur. Tot op dat moment moesten gezinnen twee jaar of langer wachten op de terugbetaling van geneesmiddelen die ze aankochten na het bereiken van het maximumbedrag. Vanaf 2015 wordt de terugbetaling automatisch verrekend in de apotheek en moet de patiënt deze kosten niet meer voorschieten.

In deze masterproef werden verkoopcijfers geanalyseerd om na te gaan of de maximumfactuur effect heeft op het aankoopgedrag van patiënten. Zowel bij de antidepressiva als de opioïde pijnstillers werd een stijging in de verkoop teruggezien in het laatste kwartaal van het kalenderjaar. Aangezien dit de typische periode is waarin gezinnen het maximumbedrag bereiken, kon besloten worden dat wel degelijk meer geneesmiddelen worden afgeleverd aan patiënten wanneer hiervoor niet langer betaald hoeft te worden.

Ook werd gezien dat de verkoopcijfers in januari terug naar hetzelfde niveau dalen als vóór de stijging, wat doet vermoeden dat er meer geneesmiddelen worden afgeleverd dan effectief nodig zijn voor de behandeling. Patiënten slaan dus meer geneesmiddelen in dan nodig wanneer het maximumbedrag is bereikt. Het risico dat deze geneesmiddelen nadien in een illegaal milieu terechtkomen is groot, wat de kans op misbruik van deze geneesmiddelen eveneens vergroot.

Verspreiding ketonen in kaart: van de Premier League tot de Olympische Spelen.

Pieterjan Deprest Daan Paredis
Ketonen zitten niet langer alleen in het wielrennen, maar ook in andere sporten. Bovendien zullen ze in groten getale gebruikt worden op de komende Spelen in Tokyo. Een troefkaart voor rijke landen in de strijd om medailles?

GEBRUIK VAN VALRISICO VERHOGENDE GENEESMIDDELEN, EEN RETROSPECTIEF ONDERZOEK MET FOCUS OP PSYCHOFARMACA BIJ PATIËNTEN OPGENOMEN VIA DE SPOEDAFDELING

Britt Ekendahl
Bepaalde klassen van geneesmiddelen worden in verband gebracht met een verhoogd risico op vallen (o.a. geneesmiddelen die ingrijpen op het centraal zenuwstelsel). Ongeveer 60% van de ouderen die in het ziekenhuis worden opgenomen vanwege een val gebruiken minstens één valrisico verhogend geneesmiddel (fall-risk increasing drug of FRID). In het kader van valpreventie zijn preventieve acties zoals afbouwen van FRIDs van belang.

LINE-1 retrotransposition in neuronal cells - The identification of TNPO1 and TNPO3 as host factors of LINE-1 retrotransposition

Laura Debusschere
Basisonderzoek naar LINE-1 retrotranspositie. Identificatie van nieuwe gastheerfactoren en optimalisatie van LINE-1 retrotranspositie test in neuronale cellijn. Optimalisatie van de detectie van ORF1 proteïne in muizenhersenen.

Effect of Green Tea Extracts Enriched in Epigallocattechin-3-Gallate (GTE-EGCG) on Anatomical and Behavioural Phenotype in a Mouse Model of Down Syndrome

Vicky Van Bulck
In deze thesis wordt het effect van groenetheesupplementen die EGCG bevatten onderzocht op de gezichtsstructuur en cognitieve profiel bij een muismodel voor downsyndroom.

Onderzoek naar de implementatie van medicatiereviews type 3 in de context van reumatoïde artritis

Kaat Stas
Voordat type 3 medication reviews (MR3’s) een volwaardige plaats kunnen krijgen binnen de farmaceutische zorg in Vlaanderen is het van groot belang dat de kwaliteit ervan wordt gewaarborgd. Deze scriptie onderzoekt de huidige kwaliteit van verslagen van MR3's bij reumapatiënten.

Role of BRD4 and MLL1 in HIV transcription and reactivation

Pellaers Eline
In mijn scriptie onderzocht ik de rol van BRD4 in de basale transcriptie en reactivatie van HIV. Ik heb ook het effect van BRD4 remming op de transcriptie van LEDGIN-geheroriënteerd provirus bestudeerd. Verder heb ik MLL1 knock down cellijnen gegenereerd om de bijdrage van MLL1 in 'latency reversal' van HIV te onthullen.

Liver stage malaria - Investigating the interaction between the malaria circumsporozoite protein and host importin-α proteins

Busra Turan Chaymae Abouazza
Malaria is één van de vier dodelijkste infectieziekten en wordt overgebracht door de vrouwelijke Anopheles mug. Deze aandoening wordt veroorzaakt door parasieten van het Plasmodium genus. De levenscyclus begint met de aanwezigheid van sporozoïeten (SPZn) in de bloedbaan van de menselijke
gastheer als gevolg van een beet van een geïnfecteerde mug. Deze SPZn kunnen vervolgens de levercellen bereiken en deze binnendringen met behulp van de interactie tussen hun belangrijkste oppervlakte-eiwit, het circumsporozoïet proteïne (CSP), en hoog-gesulfateerde heparaansulfaatgroepen op de levercellen. Eenmaal in de levercel, wordt verondersteld dat CSP in het cytoplasma terechtkomt en het transport van de transcriptiefactoren naar de celkern verhindert. Op deze manier zou het immuunsysteem van de levercel mogelijk onderdrukt worden en de overleving van de parasiet bevorderd
worden. Pas wanneer de parasiet de bloedfase bereikt, is er sprake van ziekteverschijnselen zoals de kenmerkende koortsaanvallen. Het is van belang dat malaria goed en op tijd wordt behandeld om verdere complicaties te voorkomen. Als behandeling kan er gebruik gemaakt worden van chloroquine- en artemisine-gebaseerde therapieën. De stijgende resistentie tegen deze behandelingen is echter een stimulans voor het vinden van nieuwe middelen. Het doel van deze thesis was om te onderzoeken of er een interactie plaatsvindt tussen de importine-α eiwitten en het CSP van zowel P. falciparum als P. berghei. Om dit te bereiken werden PfaCSPFL en PbeCSPFL recombinant geproduceerd in E. coli en opgezuiverd via chromatografische methoden. Voor
het verkrijgen van de importine-α eiwitten van zowel menselijke als murine oorsprong, werden respectievelijk HepG2 en Hepa1-6 cellen gecultiveerd. Tenslotte werden pull-down assays uitgevoerd om de mogelijke interactie tussen CSP en importine-α eiwitten te onderzoeken.

Development and preclinical evaluation of new theranostic anti-CXCR4 radiopharmaceuticals

Karen Leys
Achtergrond: Onderzoek heeft aangetoond dat de CXCR4 receptor een belangrijke rol speelt bij verschillende kankertypes. Bestaande beeldvorming en therapie zijn niet afdoende voor de nood die er vandaag is. Een theranostische aanpak die specifiek is voor deze receptor zou een waardevolle bijdrage leveren aan de opsporing en behandeling van verschillende kankertypes. DV1-K-(DV3), een peptide bestaande uit D-aminozuren en CXCR4-antagonist, is een interessant vector molecule voor de ontwikkeling van radiofarmaceutische preparaten in een “theranostische setting” en zal voor het eerst getest worden als vectormolecule.
Doel: In deze thesis werd het peptide DV1-K-(DV3) geëvalueerd als vector molecule voor de ontwikkeling van zowel diagnostische en therapeutische radiofarmaceutische preparaten. Er werden verschillende testen mee gedaan om na te gaan of DV1-K-(DV3) geschikt is als theranostische vector met CXCR4 als doelwit.
Methoden: Verschillende modificaties werden toegepast op het peptide, zoals synthese van een FITC-derivaat, een aluminiumfluoride-RESCA-derivaat, aluminiumfluoride en gallium NOTA-derivaten en lutetium en lanthanium DOTA-derivaten. Daarna werden de constructen gelyofiliseerd en werden er affiniteitstesten en calcium-binding proeven op uitgevoerd. De in vivo farmacokinetiek en CXCR4- specificiteit van [18F]AlF-NOTA-DV1-K-(DV3) werden geëvalueerd in gezonde muizen met behulp van µPET/CT en een ex vivo biodistributie studie werd uitgevoerd.
Resultaten: De verschillende modificaties werden succesvol uitgevoerd, met uitzondering van de complexatie van stabiel lanthanium met DOTA-DV1-K-(DV3) en de complexatie van stabiel aluminiumfluoride met NOTA-DV1-K-(DV3). De affiniteitstest en calcium-binding proef toonden aan dat alle geteste constructen inhibitors van CXCR4 waren, weliswaar met verschillende affiniteit en activiteit voor deze receptor. [18F]AlF-NOTA-DV1-K-(DV3) werd succesvol geproduceerd, maar het HPLC analysesysteem moet nog verder geoptimaliseerd worden. De in vivo testen op gezonde muizen toonden gunstige farmacokinetische eigenschappen van [18F]AlF-NOTA-DV1-K-(DV3), zoals snelle klaring en renale excretie. Bovendien werd opname in de lever (waar er zich CXCR4 expressie bevindt) succesvol geblokt met AMD3100, een CXCR4 antagonist, wat duidt op specificiteit van de tracer voor CXCR4 in vivo.
Conclusie: Voorlopige resultaten suggereren dat DV1-K-(DV3) een veelbelovend vectormolecule is voor de ontwikkeling van nieuwe diagnostische en therapeutische radiofarmaceutische preparaten met CXCR4 als doelwit.

Development of a protocol to question health care workers considering oral thrush in infants

Anne-Florence Moerman
In deze scriptie zijn 15 richtlijnen samengevat omtrent de diagnose en behandeling van spruwinfecties bij zuigelingen en moeders. Daarnaast zijn er op basis van die samenvatting vragenlijsten opgesteld voor apothekers, vroedvrouwen, arsten en pediaters omtrent spruwinfecties tijdens de borstvoedingsperiode. De scriptie bevat ook een berekening van de gemiddelde kost van de behandeling van een spruwinfectie van een kind.

De gootsteen als bron van transmissie voor VIM metallo-beta-lactamase-producerende Pseudomonas aeruginosa in de intensieve zorgen

Robin Vanstokstraeten
Via laboratoriumtechnieken werd nagegaan of de gootstenen in ziekenhuizen een rol spelen bij de verspreiding van superresistente ziekenhuisbacteriën.

Medicinale cannabis: mythe of evidentie? - Kennistekort bij verpleegkundigen

Corinne Schmit
Deze bachelorproef gaat over medicinale cannabis. Het geeft extra theoretische informatie omtrent medicinale cannabis zoals indicaties, contra-indicaties, bijwerkingen, ect. Het tweede luik geeft extra informatie naar verpleegkundigen toe. Wat is hun taak/rol, wat kunnen zij betekenen voor de patiënt ...

Persistent genital arousal disorder bij vrouwen: een systematische literatuurstudie

Ina Van Ransbeeck
In deze masterproef wordt het voorkomen van ‘persistent genital arousal disorder’ (PGAD) bij vrouwen belicht. PGAD is een voorbeeld waarbij er een dissociatie bestaat tussen de genitale en psychologische seksuele respons. Dit heeft vaak fysieke en psychologische gevolgen en dus een negatieve invloed op het welzijn van de vrouw. In mijn scriptie ga ik op zoek naar de oorzaken van deze aandoening waarover consensus bestaat binnen de literatuur, alsook naar mogelijke behandelingen.

Application of a mu-opioid bio-assay for toxicological screening and for evaluation of biased signaling of designer opioids

Marie Deventer
De thesis beschrijft de toepassing van een vernieuwde, verbeterde test voor de detectie van opioïden op authentieke bloedstalen en vergelijkt de resultaten met eerder ontwikkelde test. Daarnaast beschrijft de scriptie ook een studie naar biased signaling ter hoogte van opioïd receptoren.

Kwaliteitsvolle medische beeldvorming bij kleine proefdieren

Flore Stappers
Bij het stellen van een klinische diagnose is een goede beeldkwaliteit bij een scan essentieel. Preklinische in vivo imaging wordt vaak in de medische wereld gebruikt, zoals bij onderzoek naar kanker, hart- en vaatziekten, orthopedie … Door een correcte monitoring van de proefdieren zijn de bekomen resultaten betrouwbaar en bruikbaar.

Validatie van een kwantitatieve screeningsmethode voor 7 beta-blokkers in bloed met behulp van LC-MS/MS

Flo Elsen
Screening is de eerste stap in het toxicologische proces. Het wordt gebruikt om de componenten te identificeren die aanwezig zijn in het staal. Screening is een kwalitatieve methode, bijgevolg kan het slechts een indicatie geven over welke stoffen aanwezig of afwezig zijn in het staal, en moet het bevestigd worden door een bevestigingstest. Een nadeel van deze bevestigingstesten is dat ze tijdrovend zijn. Ook zijn deze bevestigingstesten arbeidsintensief en duur.
In dit onderzoek, wordt een kwantitatieve screeningsmethode voor zeven β - blokkers in bloed met gebruik van LC - MS/MS gevalideerd. Een kalibratiecurve met matrix-matchende stalen werd geconstrueerd voor elke β - blokker. Deze kalibratiecurve omvat het hele therapeutische bereik en lage toxische bereik. Accuraatheid en precisie resultaten voldeden aan de voorgestelde criteria, behalve voor nebivololol en propranolol. Bij het gebruik van de methode in de praktijk moet er rekening mee worden gehouden dat er voor deze twee analyten een bepaalde foutmarge op het resultaat bestaat. Matrixeffecten waren binnen een bereik van 105%-143% en opbrengsten binnen een bereik van 6%-15%. Stabiliteitstesten concludeerden dat de β - blokkers stabiel blijven gedurende het hele analytische proces, wat belangrijk is voor de kwantificering. Na validatie werden vijf zaken, met indicatie van β-blokkers, getest om de concentratie van de β-blokker te bepalen en om na te gaan of de concentratie binnen het therapeutisch bereik of bij een toxische of dodelijke concentratie lag.

Kruidnagelolie 0,5% voor de behandeling van trigeminale neuropathie, een multicenter double-blind vehicle-controlled cross-over studie

Gilles Bossuyt
Mijn bachelorproef biedt bewijs en een studie-opzet voor een onderzoek naar de werking van topische kruidnagelolie bij trigeminale neuropathie patiënten.

De ontwikkeling van een selectieve heterogene katalysator voor de dehydrogenatieve "cross-coupling" van o-xylene

Riet Van Deun
Verhogen van de selectiviteit van de oxidatieve koppeling van o-xylene op vaste dragers om zo een duurzamer en meer economisch proces te verkijgen.

Application of activity-based bioassays for the detection of synthetic cannabinoid receptor agonists in Emergency Department serum samples from drug-related cases

Marthe Vandeputte
In deze scriptie werd een nieuwe test voor de detectie van synthetische cannabinoïden geëvalueerd door toepassing op een grote set bloedstalen. De test is gebaseerd op het detecteren van het effect van de drugs in plaats van hun chemische structuur. De veelbelovende resultaten wijzen op het enorme potentieel van deze activiteits-gebaseerde test als alternatieve screeningsmethode voor het opsporen van synthetische cannabinoïden.

Diagnose coloncarcinoom en het verlammend effect op patiëntgerichte communicatie

Debbora Steemans
Een scriptie over kanker en communicatie. Want wat zeg je tegen iemand die kanker heeft? Evidence-based theorie en een zakboekje als educatiemiddel.

Parents' and healthcare providers' perspectives on primary care for children: a comparative study

Sigrid Verhelst Eline Tommelein
Onderzoek vanuit het patiëntenperspectief wint aan belang binnen de gezondheidszorg. Toch werd nog maar zelden onderzocht wat ouders verwachten van een bezoek aan de huisarts of apotheker voor hun ziek kind. Daarom werd nader bestudeerd in welke mate de visie van ouders overeenstemt met deze van de zorgverlener. Daarnaast werd nagegaan in welke mate ouders op de hoogte zijn van het gebruik van een aantal specifieke geneesmiddelen.

INVLOED VAN CYTOCHROOM P450 2D6 (CYP2D6) GENOTYPE OP HET THERAPEUTISCH EFFECT VAN TAMOXIFEN ALS ADJUVANTE THERAPIE BIJ BORSTCARCINOOM

Kristien Rycek
Onderzoek naar de invloed van het CYP2D6-genotype op het therapeutisch effect van tamoxifen bij borstcarcinoom. Er werd geconcludeerd dat genetisch onderzoek niet kan worden gebruikt om het effect van een hormoonbehandeling te voorspellen. Als alternatief kan gekozen worden om plasmaconcentraties in het bloed te monitoren om zo over te gaan tot een persoonlijke dosis per patiënt.

Problemen inzake de behandeling van eczeem bij kinderen: het perspectief van het apotheekteam

Sarah Galle
Deze scriptie gaat over de problemen die een apotheekteam ervaart bij de behandeling van eczeem bij kinderen. Deze masterproef vormt de basis om een interventie te gaan ontwikkelen voor apothekers en apotheekassistenten, met als einddoel de farmaceutische zorg voor kinderen met eczeem te optimaliseren.

Optimalisatie van bewaring van medicatie bij patiënten thuis door middel van huisbezoeken door de apotheker

Lore Janssen
De bewaring van medicatie thuis vormt voor vele patiënten een probleem. Deze scriptie geeft de belangrijkste problemen weer en vooral hoe een apotheker hierop in kan spelen.