Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Deze bevat alle artikels en full text scripties van deelnemende bachelors en masters aan de Vlaamse Scriptieprijs.

ARCHEOLOGIE VAN DE LAATMIDDELEEUWSE ‘HETEROSEKSUALITEIT’ Onderzoek naar ‘heteroseksualiteit’ in de late middeleeuwen in de Lage Landen aan de hand van seksuele insignes.

Lisa Fenucci
Onderzoek naar ‘heteroseksualiteit’ in de late middeleeuwen in de Lage Landen aan de hand van seksuele insignes.

In vitro investigation of the potential of Saccharomyces cerevisiae and Lactobacillus-based probiotics against vaginal candidiasis

Mart Sillen
In vitro onderzoek naar het potentieel van Saccharomyces cerevisiae en Lactobacillus gebaseerde probiotica tegen vaginale candidiasis.

ARCHEOLOGIE VAN DE LAATMIDDELEEUWSE ‘HETEROSEKSUALITEIT’ Onderzoek naar ‘heteroseksualiteit’ in de late middeleeuwen in de Lage Landen aan de hand van seksuele insignes.

Lisa Fenucci
Onderzoek naar ‘heteroseksualiteit’ in de late middeleeuwen in de Lage Landen aan de hand van seksuele insignes.

De samenlevingsovereenkomst inzake wettelijke samenwoning: een voorstel van een model vak akte met enige toelichting

Kelsey Casier
Deze scriptie onderzoekt de
samenlevingsovereenkomst tussen wettelijk samenwonenden en ze beoogt een modelakte op te stellen en
toelichting te bieden waar nodig.

Abortus, ook een mannenzaak

Amber Scheerlinck Maarten Bockstaele Rano Pulatova Francis Pauwels
In ‘Abortus, ook een mannenzaak’ gaan we op zoek naar de rol van de man in het abortusverhaal. We laten getuigen en experten aan het woord in drie fases. Dit doen we volgens het verloop van een abortusproces: de beslissing, de ingreep en de verwerking.

VERLIES IN DE THERAPIEKAMER. Betekenisreconstructie, post-traumatische groei en de therapeut als ervaringsprofessional.

Daisy Gijbels
Gecombineerd kwantitatief en kwalitatief onderzoek naar hoe therapeuten omgaan met eigen verlies en verlies van cliënten.

De samenvloeiing van mythologie en allegorie in het oeuvre van Anthony Van Dyck

Rebecca Gheyssens
We leven in een beeldende cultuur die voortdurend evolueert en verandert. Mythologie en allegorie maken sinds de klassieke oudheid deel uit van deze wereld. Deze masterproef heeft als doel de materie rond mythologie en allegorie te verduidelijken en een antwoord te bieden op de vraag of er een samenvloeiing van deze elementen is in de barok van de Zuidelijke Nederlanden. Om vervolgens te achterhalen hoe dit tot uiting kwam in het werk van Anthony Van Dyck.

Reflections on Violence and Death in Critical War Games

Samuel Lutters
In deze scriptie verzamelde ik online reflecties over geweld en de dood van spelers die kritische oorlogsgames speelden. Daarbij focuste ik op drie games. Opvallend waren de negatieve emoties die spelers ervaarden. Deze bleken een bron te zijn voor eventuele kritisch reflectie.

Fuck, ik ben eenzaam

Marnik Jacobs Jonas Vanpassel Amber Jacobs Larissa Witters Romy Jaenen
10 maart 2020, de start van de coronacrisis in België. De start van een parcours met ingeperkte vrijheden, opschorting van lessen, sluiting van winkels en horeca. De start van een periode waarin het gebruik van termen als ‘bubbels’, ‘social-distancing’, ‘anderhalve meter’, ‘blijf-in-uw-kot’ en ‘lockdown’ al snel normaal werd. Allemaal maatregelen essentieel om de verspreiding van het COVID-19virus een halt toe te roepen. Maar helaas ook allemaal maatregelen met een enorme impact op de mentale toestand van de Belgische jongeren, in het bijzonder gevoelens van eenzaamheid.

ECO-ANXIETY, IS IT TABOO OR NOT? A closer look at the impact of climate change on people’s well-being and behavior

Mélicia Casneuf
Klimaatverandering is niet meer te ontkennen, maar wat is de impact hiervan op ons mentaal welzijn en gedrag. Via een kwalitatieve studie werd de term eco-anxiety onderzocht.

Slachtoffers van onwetendheid: de kennisverspreiding van het DES-hormoon in België sinds 1971

Antje Van Kerckhove
In 1947 veroverde het DES-hormoon de wereld. Het middel had als doel om miskramen te voorkomen en werd wereldwijd voorgeschreven aan miljoenen zwangere vrouwen. In 1971 werd echter aangetoond dat DES schadelijk was voor de baby’s – zogenaamde DES-kinderen – die als foetus werden blootgesteld aan het hormoon. Vooral DES-dochters liepen ernstige medische risico’s. Bovendien bleek jaren later dat ook DES-kleinkinderen vatbaar zijn voor de gevolgen van DES. Dat het middel in België nog zeker tot 1977 – zes jaar nadat de schadelijkheid formeel werd bewezen – is toegediend aan zwangere vrouwen, doet onderzoeksjournaliste Greet Pluymers en enkele DES-dochters vermoeden dat er sprake is van een dofpotoperatie. Een mogelijke doofpotaffaire zou inderdaad verklaren waarom DES op de markt bleef tussen 1971 en 1977, maar het vormt geen antwoord op de vraag waarom er vandaag in België – in tegenstelling tot bijvoorbeeld de Verenigde Staten en Nederland – nog steeds weinig kennis bestaat of circuleert over de schadelijke gevolgen van het hormoon. Dit onderzoek gaat daarom na hoe de late en gebrekkige kennisverspreiding van DES binnen de Belgische context verklaard kan worden. Daarbij neemt deze studie afstand van een mogelijke doofpotaffaire door op zoek te gaan naar een lange termijn verklaring voor de relatieve onwetendheid over DES in België. Om een licht te werpen op het gebrek aan kenniscirculatie vanaf 1971 steunt dit onderzoek op inzichten uit de agnotologie, een theorie die ervan uitgaat dat onwetendheid het gevolg is van culturele constructies.
Zo bood deze studie – aan de hand van interviews met DES-dochters en gynaecologen – inzicht in de langdurige mechanismen en processen die aan de basis liggen van de gebrekkige kennisverspreiding van het DES-hormoon in België. De rol van ouders en artsen – die golden als de belangrijkste informatieverstrekkers in het kennisproces van DES-dochters – bleek daarbij cruciaal. Indien zij niet optraden als kennisverspreiders, bleven DES-dochters vaak jarenlang in het ongewisse over hun DES-identiteit. Verder wees de analyse uit dat DES-dochters in grote mate afhankelijk waren van toeval voor een juiste diagnostisering. Daarnaast bleek dat de schuldgevoelens van sommige DES-moeders – zeker in huishoudens waar een sterk taboe rustte op infertiliteit – het stilzwijgen van DES in de hand werkte. Op die manier toonde ik aan dat het stigma rond onvruchtbaarheid bijdroeg aan de onwetendheid over DES en niet alle ouders zomaar fungeerden als doorgeefluiken van kennis. Tot slot toonde dit onderzoek aan dat ook gynaecologen hun rol als informatieverstrekkers niet systematisch opnamen. Zo bleek dat artsen – ondanks het feit dat ze sinds het begin van de jaren 1970 geïnformeerd waren over de schadelijkheid van DES – het probleem leken te onderschatten. Deze onderschatting was het gevolg van de overtuiging dat het DES-probleem vanaf het einde van de jaren 1980 verleden tijd was. Maar deze opvatting alleen kon het kennistekort niet verklaren. Andere redenen waren de onzichtbaarheid van het DES-probleem in combinatie met de moeilijkheid om congenitale afwijkingen te linken met het hormoon, de exclusieve focus op fertiliteitsproblemen, het gebrek aan ondervraging
94
en de mogelijk nauwe relaties tussen UCB en de medische wereld. Op die manier ontstond er een algemeen gebrek aan belangstelling voor het DES-probleem in medische kringen in België waar DES-dochters tot op heden het slachtoffer van zijn.

Dyspareunie in de menopauze, hoe het taboe doorbreken?

Sara Corsus
Dyspareunie is een veelvoorkomend ongemak in de menopauze. Door het taboe rond dit onderwerp word het vaak niet besproken en blijft het vervolgens onbehandeld. Deze proef onderzoekt hoe we dit taboe in de maatschappij kunnen doorbreken, om vrouwen met dyspareunie vlotter bij de juiste hulpverlener te krijgen.

Welbevinden van cognitief sterke leerlingen in het basisonderwijs. Bevindingen in gespecialiseerd lager onderwijs tegenover traditioneel onderwijs

Kathleen Vander Cruyssen
Er werd een online cross-sectioneel onderzoek uitgevoerd naar het welbevinden bij 187 leerlingen in het Vlaamse basisonderwijs met een vermoeden of diagnose van hoogbegaafdheid en hun ouders.
Onderzoeksvraag: “Is het welbevinden van cognitief sterke leerlingen die naar een gespecialiseerde lagere school (GS) gaan hoger dan dat van vergelijkbare leerlingen in traditionele scholen?” Aanvullend werd het verschil onderzocht in een gewone school: zonder extra ondersteuning (GO), individueel aangepast moeilijker leeraanbod (IA), deeltijds les met ontwikkelingsgelijken (‘peer grouping’) (PG) en individueel leeraanbod met ook ‘peer grouping’ (IP). Ten slotte werden leerlingen die één of meer leerjaren overgeslagen hebben vergeleken met niet-versnelde leerlingen.
Deze studie toont d.m.v. ANOVA en contrasten grote en positieve effecten aan van ondersteuningsmaatregelen (GS+IA+PG+IP) aan cognitief sterke leerlingen (versus GO) op algemeen welbevinden (d=2.369), tevredenheid algemeen (d=2.819), dingen die je hebt (d=1.825), waar je goed in wil zijn (d=2.616), die je dagelijks doet (d=1.42), relaties (d=1.589)) en schools welbevinden (welbevinden (d=2.977), tevredenheid (d=2.72), betrokkenheid (d=2.472), sociale relaties (d=1.823), pedagogisch klimaat (d=2.906)) en prestaties op rekenen (d=2.638). Volgens de ouders gaat meer aandacht naar kennis verwerven (d=1.623), sociaal emotioneel welzijn (d=3.187), differentiatie en persoonlijke aanpak (d=5.369) en creativiteit (d=2.179) dan in andere scholen.
Wanneer cognitief sterke leerlingen in een gespecialiseerde school (GS) les volgen, zijn er bijkomende positieve en grote effecten tegenover ondersteuning in gewone school (IA+PG+IP) op totaal schools welbevinden (d=.983), schoolse tevredenheid (d=.98), betrokkenheid (d=.994), sociale relaties (d=2.177) en pedagogisch klimaat (d=.98). Op academisch zelfconcept, prestaties voor rekenen (d=-1.354) en begrijpend lezen (d=-1.048) is er een negatief effect (referentiegroep verschilt). Er gaat meer aandacht naar kennis verwerven (d=3.402), sociaal emotioneel welzijn (d=3.916), differentiatie en persoonlijke aanpak (d=3.464) en creativiteit (d=2.820).
Er werden geen significante verschillen aangetoond tussen leerlingen in een gewone school met beide maatregelen versus één maatregel (IP vs IA+PG) en tussen versnelde leerlingen versus niet-versnelde leerlingen.

Naar een geïntegreerd seksualiteitsbeleid in de forensische psychiatrie: de noden en behoeften van seksuele dienstverleners

Lisa Huygens
Voorliggend kwalitatief onderzoek heeft getracht aan de hand van semigestructureerd diepte-interviews de noden en behoeften van seksuele dienstverleners, die werkzaam zijn binnen de forensische psychiatrie, in kaart te brengen. Deze resultaten bieden een (mogelijke) weg naar een geïntegreerd seksualiteitsbeleid in de forensische psychiatrie.

OUT IN FRONT? EEN ONDERZOEK NAAR ZICHTBAARHEIDSMANAGEMENT BIJ VLAAMSE HOLEBILEERKRACHTEN IN HET SECUNDAIR ONDERWIJS.

yente vercauteren Raf Vanderstraeten
Dit onderzoek bij Vlaamse holebileerkrachten in het secundair onderwijs gaat dieper in op hun betekenisgeving aan zichtbaarheidsmanagement.

Levenseinde in België, Verpleegkundigen als sleutelfiguur

Ruben Van Rooy Ruben Van Rooy
Hoe kan een levenseinde in België eruitzien ?
Waar botsen veel zorgverleners en vooral verpleegkundigen op, wanneer zij levenseinde zorg bieden.
Wat kunnen we doen om toekomstige verpleegkundigen beter voor te bereiden op de confrontatie met het levenseinde

Echte mannen huilen niet. Kwalitatief onderzoek naar de ervaring van psycho-educatie omtrent gendernormen en emotionele expressie bij een groep mannen tijdens een psychiatrische opname.

Sarah Devriendt
Psycho-educatieve groepssessies rond gendernormen en het uiten van emoties werden georganiseerd in een psychiatrische instelling in Vlaanderen. Hieraan namen enkel mannelijke patiënten deel. Onder andere de vaak negatieve impact van gendernormen op het mentaal welzijn van mannen werd besproken.

Donorconceptie, een alternatieve vorm van gezinsvorming: De nood aan psychosociale begeleiding van (wens)ouders

Els Willaert
De beslissing over te gaan tot donorconceptie brengt heel wat vragen en uitdagingen met zich mee. Ook tijdens het opgroeien van het kind kunnen zich (nieuwe) vragen voordoen. Waar kunnen (wens)ouders en hun donorgezinnen terecht met al deze vragen? Fertiliteitscentra richten zich voornamelijk tot de (psychologische) begeleiding voor en tijdens de behandeling. Er lijkt dan ook nood te zijn aan en laagdrempelig expertisecentrum. Hier kan elke (wens)ouder en zijn donorgezin terecht tijdens elke fase van de gezinsuitbreiding en nog lang nadien. Binnen de begeleiding staat het (toekomstige) kind en zijn belangen centraal.

Leopold II, het ultieme taboe? De lessen over de Belgische koloniale geschiedenis in GO!-scholen in Brussel en de Vlaamse Rand

Julie Hardy
Een onderzoek naar de inhoudelijke en didactische keuzes die geschiedenisleerkrachten maken rond de lessen over de Belgische koloniale geschiedenis in GO!-scholen in Brussel en de Vlaamse Rand.

De roze wolk, schijn bedriegt: De betrokkenheid van de vroedvrouw bij postpartum psychosen

Sophie Van hoof
We zijn op de hoogte van de screenings- en behandelingsmethodes voor een postpartum depressie maar hoe zit het met deze voor een postpartum psychose? Deze aandoening kan tenslotte ook optreden en ook deze vrouwen hebben recht op kwaliteitsvolle zorg, zorgverlening die zich specifiek focust op hun noden en behoeften. Ik wil met andere woorden voor de vroedvrouwen van de toekomst trachten een overzicht te schetsen van hoe om te gaan met deze diagnosestelling.

"Watching porn doesn't make me a sl*t"

Louisa Azdad
Mijn scriptie gaat over het taboe omtrent de consumptie van pornografie bij jongvolwassen vrouwen. In mijn onderzoek breng ik dit gegeven in verband met slutshaming. Er wordt ook nagegaan hoe porna een mogelijke oplossing kan bieden om dit taboe te doorbreken.

Viajes espaciales en la novela María Magdalena de Matilde Cherner

Casper Cogen
Mijn scriptie analyseert de representaties van ruimtes, gender en klasse aanwezig in de roman María Magdalena van Matilde Cherner. Vertrekkend vanuit drie reizen analyseren we de auteur, de protagonist en de bourgeoisie.

The contribution of volunteering in a cultural centre to the development of young adults in Salvador, Brazil. Overcoming obstacles related to race, gender, religion and class oppression.

Manon Coulon
In a highly unequal society, many young Brazilians suffer oppression based on their class, race, gender, sexual orientation and religion. In the transition to adulthood, a period that is already marked by important changes, this brings along specific needs that need to be met. This research answers how ICBIE, a cultural centre in Salvador da Bahia, tries to meet those needs by providing a
space for young people to participate in activities and volunteer. Young adults from the region and volunteers of ICBIE have participated in a survey and in-depth interviews to find the answer to the central question of this thesis:
“How does volunteering at ICBIE contribute to the personal and professional development of young adults living on the Itapagipe Peninsula of Salvador, Bahia?”. Their answers, insights and stories were complemented by observations and were compared with, and analyzed through the lens of
national data and concepts from Robert Havighurst, Social Justice Theory and Anti-Oppressive Practises. The results show that young adults face a multitude of obstacles, mostly related to oppressive practises. Classism is the form of
oppression that stood out, connecting almost all of the respondents. And while ICBIE can’t directly change the root of these oppressive practises, it mitigates the harmful effects caused by them, by creating a place where volunteers can
learn, take up responsibility, open their view on the world, create meaningful bonds, feel safe and loved, and cultivate hope and resilience for the future.

De geestelijke gezondheid van en de psychische hulpverlening aan gedetineerden van Marokkaanse en Algerijnse origine vanuit het perspectief van psychosociale hulpverleners en gevangenisimams

Ellen Vermet
Deze masterscriptie betreft een verkennend onderzoek naar de geestelijke gezondheid van en de psychische hulpverlening aan gedetineerden van Marokkaanse en Algerijnse origine vanuit het perspectief van psychosociale hulpverleners en gevangenisimams werkzaam in de Vlaamse en Brusselse gevangenissen. De onderzoeksbevindingen kunnen mogelijk nieuwe inzichten bieden aan zowel praktijkwerkers als beleidsactoren en zo bijdragen aan een verbetering van de psychologische en psychiatrische begeleiding en omkadering binnen detentie.

Voorgoed thuis Hoe gezinnen versterken bij keuzes rond levenseinde

Peggy Borremans
Praten over het levenseinde blijft een taboe. Duidelijke informatie, meer sensibilisering over palliatieve zorg, opleidingen voor zorgverleners inzake communicatie hierrond en het gebruik van de term ‘supportieve zorg’ kunnen ervoor zorgen dat de wensen rond het levenseinde bespreekbaarder worden, waardoor meer mensen kunnen sterven waar ze dit wensen. Een gezinswetenschapper zou een waardevolle aanvulling zijn binnen een palliatief team, om naast de patiënt ook de gezinsleden en familie te ondersteunen en te versterken.