Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Deze bevat alle artikels en full text scripties van deelnemende bachelors en masters aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Discriminatie en vertrouwen van de LGBTQ+-community in de politiek: een internationaal perspectief

Krusha Mae Timmermans
Er is weinig informatie over de LGBTQ+-community en hun politiek vertrouwen. Meer specifiek is er weinig tot geen onderzoek gedaan naar de vraag of hun politiek wantrouwen wordt beïnvloed door de discriminatie die zij ervaren. Deze masterproef analyseert de mogelijke verschillen tussen het politiek vertrouwen, de discriminatie en de politieke participatie van de Belgische en de Hongaarse LGBTQ+-community, en of deze met elkaar verband houden. Uit de analyse van de ESS-enquêtegegevens blijkt dat dat niet het geval is voor al deze factoren. Discriminatie en politiek vertrouwen correleren over het algemeen wel, maar dat lijkt niet hetzelfde te zijn voor discriminatie en politiek vertrouwen van de Belgische en Hongaarse LGBTQ+-gemeenschap specifiek. Deze thesis laat zien hoe de LGBTQ+-community duidelijk niet kan worden veralgemeend naar andere minderheidsgroepen. Deze masterproef bevordert inzicht in hoe politiek wantrouwen, specifiek voor de LGBTQ+-community, kan voortkomen uit verschillende situaties en ervaringen, niet alleen uit de discriminatie die zij ervaren.

Een beroep op het zwijgrecht: fundamenteel recht van verdediging of mes in eigen rug?

Camille De Ridder
Aan de hand van een literatuuronderzoek en een empirisch onderzoek werd onderzocht of rechters het zwijgen door verdachten (mogen) meenemen in de straftoemeting. Enerzijds werd nagegaan in hoeverre zwijgen juridisch gezien consequenties mag hebben in de fase van de straftoemeting (law in the books). Of anders gesteld: zijn er juridische beperkingen aan het zwijgrecht? Anderzijds werd onderzocht of rechters zich in de praktijk kunnen houden aan deze beperkingen en of zij niet verder gaan dan juridisch voorzien (law in action).

Geldt een pandemie als overmacht in het verbintenissenrecht

Caro Stuer
1. Het uitgangspunt is dat een overeenkomst die geldig wordt aangegaan, de partijen tot wet strekt. Een pandemie kan daar een voorbeeld van zijn een omstandigheid die het moeilijk of onmogelijk maakt een verbintenis na te komen. Overmacht zou ervoor kunnen zorgen dat een schuldenaar wordt bevrijd van zijn contractuele verbintenis.
2. Om na te gaan of er in de context van de coronacrisis sprake is van overmacht, dient in de eerste plaats te worden nagegaan of er sprake is van een toestand waarbij de schuldenaar kampt met een financieel onvermogen. In de meeste gevallen is dit in het kader van een handelshuurovereenkomst.
Luidt het antwoord positief, dan kan men er kort over zijn. De kans is groot dat de rechter de rechtsgrond overmacht niet zal aanvaarden. De meerderheid en de meest recente rechtspraak verwijst naar het cassatiearrest van 28 juni 2018. Het Hof van Cassatie aanvaardt namelijk niet dat financieel onvermogen een kwalificatie tot overmacht rechtvaardigt. Het Franse Hof van Cassatie aanvaardt dit evenmin.
Luidt het antwoord daarentegen negatief en is er geen sprake van een financieel onvermogen in hoofde van de schuldenaar, dan dient te worden nagegaan of aan de toepassingsvoorwaarden van overmacht is voldaan.
3. Er moet bij elke met corona verband houdende situatie geval per geval, sector per
sector, contract per contract worden nagegaan of er sprake is van overmacht.
Een schuldenaar moet zich ingevolge de coronacrisis in de onmogelijkheid bevinden de verbintenis na te komen en de contractuele fout dient ontoerekenbaar te zijn. Er is nog discussie over de vraag of het nu gaat om een absolute of een relatieve onmogelijkheid. De contractuele wanprestatie dient onvoorzienbaar en onvermijdbaar te zijn.
Indien aan de toepassingsvoorwaarden van overmacht niet voldaan is, dan is er geen sprake van overmacht. Er kan dan worden onderzocht of er beroep kan worden gedaan op de alternatieven van overmacht: de wijziging van de overeenkomst, de ontbinding, contractuele clausules of de uitvoering te goeder trouw.

4. Het eerste alternatief voor overmacht is de wijziging van de overeenkomst.
Een contract kan alleen gewijzigd of opgezegd worden mits wederzijdse toestemming van de partijen of op grond van de wet. Dit standpunt wordt gevolgd in het Franse recht en in het nieuwe Burgerlijk Wetboek.
5. Het tweede alternatief is de ontbinding van de overeenkomst. Wanneer de gedwongen uitvoering niet mogelijk is, kan er een keuze gemaakt worden tussen: de gerechtelijke ontbinding, de ontbinding op kennisgeving of het uitdrukkelijk ontbindend beding.
De ontbinding op kennisgeving werd recentelijk erkend door cassatierechtspraak en zal in het nieuwe Burgerlijke Wetboek een wettelijke grondslag krijgen. De ontbinding op kennisgeving is wellicht geïnspireerd op het Franse recht. Er dient bij een ontbinding op kennisgeving sprake te zijn van een wederkerig contract, een voldoende gekwalificeerde schending, een ingebrekestelling en een kennisgeving van de beslissing van de schuldeiser aan de andere contractspartij. Het klassieke voorbeeld van een wanprestatie is de niet-betaling van de huurgelden. Wanneer overmacht kan worden vastgesteld, zal er niet aanvaard worden dat er sprake is van een wanprestatie die de ontbinding rechtvaardigt.
6. Het derde alternatief voor overmacht zijn de contractuele clausules. Deze clausules zijn mogelijk nu het verbintenissenrecht van aanvullend recht is. Enerzijds zijn er de overmachtsclausules en anderzijds de imprevisieclausules. In zo een clausule kunnen contractspartijen bedingen welke omstandigheden in aanmerking komen als overmacht of imprevisie en wat de gevolgen zijn van deze kwalificatie op hun contract. Partijen kunnen dus zelf overeenkomen in welke mate een pandemie een impact zal hebben op hun overeenkomst.
In Frankrijk zijn contractuele clausules eveneens mogelijk.
7. Het vierde en laatste alternatief dat in deze thesis wordt voorgesteld voor overmacht, is de uitvoering te goeder trouw.
Er kunnen op grond van de aanvullende werking van de goede trouw bijkomende verbintenissen worden opgelegd aan partijen. Zo dienen de contractspartijen er zich van te onthouden de nakoming van de verbintenis door de wederpartij te bemoeilijken in de context van een pandemie. Er kan ook de verplichting worden afgeleid om bijkomende contractuele regelingen te treffen met het oog op de goede afloop van de basisovereenkomst. Ook het Franse recht en het nieuw Burgerlijk Wetboek geven deze betekenis aan de aanvullende werking van de goede trouw. Een contractspartij die zich in een situatie van overmacht bevindt, kan worden verhinderd zijn verplichtingen te goeder trouw na te komen. Vaak is een onderhandelde oplossing wel opportuun. Zo kan een betalingsuitstel, afbetalingsregeling of een prijsvermindering worden voorgesteld.
Het is bij de matigende werking en bij rechtsmisbruik aan een contractpartij verboden de haar uit de overeenkomt voortvloeiende rechten uit te oefenen op een manier die in strijd is met wat van een redelijke contractpartij mag worden verwacht. Wie in het kader van de coronacrisis de nakoming zou blijven eisen van een ingrijpend gewijzigde overeenkomst, kan zich schuldig maken aan rechtsmisbruik. De schuldenaar dienst daarnaast loyaal redelijke maatregelen te nemen die de schade van de niet-nakoming kunnen matigen of beperken. Deze redenering is in het Franse recht en het nieuw Burgerlijk Wetboek terug te vinden. Het ontbreken van een onderhandelde oplossing, zoals een betalingsuitstel, een afbetalingsregeling of een prijsvermindering, kan leiden tot rechtsmisbruik. De matigende werking staat de toepassing van de risicotheorie in geval van overmacht echter niet in de weg.
8. Imprevisie kan niet als alternatief worden gebruikt voor overmacht in het Belgische recht. Bij imprevisie is er, in tegenstelling tot bij overmacht, sprake van omstandigheden die de uitvoering van de overeenkomst bijzonder moeilijk of aanzienlijk zwaarder maken voor (één van) de partijen. De coronacrisis kan daar een voorbeeld van zijn. De imprevisieleer beoogt een heronderhandeling van de overeenkomst tussen de partijen. Noch het Burgerlijk Wetboek, noch het Hof van Cassatie en noch andere (corona)rechtspraak aanvaarden de imprevisieleer.
De bindende kracht van een overeenkomst blijft het uitgangspunt. Het Franse recht en het nieuwe Burgerlijk Wetboek aanvaarden de imprevisieleer wel.
Partijen kunnen wel steeds een contractuele imprevisieclausule opnemen. De imprevisieleer kan ook min of meer het recht binnensluipen via enerzijds de matigende werking van de goede trouw en de leer van het verbod op rechtsmisbruik en anderzijds door een soepele invulling van het overmachtsbegrip.
We hebben de imprevisieleer niet kunnen gebruiken tijdens de coronapandemie.
Mocht het nieuw Burgerlijk Wetboek al van kracht zijn geweest, had dit een grote invloed gehad op verschillende contracten en zou de rechtspraak vandaag anders luiden.
De aanvaarding van de imprevisieleer tijdens de coronacrisis had er wellicht toe geleid dat overmacht minder snel werd aanvaard.

Rechtspersoonlijkheid voor robots: een rechtsfilosofische afweging vanuit Belgisch juridisch perspectief

Victor Schollaert
Robots zijn in ons recht vandaag niets meer dan voorwerpen. Het wordt tijd om te overwegen of ze de status van personen verdienen in ons recht. Door middel van een rechtsfilosofische afweging wordt in dit onderzoek een voorzichtig positieve balans opgemaakt.

Locked Up, Logged Off: A closer look at protection and provision of Internet access for prisoners within the ECHR framework

Felix Blommaert
Deze masterproef analyseert en bekritiseert de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens inzake internettoegang voor gevangenen op een grondige wijze. Daarenboven trekt het werk een link tussen deze bevindingen en een gelijkaardige zaak hangende voor Belgische rechtbanken.

De samenlevingsovereenkomst inzake wettelijke samenwoning: een voorstel van een model vak akte met enige toelichting

Kelsey Casier
Deze scriptie onderzoekt de
samenlevingsovereenkomst tussen wettelijk samenwonenden en ze beoogt een modelakte op te stellen en
toelichting te bieden waar nodig.

Een kritische analyse van het recht op onderwijs in het internationale recht en diens openheid voor de verankering van de thuistaal van nieuwe minderheden

Joachim Vandevelde
In deze scriptie wordt de mogelijkheid onderzocht van de verankering van de thuistaal van anderstalige kinderen in het onderwijs vanuit het recht op onderwijs en vanuit mogelijke inspiratie van het VRPH.

Abortus, ook een mannenzaak

Amber Scheerlinck Maarten Bockstaele Rano Pulatova Francis Pauwels
In ‘Abortus, ook een mannenzaak’ gaan we op zoek naar de rol van de man in het abortusverhaal. We laten getuigen en experten aan het woord in drie fases. Dit doen we volgens het verloop van een abortusproces: de beslissing, de ingreep en de verwerking.

“Niemand beweert dat met Instagram alleen de wereld gaat veranderen” - Een kwalitatief onderzoek naar activisme via Instagram bij jongeren naar aanleiding van Black Lives Matter

Leonie Van Gerven
Dit onderzoek bestudeert activisme via Instagram en de Black Lives Matter-beweging aan de hand van de ervaringen van jonge Instagram-gebruikers die zich inzetten tegen racisme.

Hoe kunnen we mensen in kwetsbare situaties menswaardig en als participant empoweren richting e-inclusiviteit?

Zozan Kilic
Met dit onderzoek wil Zozan Kilic nagaan hoe de digitale ongelijkheid verkleind kan worden door gebruik
te maken van grondrechten, om professionals en organisaties tools te kunnen meegeven
voor een empowerende ondersteuning waarbij vertrouwen centraal staat.

ONLINE GEBRUIK VAN AFBEELDINGEN VAN LEERLINGEN DOOR SCHOLEN: SCHENDING VAN HET RECHT OP PRIVACY EN GEGEVENSBESCHERMING?

Hanne Van Meirhaeghe
In deze masterproef wordt onderzocht wanneer het online gebruik van afbeeldingen van leerlingen door scholen een schending uitmaakt van het recht op privacy en gegevensbescherming.

Rechts-nationalistische alternatieve online media in Vlaanderen

Paulien Debrie
Dit onderzoek brengt rechtse alternatieve mediaspelers in Vlaanderen in kaart, door enerzijds bronnen te raadplegen die de onderzoeker in staat stelt een lijst te maken van alle bestaande spelers en door anderzijds de kenmerken van rechtse alternatieve media te toetsen aan de gevonden mediaspelers.

De uitzonderingen op auteursrecht in de EU en copyright in de VS: De implementatie van en overeenstemming met de internationaalrechtelijke driestappentoets

Paulien Wymeersch
De driestappentoets is een rechtsnorm die de uitzonderingen op het auteursrecht reguleert. Ondanks vele vermeldingen in internationale en EU-rechtsinstrumenten, is er nog onduidelijkheid over de precieze inhoud en draagwijdte van de driestappentoets.

F*CK THE POLICE? PERCEPTIES VAN JONGEREN OVER DE POLITIE: Een kwalitatief onderzoek naar de meningen en houdingen van jongeren t.a.v. de politie sinds de coronacrisis

Lotte De Vos
Een kwalitatief onderzoek naar de mening en houding van jongeren t.a.v. de politie. Tijdens focusgrepen in klasverband bespraken ze eerdere ervaringen die zij of anderen hadden met de politie. Ook de invloed die de media en de coronacrisis had op de beeldvorming rond politie werd besproken. Tot slot gaven de jongeren aan weke veranderingen in hun ogen kunnen bijdragen aan een betere relatie tussen jongeren en de politie.

Glyfosaat en recht

Anaïs Renard
Deze masterproef beoogt twee basisvragen te beantwoorden. Ten eerste, wat is het juridisch kader rond glyfosaat? Ten tweede, zou een vordering ingesteld kunnen worden voor de milieuschade veroorzaakt door glyfosaathoudende gewasbeschermingsmiddelen?

"Liever in het slachthuis, dan in de badkuip thuis" Botsende waardenkaders rond de islamitische slacht in Antwerpen 1974-1998

Hanane Llouh
Een historisch onderzoek naar de inbedding van de islamitische rituele slacht in Antwerpen tussen 1974 en 1998. Tot welke spanningen, maar ook vormen van mediatie heeft dit geleid? Is er aan het einde van de twintigste eeuw een nieuwe status-quo bereikt met betrekking tot deze religieuze praktijk in de publieke ruimte?

OUT IN FRONT? EEN ONDERZOEK NAAR ZICHTBAARHEIDSMANAGEMENT BIJ VLAAMSE HOLEBILEERKRACHTEN IN HET SECUNDAIR ONDERWIJS.

yente vercauteren
Dit onderzoek bij Vlaamse holebileerkrachten in het secundair onderwijs gaat dieper in op hun betekenisgeving aan zichtbaarheidsmanagement.

Brengt de ideologie van de existentiële band tussen ouders en kinderen de jeugdhulp en jeugdbescherming in moeilijkheden?

Laetitia De Bruyn
De wet bepaalt dat een plaatsing van een kind alleen als laatste redmiddel en met het oog op gezinshereniging mag plaatsvinden, om de grondrechten van zowel ouders als kinderen te eerbiedigen. Het onderhouden van familiebanden is een gevestigde norm in de Belgische jeugdhulp en ligt aan de basis van ons jeugdbescherming systeem. Maar zou het hoofddoel van het werk van de jeugdbeschermers niet eerder moeten gesteld worden in functie van wat het kind in staat stelt zich goed te ontwikkelen, verre van pure ideologische verklaringen rond het belang van de familieband?

Algemene vervoersvoorwaarden: een analyse van de verhouding tussen de algemene voorwaarden van Belgische transportmaatschappijen en het consumentenrecht

Alexander Debouck
Onderzoek naar de algemene vervoersvoorwaarden van de Belgische transportmaatschappijen. In de scriptie is nagegaan of de bepalingen voldoen aan alle vereisten die opgelegd worden ter bescherming van de consument-reiziger.

Het meeroudergezin binnen het huidig recht: sturingsmogelijkheden inzake het ouderlijk gezag en het erfrecht en de giften

Anna Wilmot
Het meeroudergezin, waarbij meer dan twee personen actief instaan voor de opvoeding van het kind, staat in deze masterproef centraal. Daarbij werd onderzocht wat de sturingsmogelijkheden zijn die meeroudergezinnen toelaten enige juridische verankering en bescherming te bekomen, rekening houdende met de afwezigheid van een algemeen wettelijk kader.

The interface question of Science Diplomacy: How do science and diplomacy interact? A case study into the internationalization of Flemish, academic research

Philippe Van Gerwen
Analyse van de internationalisatie van het academische onderzoek aan de Vlaamse universiteiten. Analyse vanuit het Science Diplomacy/wetenschapsdiplomatie domein.

Donorconceptie, een alternatieve vorm van gezinsvorming: De nood aan psychosociale begeleiding van (wens)ouders

Els Willaert
De beslissing over te gaan tot donorconceptie brengt heel wat vragen en uitdagingen met zich mee. Ook tijdens het opgroeien van het kind kunnen zich (nieuwe) vragen voordoen. Waar kunnen (wens)ouders en hun donorgezinnen terecht met al deze vragen? Fertiliteitscentra richten zich voornamelijk tot de (psychologische) begeleiding voor en tijdens de behandeling. Er lijkt dan ook nood te zijn aan en laagdrempelig expertisecentrum. Hier kan elke (wens)ouder en zijn donorgezin terecht tijdens elke fase van de gezinsuitbreiding en nog lang nadien. Binnen de begeleiding staat het (toekomstige) kind en zijn belangen centraal.

De victim-offender overlap bij seksueel geweld: een vergelijkende studie bij slachtoffers, daders, en slachtoffer-daders.

Joke Geeraert
Onderzoek naar personen die zowel slachtoffer als dader zijn van seksueel geweld focust doorgaans op de gemeenschappelijke kenmerken van de personen. Echter, om beleid en hulpverlening beter te kunnen aanpassen, is het van belang om te weten op welk vlak ze verschillen. Uit het thesisonderzoek bleek vooral de mentale gezondheid een rol te spelen om een onderscheid te maken tussen slachtoffers, daders en slachtoffer-daders.

Een passende socialezekerheidsregeling voor zelfstandigen: wat is dat?

Charlotte Pauwels-Devillé
Naar aanleiding van de Aanbeveling Toegang Sociale Bescherming van 8 november 2019, werd de sociale zekerheid voor zelfstandigen onder de loep genomen. Er werd onderzocht wat men verstaat onder een "passende" bescherming en of het Sociaal Statuut der Zelfstandigen hieraan voldoet.

Vraagstukken rond privacy: de zoektocht naar een wettelijk kader voor het gebruik van live facial recognition door de geïntegreerde politie in België

Lotte De Graeve
Enkele problematieken lijken de zoektocht naar een wettelijk kader rond live facial recognition te belemmeren. Deze masterproef onderzoekt wat deze inhouden en formuleert enkele vraagstukken die cruciaal lijken opdat de proportionaliteit en wenselijkheid van de technologie kan worden beoordeeld.