Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Deze bevat alle artikels en full text scripties van deelnemende bachelors en masters aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Discriminatie en vertrouwen van de LGBTQ+-community in de politiek: een internationaal perspectief

Krusha Mae Timmermans
Er is weinig informatie over de LGBTQ+-community en hun politiek vertrouwen. Meer specifiek is er weinig tot geen onderzoek gedaan naar de vraag of hun politiek wantrouwen wordt beïnvloed door de discriminatie die zij ervaren. Deze masterproef analyseert de mogelijke verschillen tussen het politiek vertrouwen, de discriminatie en de politieke participatie van de Belgische en de Hongaarse LGBTQ+-community, en of deze met elkaar verband houden. Uit de analyse van de ESS-enquêtegegevens blijkt dat dat niet het geval is voor al deze factoren. Discriminatie en politiek vertrouwen correleren over het algemeen wel, maar dat lijkt niet hetzelfde te zijn voor discriminatie en politiek vertrouwen van de Belgische en Hongaarse LGBTQ+-gemeenschap specifiek. Deze thesis laat zien hoe de LGBTQ+-community duidelijk niet kan worden veralgemeend naar andere minderheidsgroepen. Deze masterproef bevordert inzicht in hoe politiek wantrouwen, specifiek voor de LGBTQ+-community, kan voortkomen uit verschillende situaties en ervaringen, niet alleen uit de discriminatie die zij ervaren.

Trends en evoluties inzake vrijwillige inzet door jongeren tussen 15 en 30 jaar in Vlaanderen

Aïsha Cordy Laura Anne Emma Vankeirsbilck Alison Dequidt Emily Vanmeenen Manon Detavernier Sara Tanghe
Het concept 'nieuwe vrijwilliger', is dit nog steeds aanwezig? In welke mate is er een match tussen vrijwilligersorganisaties en vrijwilligers? We onderzochten dit aan de hand van de trends en evoluties bij vrijwillige inzet door jongeren tussen 15 en 30 jaar in Vlaanderen.

Geef het jonge kind een stem

Anse Dedeurwaerder Kylie Lasoen Anaïs Mol Justine Bulckaen Lieze Hellin Tessa Huysman Britt Samyn Emma Onderbeke
Deze bachelorproef werd in opdracht van vzw Binnenstad geschreven. Vzw Binnenstad is een organisatie binnen de bijzondere jeugdzorg waar kinderen met een verontrustende situatie geplaatst worden. De begeleiders in leefgroep Huis 3 ervaren dat er weinig voor handen is om rond de plaatsing van de kinderen te communiceren.

Geef het jonge kind een stem

Kylie Lasoen Justine Bulckaen Anaïs Mol Britt Samyn Lieze Hellin Emma Onderbeke Kylie Lasoen Anse Dedeurwaerder Tessa Huysman
Deze bachelorproef werd in opdracht van vzw Binnenstad geschreven, dat is een organisatie binnen de bijzondere jeugdzorg waar kinderen met een verontrustende situatie geplaatst worden. In leefgroep Huis 3 verblijven kinderen van nul tot zes jaar. De begeleiders in leefgroep Huis 3 ervaren dat er weinig voor handen is om rond de plaatsing van de kinderen te communiceren. Er werd opgemerkt dat er voor oudere kinderen meer tools en methodieken voor handen zijn dan voor deze jonge doelgroep.

Nee is Nee

Dahlia De Winter Jana Dekeyser Febe Janssens Iggy Vancraeyveldt Laïsa Wyseur Manon Cloet Laura Platteeuw Axana Thybaut
Ons eindrapport gaat over seksueel grensoverschrijdend gedrag. Hier zijn we aan de slag gegaan met literatuurstudie, kwalitatief onderzoek en het uitwerken van de toolbox.

Escape The Web

Sarah Vermeulen cvo MIRAS
Voor deze bachelorproef werkten we samen met het Centrum voor Volwassenenonderwijs MIRAS te Kortrijk. Cvo MIRAS wilde cursisten sensibiliseren en in beweging zetten met betrekking tot het thema armoede en sociale uitsluiting. Ze stelden ons de vraag om een activerende methodiek te ontwikkelen om cursisten bewust te maken van de armoedeproblematiek. Ze willen de cursisten letterlijk in beweging zetten. De methodiek willen ze systematisch kunnen inzetten tijdens de lessen ‘Maatschappij, Cultuur en Samenwerking’, en tijdens hun jaarlijkse campagne voor de week van verzet tegen armoede. Naar aanleiding hiervan hebben wij volgende centrale onderzoeksvraag opgesteld: “Hoe kunnen we cursisten van cvo MIRAS aan de hand van een activerende methodiek laten reflecteren, in gesprek laten gaan, bewustmaken en sensibiliseren omtrent het thema armoede en sociale uitsluiting?”. Om deze vraag in de diepte te bekijken hebben we een uitgebreide literatuurexploratie uitgevoerd rond verschillende onderdelen. Enerzijds vroegen we ons af wat armoede en sociale uitsluiting concreet inhoudt en hoe deze geëvolueerd is doorheen de tijd. Daarnaast verkenden we de lokale armoedeorganisaties. De beeldvorming rond armoede en sociale uitsluiting komt aan bod. Tenslotte sluiten we af met hedendaagse maatschappelijke situaties die een invloed hebben op dit thema en we onderzochten hoe we kunnen sensibiliseren. Concreet hebben wij een vooronderzoek uitgevoerd door interviews af te nemen van armoedeorganisaties. Voor deze interviews baseerden we ons op de thema’s die we verkend hebben in de literatuuranalyse. We kregen de kans om mee te volgen tijdens een werkveldbezoek en besloten om hier een informele participerende observatie aan te koppelen. Hierdoor hebben we kennis kunnen maken met onze doelgroep, de cursisten. Aan de hand van de informatie die wij haalden uit de literatuuranalyse, de interviews en de informele participatieve observatie, konden we de activerende methodiek uitwerken en onderbouwen. We nemen in de ontwikkeling van onze methodiek mee dat, inspelen op interactie, rekening houden met klare taal en realistische verhalen belangrijke aspecten zijn. Uit de literatuuranalyse blijkt dat armoede een multidimensionaal probleem is. De informele participatieve observatie heeft voor interactie in onze methodiek gezorgd. Onze activerende methodiek, genaamd ‘Escape The Web’, is een armoedewandeling met een twist. We hebben elementen uit escaperooms geïntegreerd om de wandeling interactief te maken. We werkten zes verschillende casussen uit. Doorheen de casus komt de cursist in contact met armoede en/of sociale uitsluiting. De wandeling, die ondersteund wordt door de app ‘Actionbound’, is een ‘dag in het leven’ van een persoon in een armoedesituatie. Ze vertrekken met een draagtas waar er verschillende materialen inzitten. Door middel van opdrachten gaan ze naar de volgende (armoede)organisatie. Er wordt afgesloten met een groepsgesprek. Elke groep zal samen met een andere groep de armoedewandeling belichten aan de hand van reflectievragen. Op deze manier gaan de cursisten letterlijk in gesprek met betrekking tot de thema’s armoede en sociale uitsluiting. Aan de hand van deze reflectie vragen krijgt elke groep de kans om hun beleving, de geziene organisaties en de levensdomeinen van armoede uit te wisselen.

Een beroep op het zwijgrecht: fundamenteel recht van verdediging of mes in eigen rug?

Camille De Ridder
Aan de hand van een literatuuronderzoek en een empirisch onderzoek werd onderzocht of rechters het zwijgen door verdachten (mogen) meenemen in de straftoemeting. Enerzijds werd nagegaan in hoeverre zwijgen juridisch gezien consequenties mag hebben in de fase van de straftoemeting (law in the books). Of anders gesteld: zijn er juridische beperkingen aan het zwijgrecht? Anderzijds werd onderzocht of rechters zich in de praktijk kunnen houden aan deze beperkingen en of zij niet verder gaan dan juridisch voorzien (law in action).

Geldt een pandemie als overmacht in het verbintenissenrecht

Caro Stuer
1. Het uitgangspunt is dat een overeenkomst die geldig wordt aangegaan, de partijen tot wet strekt. Een pandemie kan daar een voorbeeld van zijn een omstandigheid die het moeilijk of onmogelijk maakt een verbintenis na te komen. Overmacht zou ervoor kunnen zorgen dat een schuldenaar wordt bevrijd van zijn contractuele verbintenis.
2. Om na te gaan of er in de context van de coronacrisis sprake is van overmacht, dient in de eerste plaats te worden nagegaan of er sprake is van een toestand waarbij de schuldenaar kampt met een financieel onvermogen. In de meeste gevallen is dit in het kader van een handelshuurovereenkomst.
Luidt het antwoord positief, dan kan men er kort over zijn. De kans is groot dat de rechter de rechtsgrond overmacht niet zal aanvaarden. De meerderheid en de meest recente rechtspraak verwijst naar het cassatiearrest van 28 juni 2018. Het Hof van Cassatie aanvaardt namelijk niet dat financieel onvermogen een kwalificatie tot overmacht rechtvaardigt. Het Franse Hof van Cassatie aanvaardt dit evenmin.
Luidt het antwoord daarentegen negatief en is er geen sprake van een financieel onvermogen in hoofde van de schuldenaar, dan dient te worden nagegaan of aan de toepassingsvoorwaarden van overmacht is voldaan.
3. Er moet bij elke met corona verband houdende situatie geval per geval, sector per
sector, contract per contract worden nagegaan of er sprake is van overmacht.
Een schuldenaar moet zich ingevolge de coronacrisis in de onmogelijkheid bevinden de verbintenis na te komen en de contractuele fout dient ontoerekenbaar te zijn. Er is nog discussie over de vraag of het nu gaat om een absolute of een relatieve onmogelijkheid. De contractuele wanprestatie dient onvoorzienbaar en onvermijdbaar te zijn.
Indien aan de toepassingsvoorwaarden van overmacht niet voldaan is, dan is er geen sprake van overmacht. Er kan dan worden onderzocht of er beroep kan worden gedaan op de alternatieven van overmacht: de wijziging van de overeenkomst, de ontbinding, contractuele clausules of de uitvoering te goeder trouw.

4. Het eerste alternatief voor overmacht is de wijziging van de overeenkomst.
Een contract kan alleen gewijzigd of opgezegd worden mits wederzijdse toestemming van de partijen of op grond van de wet. Dit standpunt wordt gevolgd in het Franse recht en in het nieuwe Burgerlijk Wetboek.
5. Het tweede alternatief is de ontbinding van de overeenkomst. Wanneer de gedwongen uitvoering niet mogelijk is, kan er een keuze gemaakt worden tussen: de gerechtelijke ontbinding, de ontbinding op kennisgeving of het uitdrukkelijk ontbindend beding.
De ontbinding op kennisgeving werd recentelijk erkend door cassatierechtspraak en zal in het nieuwe Burgerlijke Wetboek een wettelijke grondslag krijgen. De ontbinding op kennisgeving is wellicht geïnspireerd op het Franse recht. Er dient bij een ontbinding op kennisgeving sprake te zijn van een wederkerig contract, een voldoende gekwalificeerde schending, een ingebrekestelling en een kennisgeving van de beslissing van de schuldeiser aan de andere contractspartij. Het klassieke voorbeeld van een wanprestatie is de niet-betaling van de huurgelden. Wanneer overmacht kan worden vastgesteld, zal er niet aanvaard worden dat er sprake is van een wanprestatie die de ontbinding rechtvaardigt.
6. Het derde alternatief voor overmacht zijn de contractuele clausules. Deze clausules zijn mogelijk nu het verbintenissenrecht van aanvullend recht is. Enerzijds zijn er de overmachtsclausules en anderzijds de imprevisieclausules. In zo een clausule kunnen contractspartijen bedingen welke omstandigheden in aanmerking komen als overmacht of imprevisie en wat de gevolgen zijn van deze kwalificatie op hun contract. Partijen kunnen dus zelf overeenkomen in welke mate een pandemie een impact zal hebben op hun overeenkomst.
In Frankrijk zijn contractuele clausules eveneens mogelijk.
7. Het vierde en laatste alternatief dat in deze thesis wordt voorgesteld voor overmacht, is de uitvoering te goeder trouw.
Er kunnen op grond van de aanvullende werking van de goede trouw bijkomende verbintenissen worden opgelegd aan partijen. Zo dienen de contractspartijen er zich van te onthouden de nakoming van de verbintenis door de wederpartij te bemoeilijken in de context van een pandemie. Er kan ook de verplichting worden afgeleid om bijkomende contractuele regelingen te treffen met het oog op de goede afloop van de basisovereenkomst. Ook het Franse recht en het nieuw Burgerlijk Wetboek geven deze betekenis aan de aanvullende werking van de goede trouw. Een contractspartij die zich in een situatie van overmacht bevindt, kan worden verhinderd zijn verplichtingen te goeder trouw na te komen. Vaak is een onderhandelde oplossing wel opportuun. Zo kan een betalingsuitstel, afbetalingsregeling of een prijsvermindering worden voorgesteld.
Het is bij de matigende werking en bij rechtsmisbruik aan een contractpartij verboden de haar uit de overeenkomt voortvloeiende rechten uit te oefenen op een manier die in strijd is met wat van een redelijke contractpartij mag worden verwacht. Wie in het kader van de coronacrisis de nakoming zou blijven eisen van een ingrijpend gewijzigde overeenkomst, kan zich schuldig maken aan rechtsmisbruik. De schuldenaar dienst daarnaast loyaal redelijke maatregelen te nemen die de schade van de niet-nakoming kunnen matigen of beperken. Deze redenering is in het Franse recht en het nieuw Burgerlijk Wetboek terug te vinden. Het ontbreken van een onderhandelde oplossing, zoals een betalingsuitstel, een afbetalingsregeling of een prijsvermindering, kan leiden tot rechtsmisbruik. De matigende werking staat de toepassing van de risicotheorie in geval van overmacht echter niet in de weg.
8. Imprevisie kan niet als alternatief worden gebruikt voor overmacht in het Belgische recht. Bij imprevisie is er, in tegenstelling tot bij overmacht, sprake van omstandigheden die de uitvoering van de overeenkomst bijzonder moeilijk of aanzienlijk zwaarder maken voor (één van) de partijen. De coronacrisis kan daar een voorbeeld van zijn. De imprevisieleer beoogt een heronderhandeling van de overeenkomst tussen de partijen. Noch het Burgerlijk Wetboek, noch het Hof van Cassatie en noch andere (corona)rechtspraak aanvaarden de imprevisieleer.
De bindende kracht van een overeenkomst blijft het uitgangspunt. Het Franse recht en het nieuwe Burgerlijk Wetboek aanvaarden de imprevisieleer wel.
Partijen kunnen wel steeds een contractuele imprevisieclausule opnemen. De imprevisieleer kan ook min of meer het recht binnensluipen via enerzijds de matigende werking van de goede trouw en de leer van het verbod op rechtsmisbruik en anderzijds door een soepele invulling van het overmachtsbegrip.
We hebben de imprevisieleer niet kunnen gebruiken tijdens de coronapandemie.
Mocht het nieuw Burgerlijk Wetboek al van kracht zijn geweest, had dit een grote invloed gehad op verschillende contracten en zou de rechtspraak vandaag anders luiden.
De aanvaarding van de imprevisieleer tijdens de coronacrisis had er wellicht toe geleid dat overmacht minder snel werd aanvaard.

Een concrete en werkbare visie voor DiverGENT die betekenis geeft aan het leren van onze inclusieve leerling

Julie Van Hoorde
In onze organisatie vernieuwen we samen de visie naar een concrete én doorleefde visie volgens de richtlijnen van schoolontwikkeling. Ons veranderingsproces kan een voorbeeld zijn voor wie zoekt naar een meer inclusieve en diversiteitgerichte visie voor zijn organisatie.

Tackling CLIL challenges: a digital perspective

Nathan Van Herck
Deze scriptie start met een overzicht van de theorie over CLIL en beklemtoont een gezonde, opbouwende kritiek van de CLIL-aanpak, die onderbelicht werd door de populariteit en hipheid van CLIL. Verschillende academische studies worden aangehaald (Bruton, 2011 en 2013; Dallinger, 2016) die de bewering ontkrachten dat CLIL "geen impact zou hebben op inhoudverwerving" (Spratt, 2011). Dallinger (2016: 30) gaat nog een stapje verder en constateert "een negatief CLIL-effect". Zoekende naar een remedie, stelt dit onderzoeksproject als hypothese dat digitale tools en 'flipping the classroom' kunnen compenseren voor het "negatieve CLIL-effect" (ibid.). Als methode werd eerst digitaal CLIL-materiaal ontwikkeld en vervolgens in de lespraktijk gebruikt van de Broederschool Humaniora in Sint-Niklaas. Daarna werden alle betrokken leerkrachten en leerlingen bevraagd over hun perceptie van het digitaal CLIL-materiaal. De resultaten waren gematigd positief: alle leerkrachten waren voorstander en 54,5% van de leerlingen gaf aan dat het digitaal materiaal hen hielp tijdens de les.

Kleuters met weinig sociale wederkerigheid: van inzicht naar uitzicht (praktijkonderzoek in het ondersteuningsnetwerk Oost-Brabant)

Eleonora Tilkin-Franssens
Steeds meer kleuters worden bij het ondersteuningsnetwerk aangemeld met een (gemotiveerd) verslag type 9 of doorverwezen naar het buitengewoon onderwijs. Het ondersteuningsnetwerk waar ik voor werk, is een inclusiemotor die tracht zoveel mogelijk kinderen binnen het gewoon onderwijs tot leren te laten komen binnen het draagvlak van de school.
In dit onderzoek wordt onderzocht hoe ondersteuners leerkrachten beter kunnen begeleiden bij het creëren van een klasomgeving waarin kleuters met weinig sociale wederkerigheid wel tot ontwikkeling kunnen komen en waarbij de leerkracht minder gevoelens van onmacht, stress en handelingsverlegenheid ervaart.
Door uit te zoeken hoe de normale ontwikkeling van een kleuter er uitziet op het domein van sociaal-emotionele ontwikkeling, sociaal-communicatieve ontwikkeling, taalontwikkeling en spelontwikkeling probeert dit onderzoek een manier te vinden om leerkrachten en ondersteuners meer inzicht in de ontwikkeling van hun specifieke kleuter te bieden. Vanuit dat inzicht wordt getracht om te komen tot een beter afgestemde omgeving, aanpak en aanbod naar de kleuter toe.
Dit onderzoek tracht hierbij een antwoord te geven op wat ondersteuners en leerkrachten nodig hebben om dit te kunnen verwezenlijken en wat het gevolg is van een korte interventie op de beleving van de band tussen de leerkracht en de kleuter.
Overkoepelende conclusies trekken was niet mogelijk, aangezien de steekproef te klein was. Er kan wel afgeleid worden dat het inzetten van ondersteuners om de ontwikkeling van het jonge kind beter te begrijpen een meerwaarde kan betekenen.
Daarnaast is het aanreiken van een manier om kinderen te observeren en zo hun ontwikkelingsniveau te bepalen in combinatie met het bepalen van hun beleving van en door anderen een manier om te weten te komen waar net op kan ingezet worden om hun ontwikkeling te stimuleren.
Het opstellen van kleine, haalbare activiteiten om aan de band tussen kleuter en leerkracht te werken terwijl er naar een duidelijk doel wordt toegewerkt, kan ondersteuners helpen om gerichter de leerkrachten te ondersteunen zodat de kleuter zijn/haar ontwikkeling ook wordt gestimuleerd buiten ondersteuningstijd.

“Nee, ik hoor niet bij op school” Noden en ervaringen van ex-OKAN-leerlingen over ‘self-confidence’ en psychosociaal welzijn in het eerste reguliere schooljaar

Derrick Agyemang
Het psychosociaal welzijn en ‘self-confidence’ van anderstalige leerlingen in hun eerste schooljaar krijgt weinig aandacht in het onderwijs. Van deze jongeren verwacht men dat ze zich aanpassen aan de nieuwe schoolsituatie waarin men terecht komt en zullen presteren. Maar scholen vergeten dikwijls dat deze jongeren met verschillende, soms traumatische ervaringen naar België komen die niet verwerkt zijn in OKAN. Dit heeft dan mogelijk een effect op hun zelfvertrouwen, waardoor ze zich niet goed voelen of niet het gevoel hebben erbij te horen en dit dan mogelijk een impact heeft op de academische prestaties. Dit proces wordt bemoeilijkt door de sociale uitsluiting waarmee veel anderstalige jongeren geconfronteerd worden in hun eerste schooljaar in de vervolgschool.

Het doel van dit onderzoek is achterhalen hoe ‘self-confidence’ en psychosociaal welzijn op school ondersteund kan worden. Van daaruit kunnen suggesties gedaan worden hoe scholen deze jongeren kunnen benaderen, vooral in hun eerste schooljaar in de vervolgschool. Door het gebruik maken van een semigestructureerd interview wordt getracht mogelijke antwoorden te vinden wat de noden zijn van deze jongeren. Op grond van de informatie die verkregen is, wordt een brochure gemaakt voor scholen en meer bepaald hoe leerkrachten deze elementen van ex-OKAN-leerlingen kunnen ondersteunen. De participanten (ex-OKAN-leerlingen) worden gerekruteerd op KTA OKAN Brugge.

Uit dit onderzoek blijkt dat de overgang qua schoolervaring van moederland naar België soms onzekerheden met zich meebrengen bij nieuw ingestroomde ex-OKAN-leerlingen. Het verschil tussen het schoolsysteem kan ervoor zorgen dat ze twijfels krijgen over hun eigen bekwaamheid. Ook speelt het Nederlands een rol bij de schoolse omgang met klasgenoten en leerkrachten. Ze vertellen dat ze vaak niet te durven praten omdat ze uitgelachen worden om hun Nederlands. Daarnaast geven ze aan dat ze soms het gevoel hebben er niet bij te horen omdat leerkrachten soms dialect spreken in de les en geen rekening houden met hen. Er werd ook over hun traumatische gebeurtenis, de last en de verwerking ervan gepraat. Zo vertellen de meeste participanten dat ze geen vertrouwensgevoel hebben in de vervolgschool en dat ze het gevoel hebben niet terecht te kunnen op school voor hulp.

Onderzoek naar variabelen die een invloed kunnen hebben op de selectie van educatieve apps door leerkrachten secundair onderwijs.

Tom De Schepper
Ontwikkelaars van digitale leermiddelen houden in hun business model doorgaans enkel rekening met de prijs van de ontwikkeling en het kanaal waarlangs de leermiddelen verspreid worden. In deze educatieve masterproef onderzoeken we de verwachtingen van leerkrachten.

ONDERHANDE(LE)N: Een mixed methods onderzoek naar consent in een BDSM-context

Dries Slootmans
In deze thesis werd onderzocht hoe consent door homoseksuele mannen wordt beleefd, in een BDSM-
context. Er wordt geprobeerd om een antwoord te bieden op de onderzoeksvraag: “Wat is de betekenis
van consent en hoe beleven homoseksuele mannen met een voorkeur voor BDSM consent in een
BDSM-context?” die werd bekomen aan de hand van een literatuurstudie waaruit blijkt dat consent een
centrale plaats heeft binnen BDSM.

Het eerste deel van het onderzoek bestaat uit een literatuurstudie, waarin de literatuur rond BDSM en
consent in kaart wordt gebracht. In het tweede deel van het onderzoek wordt de methodologie
behandeld waarin het opzet van een mixed methods onderzoek wordt beschreven.

Het derde deel van het onderzoek geeft de resultaten weer die werden bekomen aan de hand van een
vragenlijst en een interview. De vragenlijst werd ingevuld door 142 participanten en is opgebouwd uit
zes secties: demografische kenmerken (1), persoonlijkheidskenmerken (2), seksuele geschiedenis en
activiteit (3), BDSM (4), relationele en seksuele tevredenheid (5) en consent (6). Het interview werd
afgenomen bij 9 participanten en is opgebouwd uit drie secties: BDSM (1), consent (2) en seksueel
grensoverschrijdend gedrag (3). Deze thema’s worden uitvoerig beschreven in het resultatenhoofdstuk.

In het vierde deel van het onderzoek worden de resultaten gelinkt aan de literatuur en worden de
beperkingen van het onderzoek geformuleerd. In het vijfde deel van het onderzoek wordt er een
antwoord geformuleerd op de onderzoeksvraag. In het zesde deel van het onderzoek worden
aanbevelingen voor toekomstig onderzoek geformuleerd.

De participanten hechten aanzienlijk veel waarde aan consent. Ze proberen steeds expliciet te
communiceren over grenzen om tot harde spelregels te komen waaraan iedereen verwacht wordt zich
te houden. Met deze regels wordt toegestemd, en vanaf dat moment wordt er een relationeel contract
ondertekend tussen twee of meerdere personen. Enkel een stopwoord kan op ieder moment het
contract beëindigen. Echter, met behulp van verbale en non-verbale communicatie wordt het contract
volgens het principe van trial en error voortdurend bijgeschaafd.

Hoe wij kijken naar Congo - impact van de onafhankelijkheid, de staatsverontschuldigingen en de BLM beweging op de representatie van Congo in Vlaamse kranten.

Indra Albrecht
Analyse van Vlaamse kranten naar discours betreffende Congo.

ARCHEOLOGIE VAN DE LAATMIDDELEEUWSE ‘HETEROSEKSUALITEIT’ Onderzoek naar ‘heteroseksualiteit’ in de late middeleeuwen in de Lage Landen aan de hand van seksuele insignes.

Lisa Fenucci
Onderzoek naar ‘heteroseksualiteit’ in de late middeleeuwen in de Lage Landen aan de hand van seksuele insignes.

Muziek in erfgoed Herbestemming van monumenten tot concertzalen in Vlaanderen

Raphael De Mey
Deze thesis beoogt om op basis van voornamelijk akoestisch theoretische toetsing van bestaande cases en hun erfgoedwaarden enkele algemene aandachtspunten mee te geven die een tool kunnen zijn bij het herbestemmen van monumenten tot concertzalen.

Mag het iets extremer zijn?

Hanne Vandenbroucke
De masterproef bespreekt de normalisering van extreemrechts discours in de Vlaamse nieuwsmedia. Een kwalitatieve vergelijking van het taalgebruik in tweets door politici over de vechtpartij op het strand van Blankenberge in 2020 enerzijds, en krantenartikelen over hetzelfde incident anderzijds, toont aan dat journalisten het discours van (uiterst) rechts overnemen in hun berichtgeving.

Alles is goed, behalve wat beter is.

Yde Keunen
Deze scriptie onderzoekt, aan de hand van interviews, de smaakoordelen bij Gentse muzikanten. De nadruk ligt daarbij op de hiërarchie die ontstaat tussen soorten van oordelen. Bovendien wordt de impact van professionalisme in de wereld van de popmuziek in kaart gebracht.

Draw-a-scientist-test bij Vlaamse lagereschoolkinderen

Lise Reniers
Aan de hand van de draw-a-scientist-test wordt er nagegaan welk beeld Vlaamse lagereschoolkinderen hebben over wetenschap(pers).

Verbinding in tijden van afzondering: de coronacrisis als initiator in werkelijke verbondenheid

Rosanne Buyle
Ik onderzocht op welke manieren je de (ervaring van) verbinding kan versterken in het algemeen en
specifiek tijdens een feitelijke afzondering zoals quarantaine of lockdown vanuit een psychologische, biologische en levensbeschouwelijke invalshoek.

Workers (dis)abilities and required conditions

Victor Matthys Jaron Devloo
In ons werk ligt de nadruk op de voordelen van een handicap, een aspect dat in onze samenleving te weinig belicht wordt. U kunt nieuwe inzichten verwachten over hoe mensen met een handicap in staat zijn om uit te blinken door hun handicap.

Bouwen aan de UGent - Hoe duurzaam is het en wat kan er beter?

Sara Helsen
Bouwen en gebouwen hebben een grote impact op het leefmilieu. Als grootgrondbezitter en universiteit heeft de Universiteit Gent een voorbeeldrol te spelen. In deze masterproef wordt onderzocht hoe duurzaam de UGent bouwt en wat er beter kan.

De toegankelijkheid van het openbaar vervoer met oog op een inclusieve samenleving: Vanuit het ergotherapeutisch denkkader

Emma Vandevijver Jolien Goossens
België is een land waarin iedereen wel eens het openbaar vervoer gebruikt, maar hoe staat het nu werkelijk met de toegankelijkheid van onze perrons, gebouwen en voertuigen? Is de Gentse infrastructuur te evenaren met pakweg Helsinki of Wenen? Deze bachelorproef vestigt de aandacht op mogelijke verbeterpunten voor de stad Gent zodat er geëvolueerd kan worden naar een zo inclusief mogelijk transportnetwerk. Aan de hand van literatuuronderzoek en observaties werden verschillende aandachtspunten vergeleken welke samengebracht zijn in een vergelijkende tabel. De beste good practices voor de stad Gent zijn geïntegreerd binnen een allesomvattende infographic.

In vitro investigation of the potential of Saccharomyces cerevisiae and Lactobacillus-based probiotics against vaginal candidiasis

Mart Sillen
In vitro onderzoek naar het potentieel van Saccharomyces cerevisiae en Lactobacillus gebaseerde probiotica tegen vaginale candidiasis.