Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Deze bevat alle artikels en full text scripties van deelnemende bachelors en masters aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Teacher shortage, or rather a shortage of teachers of color?

Sander Hoeven
Een empirisch onderzoek dat tracht te achterhalen of 'het hebben van sociale impact' een motivator is, of kan zijn, voor Vlaamse jongeren met een migratieachtergrond om zélf leerkracht te worden - hetgeen onrustwekkend weinig gebeurt en daardoor talloze negatieve gevolgen voortbrengt.

Een duik in de leeswereld van 1B. Hoe kunnen we zorgen voor een stimulerende leeswereld, op maat van de leerling uit 1B?

Fien Van Raemdonck Fleur De Poorter Rayke Mannaert Ine Van Haevermaete
We namen een duik in de leeswereld van 1B en ontwikkelden een leesetiket dat specifiek gericht is op de huidige noden en behoeften van deze leerlingen.

Nee is Nee

Dahlia De Winter Jana Dekeyser Febe Janssens Iggy Vancraeyveldt Laïsa Wyseur Manon Cloet Laura Platteeuw Axana Thybaut
Ons eindrapport gaat over seksueel grensoverschrijdend gedrag. Hier zijn we aan de slag gegaan met literatuurstudie, kwalitatief onderzoek en het uitwerken van de toolbox.

Escape The Web

Sarah Vermeulen cvo MIRAS
Voor deze bachelorproef werkten we samen met het Centrum voor Volwassenenonderwijs MIRAS te Kortrijk. Cvo MIRAS wilde cursisten sensibiliseren en in beweging zetten met betrekking tot het thema armoede en sociale uitsluiting. Ze stelden ons de vraag om een activerende methodiek te ontwikkelen om cursisten bewust te maken van de armoedeproblematiek. Ze willen de cursisten letterlijk in beweging zetten. De methodiek willen ze systematisch kunnen inzetten tijdens de lessen ‘Maatschappij, Cultuur en Samenwerking’, en tijdens hun jaarlijkse campagne voor de week van verzet tegen armoede. Naar aanleiding hiervan hebben wij volgende centrale onderzoeksvraag opgesteld: “Hoe kunnen we cursisten van cvo MIRAS aan de hand van een activerende methodiek laten reflecteren, in gesprek laten gaan, bewustmaken en sensibiliseren omtrent het thema armoede en sociale uitsluiting?”. Om deze vraag in de diepte te bekijken hebben we een uitgebreide literatuurexploratie uitgevoerd rond verschillende onderdelen. Enerzijds vroegen we ons af wat armoede en sociale uitsluiting concreet inhoudt en hoe deze geëvolueerd is doorheen de tijd. Daarnaast verkenden we de lokale armoedeorganisaties. De beeldvorming rond armoede en sociale uitsluiting komt aan bod. Tenslotte sluiten we af met hedendaagse maatschappelijke situaties die een invloed hebben op dit thema en we onderzochten hoe we kunnen sensibiliseren. Concreet hebben wij een vooronderzoek uitgevoerd door interviews af te nemen van armoedeorganisaties. Voor deze interviews baseerden we ons op de thema’s die we verkend hebben in de literatuuranalyse. We kregen de kans om mee te volgen tijdens een werkveldbezoek en besloten om hier een informele participerende observatie aan te koppelen. Hierdoor hebben we kennis kunnen maken met onze doelgroep, de cursisten. Aan de hand van de informatie die wij haalden uit de literatuuranalyse, de interviews en de informele participatieve observatie, konden we de activerende methodiek uitwerken en onderbouwen. We nemen in de ontwikkeling van onze methodiek mee dat, inspelen op interactie, rekening houden met klare taal en realistische verhalen belangrijke aspecten zijn. Uit de literatuuranalyse blijkt dat armoede een multidimensionaal probleem is. De informele participatieve observatie heeft voor interactie in onze methodiek gezorgd. Onze activerende methodiek, genaamd ‘Escape The Web’, is een armoedewandeling met een twist. We hebben elementen uit escaperooms geïntegreerd om de wandeling interactief te maken. We werkten zes verschillende casussen uit. Doorheen de casus komt de cursist in contact met armoede en/of sociale uitsluiting. De wandeling, die ondersteund wordt door de app ‘Actionbound’, is een ‘dag in het leven’ van een persoon in een armoedesituatie. Ze vertrekken met een draagtas waar er verschillende materialen inzitten. Door middel van opdrachten gaan ze naar de volgende (armoede)organisatie. Er wordt afgesloten met een groepsgesprek. Elke groep zal samen met een andere groep de armoedewandeling belichten aan de hand van reflectievragen. Op deze manier gaan de cursisten letterlijk in gesprek met betrekking tot de thema’s armoede en sociale uitsluiting. Aan de hand van deze reflectie vragen krijgt elke groep de kans om hun beleving, de geziene organisaties en de levensdomeinen van armoede uit te wisselen.

Academisch optimisme door de bril van de attributietheorie

Ruben Vanrusselt
Kwalitatief onderzoek naar de manier waarop leerkrachten een hoge of lage mate van academisch optimisme verklaren en hoe zij deze oorzaken attribueren.

Kunnen we de leermotivatie voor het vak Frans in de eerste graad a- en b-stroom verhogen met ons didactisch bordspel?

Katrien Matthijs Nele Lombaert
Omdat we merken dat de leerlingen in de eerste graad a- en b-stroom weinig leermotivatie hebben voor de lessen Frans, hebben we zelf een educatief bordspel ontworpen. We hebben duidelijk gekozen voor een bordspel en niet voor een online platform om de schermtijd te beperken en om de spreekvaardigheid, leesvaardigheid, luistervaardigheid en groepsdynamica in de klas te vergroten. Daarbovenop willen we de leerlingen ook warm maken voor de Franse cultuur. Na een test bij 51 leerlingen hebben we 49% meer motivatie kunnen registreren.

Tackling CLIL challenges: a digital perspective

Nathan Van Herck
Deze scriptie start met een overzicht van de theorie over CLIL en beklemtoont een gezonde, opbouwende kritiek van de CLIL-aanpak, die onderbelicht werd door de populariteit en hipheid van CLIL. Verschillende academische studies worden aangehaald (Bruton, 2011 en 2013; Dallinger, 2016) die de bewering ontkrachten dat CLIL "geen impact zou hebben op inhoudverwerving" (Spratt, 2011). Dallinger (2016: 30) gaat nog een stapje verder en constateert "een negatief CLIL-effect". Zoekende naar een remedie, stelt dit onderzoeksproject als hypothese dat digitale tools en 'flipping the classroom' kunnen compenseren voor het "negatieve CLIL-effect" (ibid.). Als methode werd eerst digitaal CLIL-materiaal ontwikkeld en vervolgens in de lespraktijk gebruikt van de Broederschool Humaniora in Sint-Niklaas. Daarna werden alle betrokken leerkrachten en leerlingen bevraagd over hun perceptie van het digitaal CLIL-materiaal. De resultaten waren gematigd positief: alle leerkrachten waren voorstander en 54,5% van de leerlingen gaf aan dat het digitaal materiaal hen hielp tijdens de les.

Kleuters met weinig sociale wederkerigheid: van inzicht naar uitzicht (praktijkonderzoek in het ondersteuningsnetwerk Oost-Brabant)

Eleonora Tilkin-Franssens
Steeds meer kleuters worden bij het ondersteuningsnetwerk aangemeld met een (gemotiveerd) verslag type 9 of doorverwezen naar het buitengewoon onderwijs. Het ondersteuningsnetwerk waar ik voor werk, is een inclusiemotor die tracht zoveel mogelijk kinderen binnen het gewoon onderwijs tot leren te laten komen binnen het draagvlak van de school.
In dit onderzoek wordt onderzocht hoe ondersteuners leerkrachten beter kunnen begeleiden bij het creëren van een klasomgeving waarin kleuters met weinig sociale wederkerigheid wel tot ontwikkeling kunnen komen en waarbij de leerkracht minder gevoelens van onmacht, stress en handelingsverlegenheid ervaart.
Door uit te zoeken hoe de normale ontwikkeling van een kleuter er uitziet op het domein van sociaal-emotionele ontwikkeling, sociaal-communicatieve ontwikkeling, taalontwikkeling en spelontwikkeling probeert dit onderzoek een manier te vinden om leerkrachten en ondersteuners meer inzicht in de ontwikkeling van hun specifieke kleuter te bieden. Vanuit dat inzicht wordt getracht om te komen tot een beter afgestemde omgeving, aanpak en aanbod naar de kleuter toe.
Dit onderzoek tracht hierbij een antwoord te geven op wat ondersteuners en leerkrachten nodig hebben om dit te kunnen verwezenlijken en wat het gevolg is van een korte interventie op de beleving van de band tussen de leerkracht en de kleuter.
Overkoepelende conclusies trekken was niet mogelijk, aangezien de steekproef te klein was. Er kan wel afgeleid worden dat het inzetten van ondersteuners om de ontwikkeling van het jonge kind beter te begrijpen een meerwaarde kan betekenen.
Daarnaast is het aanreiken van een manier om kinderen te observeren en zo hun ontwikkelingsniveau te bepalen in combinatie met het bepalen van hun beleving van en door anderen een manier om te weten te komen waar net op kan ingezet worden om hun ontwikkeling te stimuleren.
Het opstellen van kleine, haalbare activiteiten om aan de band tussen kleuter en leerkracht te werken terwijl er naar een duidelijk doel wordt toegewerkt, kan ondersteuners helpen om gerichter de leerkrachten te ondersteunen zodat de kleuter zijn/haar ontwikkeling ook wordt gestimuleerd buiten ondersteuningstijd.

“Nee, ik hoor niet bij op school” Noden en ervaringen van ex-OKAN-leerlingen over ‘self-confidence’ en psychosociaal welzijn in het eerste reguliere schooljaar

Derrick Agyemang
Het psychosociaal welzijn en ‘self-confidence’ van anderstalige leerlingen in hun eerste schooljaar krijgt weinig aandacht in het onderwijs. Van deze jongeren verwacht men dat ze zich aanpassen aan de nieuwe schoolsituatie waarin men terecht komt en zullen presteren. Maar scholen vergeten dikwijls dat deze jongeren met verschillende, soms traumatische ervaringen naar België komen die niet verwerkt zijn in OKAN. Dit heeft dan mogelijk een effect op hun zelfvertrouwen, waardoor ze zich niet goed voelen of niet het gevoel hebben erbij te horen en dit dan mogelijk een impact heeft op de academische prestaties. Dit proces wordt bemoeilijkt door de sociale uitsluiting waarmee veel anderstalige jongeren geconfronteerd worden in hun eerste schooljaar in de vervolgschool.

Het doel van dit onderzoek is achterhalen hoe ‘self-confidence’ en psychosociaal welzijn op school ondersteund kan worden. Van daaruit kunnen suggesties gedaan worden hoe scholen deze jongeren kunnen benaderen, vooral in hun eerste schooljaar in de vervolgschool. Door het gebruik maken van een semigestructureerd interview wordt getracht mogelijke antwoorden te vinden wat de noden zijn van deze jongeren. Op grond van de informatie die verkregen is, wordt een brochure gemaakt voor scholen en meer bepaald hoe leerkrachten deze elementen van ex-OKAN-leerlingen kunnen ondersteunen. De participanten (ex-OKAN-leerlingen) worden gerekruteerd op KTA OKAN Brugge.

Uit dit onderzoek blijkt dat de overgang qua schoolervaring van moederland naar België soms onzekerheden met zich meebrengen bij nieuw ingestroomde ex-OKAN-leerlingen. Het verschil tussen het schoolsysteem kan ervoor zorgen dat ze twijfels krijgen over hun eigen bekwaamheid. Ook speelt het Nederlands een rol bij de schoolse omgang met klasgenoten en leerkrachten. Ze vertellen dat ze vaak niet te durven praten omdat ze uitgelachen worden om hun Nederlands. Daarnaast geven ze aan dat ze soms het gevoel hebben er niet bij te horen omdat leerkrachten soms dialect spreken in de les en geen rekening houden met hen. Er werd ook over hun traumatische gebeurtenis, de last en de verwerking ervan gepraat. Zo vertellen de meeste participanten dat ze geen vertrouwensgevoel hebben in de vervolgschool en dat ze het gevoel hebben niet terecht te kunnen op school voor hulp.

Onderzoek naar variabelen die een invloed kunnen hebben op de selectie van educatieve apps door leerkrachten secundair onderwijs.

Tom De Schepper
Ontwikkelaars van digitale leermiddelen houden in hun business model doorgaans enkel rekening met de prijs van de ontwikkeling en het kanaal waarlangs de leermiddelen verspreid worden. In deze educatieve masterproef onderzoeken we de verwachtingen van leerkrachten.

Betrokkenheid van anderstalige ouders bij het onderwijs van hun kind

Shana De Keyser
De rol die scholen kunnen spelen in het stimuleren van de ouderbetrokkenheid van hun anderstalige ouders. Een analyse van een lopend project in vijf Antwerpse basisscholen.

Terentianus Maurus: poeta doctus, grammaticus et magister - Een onderzoek naar de functie van de poetae novelli in Maurus' De Metris en een analyse van Latijnse metriek in het Vlaamse onderwijs

Jolien Van Roy
Een onderzoek naar het gebruik van de functie van fragmenten van de poetae novelli in Terentianus Maurus' De Metris. Aangevuld met een beknopte analyse van het aanleren van Latijnse metriek in het hedendaagse Vlaamse onderwijs.

Draw-a-scientist-test bij Vlaamse lagereschoolkinderen

Lise Reniers
Aan de hand van de draw-a-scientist-test wordt er nagegaan welk beeld Vlaamse lagereschoolkinderen hebben over wetenschap(pers).

Syntax in de turnzaal: het effect van een les woordvolgorde geïntegreerd met sport

Judith Van Braeckel
In deze scriptie wordt het effect van lessen woordvolgorde gecombineerd met beweging onderzocht. Twee OKAN-klassen kregen een traditionele les over Nederlandse woordvolgorde in het klaslokaal en twee lessen Nederlandse woordvolgorde met beweging in de turnzaal, telkens gevolgd door een vragenlijst en een kennistest over woordvolgorde. De resultaten geven aan dat er een mogelijke leerwinst schuilt in gecombineerde lessen met beweging, maar dat er verschillende voorwaarden aan verbonden zijn, die verder onderzoek vereisen.

Hoe kan een kleuteronderwijzer(es) kanker een plaats geven in de klas wanneer hij/zij hiermee te maken krijgt?

Sarah Bovens
Juf Griet staat al 30 jaar in het kleuteronderwijs. Ze kreeg in haar loopbaan meermaals te maken met kanker. Doorgaans betrof het familieleden van kleuters, maar tijdens de schooljaren 2013-2014 en 2014-2015 had ze een kleuter met kanker in de klas. Het verhaal van juf Griet is helaas geen alleenstaand geval.

The reappearance of logic in Flemish secondary mathematics education

Alexander Holvoet
Nu logica opgenomen is in de eindtermen voor wiskunde, zitten wiskundeleerkrachten met de handen in het haar. Deze thesis onderzoekt de theoretische aard en didactische functie van logica. De nieuwe eindtermen worden tegen een academisch licht gehouden, en voorstellen tot verbetering worden opgelijst. De thesis culmineert in het ontwerpen van extra ondersteunend lesmateriaal, gefundeerd op de beschikbare literatuur.

Peer Support in het secundair onderwijs

Lynn Regemortels
Peer Support in het secundair onderwijs gaat over de kracht van jongeren inzetten in het schoolmilieu. Jongeren die anderen jongeren helpen bij moeilijkheden en een luisterend oor bieden.

Dansen op het slappe koord: een studie naar grensoverschrijdend gedrag in de professionele danssector

Matilde Willemyns
Hoewel de MeToo-beweging al sinds 2017 actief ijvert voor betere omstandigheden in de cultuursector, blijkt deze problematiek nog steeds branded actueel, met de open brief van dansers gericht aan Jan Fabre als een van de meest besproken gevallen. De professionele danssector bevindt zich namelijk in een bijzonder kwetsbare positie. Want hoe stel je grenzen in een job waarbij het lichaam hét instrument is? Om dit te beantwoorden werd er met een kwalitatief onderzoek dieper ingegaan op hoe jonge vrouwelijke professionele dansers hun grenzen opstellen vanuit de complexe interactiestructuur in de danswereld.

Met de loep op onderzoek in de groene buitenruimte - Het kinderlabo in actie

Sarah Kestemont
Als kleuterleerkracht openstaan voor de ruimte die een kind nodig heeft om op onderzoek uit te gaan en vragen te stellen in de groene buitenruimte, blijkt soms makkelijker gezegd dan gedaan. Het is overduidelijk een proces waar je ook als professional in moet groeien.
Iedere kleuterleerkracht wil uiteraard die onderzoekende houding stimuleren bij deze leeftijdsgroep, maar meer dan anders betekent het afstappen van het traditionele uitwerken van thema’s en vooral durven openstaan voor het onbekende...

Game Based Learning

Eline Stuer Eline Stuer Amber Hermans Xamira Haeck Ine Hapers Evelien Hermans
In ons onderzoek gingen we na wat leerkrachten nodig hebben om game-based learning in te zetten in de klas.
We kwamen hieraan tegemoet door hen gebruiksklare sjablonen aan te bieden.

Meertaligheid; Vroeg vreemdetalenonderwijs in Vlaanderen.

Linn Eynatten
Onderzoek naar de vraag of leerkrachten de voorkennis van hun leerlingen bepalen bij het geven van vreemde talenonderwijs in de basisschool. Wat kunnen bepalende factoren zijn om dit al dan niet te doen.

De kunst van creatief onderwijs

Sarah Awad
Dit praktijkonderzoek heeft als doel inzicht te krijgen in de wijze waarop het Steineronderwijs in Vlaanderen volgens hun pedagogie en filosofie hun ASO-leerlingen voorbereidt op het leven. Hierin staat de vraag centraal: wat is de meerwaarde van kunstzinnigheid en creativiteit in het secundair onderwijs en hoe vertaalt zich dat in het Steineronderwijs. Aansluitend hierop worden de sterktes en de zwaktes van dit type onderwijs verder onderzocht. Naast een uitgebreide literatuurstudie werden er diepte-interviews afgenomen van oud-leerlingen van MSV en Werner Govaerts, coördinerend directeur van de Federatie Steinerscholen. Deze scriptie werd geschreven naar aanleiding van een politieke tendens waarbij kunstzinnige vakken in het secundair onderwijs sterk worden teruggeschroefd. Er wordt geconcludeerd dat kunst een noodzaak is voor een brede, optimale ontwikkeling van een jongere. Hierdoor krijgen jongeren de kans om hun eigen stem te laten horen, hun eigen talenten te ontdekken, hun eigen creativiteit te ontwikkelen en hun eigen unieke identiteit tot uitdrukking te brengen. Binnen het Steineronderwijs wordt sterk de nadruk gelegd op die persoonlijke ontwikkeling van de leerlingen. Ze worden niet klaargestoomd om zich aan te passen aan de huidige maatschappelijke verwachtingen maar ondersteund in het groeien naar wie ze in wezen al zijn. Zo kunnen jongeren op een eigen unieke en creatieve wijze een meerwaarde bieden aan de maatschappij.

Ethiek & Klimaatverandering: een achtdelige lessenreeks voor de tweede graad humane wetenschappen

Joren Ossewaarde Aaron Soens Annika Beeck
Voor onze scriptie hebben wij onderzoek gedaan naar de beginsituatie van ethische kennis bij leerlingen uit de derde graad van de humane wetenschappen. Ook hebben wij gekeken wat de beste aanpak is om ethiek aan te brengen bij deze leerlingen. Onze bevindingen hebben wij verwerkt in een lespakket over klimaatproblemen en ethiek.

Dyscalculie binnen het ASO: Wat doen de leerkrachten; Wat zouden de vakleerkrachten kunnen doen?

Jozef Vanneste
Wat weten de leerkrachten in het secundair onderwijs van dyscalculie? Wat doen zij om leerlingen met dyscalculie een faire kans te bieden?
Om ook de vakleerkrachten te overtuigen van hun noodzakelijke hulp is er een vademecum dyscalculie voor de vakleerkracht opgesteld met een twintig tal suggesties waarmee zij het verschil kunnen maken voor de leerling.

De leeslestabel: een hulp bij het ontwerpen van lessen begrijpend lezen

Fien Vandenbussche Eline Boone Quinten De Baets Dolores Devoldere
Een onderzoek naar hoe leraren het leesbegrip bij leerlingen concreet kunnen bevorderen. Vanuit een inventarisatie van wat al dan niet werkt, ontstond een tool - een “leeslestabel” - een instrument om kwaliteitsvolle leeslessen te garanderen.