De scriptie(s) van Peter Verlinden

Artikel

Peter VerlindenPeter Verlinden (57) ken je vooral als de VRT-journalist die gespecialiseerd is in Centraal-Afrika. Maar de journalist heeft wel meer talenten. Verlinden is immers ook auteur, spreker, docent en zelfs reisbegeleider. Een veelzijdigheid die je ook in zijn studieloopbaan terugvindt. Wij spraken met de éminence grise van de VRT-nieuwsredactie over zijn studies en de thesissen die hij afwerkte.

  • Peter Verlinden (°Duffel, 9 juli 1957)
  • Studies:
    o   Politieke wetenschappen (1979), KU Leuven
    o   Communicatiewetenschappen (1983), KU Leuven
    o   Master of Social and Cultural Anthropology (1995), KU Leuven
  • Loopbaan: sinds ’91 tv-journalist bij VRT, voorheen o.a. assistent aan KU Leuven, journalist Het Belang van Limburg, PR-medewerker Belgische Boerenbond, … zie link voor volledig CV 

Verlinden: Al op mijn 14 jaar was het mijn grote ambitie om journalist te worden. Bovendien wist ik heel precies wat ik wou: de wetstraat coveren voor de televisie. Ik heb lang nagedacht over het plan om die ambitie waar te maken. Politieke wetenschappen leek me daarbij een belangrijke basisopleiding om inzicht te krijgen in de werking van de samenleving en de politiek. Het plan was om daarna filmschool te volgen in Londen. Ik ben ook aan die opleiding begonnen, maar ik moest die, om financiële en familiale redenen, helaas al na een aantal weken stopzetten.

Ik besloot daarop communicatiewetenschappen te gaan studeren om zo de audiovisuele wereld te leren kennen. Ik werkte toen al halftijds bij mijn ouders die een audiovisueel bedrijfje hadden. Dat wou ik aanvullen met een opleiding die verder ging dan die eigen ervaring en communicatiewetenschappen was de enige optie. Een opleiding journalistiek bestond toen nog niet.

Van 1993 tot 1995 heb ik trouwens, toen ik reeds bij de BRT werkte, nog een master in de antropologie afgewerkt. Ook die opleiding volgde ik aan de KU Leuven.

Scriptie: Waarom koos je om in Leuven te gaan studeren?
Verlinden:
 Leuven was een pragmatische en praktische keuze. Wij woonden in Bonheiden, bij Mechelen, en Leuven was voor ons een natuurlijke biotoop. Ik heb trouwens nooit een andere unief overwogen, want de KU Leuven was toen dé referentie in de sociale wetenschappen. Het was zeker geen ideologische keuze. Ik heb zelf geen katholieke, maar een protestantse opvoeding gekregen. Nu, dat was toen ook al niet echt meer een issue bij de sociale wetenschappen aan de KU Leuven. Dat kerkelijke of religieuze was in de opleiding niet echt aanwezig.

De eerste jaren heb ik gependeld. Ik had mijn sociale leven -en vooral een lief- in Bonheiden (lacht). Daarnaast ook wat engagementen in Mechelen waar ik op weekavonden Nederlandse les gaf aan gastarbeiders. Dat maakte dat ik mijn vrije tijd buiten Leuven doorbracht. Ik ben pas in mijn derde jaar op kot gegaan, maar ook toen werd ik niet echt actief in het Leuvense studentenleven.

Ik was een blokker. Ik had al mijn cursussen voor de blok al één à twee keer doorgenomen.

Scriptie: Wat voor een student was je?
Verlinden: Ik was echt een blokker (lacht). Ik ben niet te beroerd om te zeggen dat ik geen intellectueel natuurtalent ben. Toen ik studeerde, waren er enkel jaarvakken waarbij de examens dus aan het einde van het academiejaar vielen. Vele van mijn medestudenten schoten pas in de laatste maand in gang, maar ik was niet het type dat zijn cursus kende na die éénmaal te hebben gelezen. Ik begon al in januari te studeren en had alles al één of zelfs twee keer doorgenomen vòòr de blok begon.

Ik heb altijd hard moeten werken om mijn ambities waar te maken. Dat heeft er steeds ingezeten. Ik kom dan ook uit een gezin met een zeer sterke arbeidsethos: mijn ouders runden een bedrijf én voedden 6 kinderen op. Ik wou gewoon absoluut televisiejournalist worden en dat stond toen gelijk aan keihard werken. Je had in die periode enkel de BRT en om daar binnen te geraken moest je slagen voor examens waaraan duizenden (!) kandidaten deelnamen. Ik heb vijf examens nodig gehad om binnen te geraken. Nu ligt de lat –met permissie- toch lager. Veel mensen worden binnengehaald omdat ze een goed eindwerk schreven of omdat ze goed werk leverden bij een regionale zender.

Thesissen
De bibliotheek van de faculteit Sociale Wetenschappen aan de KU Leuven herbergt twee licentiaatsthesissen van Peter Verlinden. Vooral zijn eerste thesis kwam er niet zonder slag of stoot.

Verlinden: Mijn thesis in de politieke wetenschappen ging over extreemrechts binnen het Vlaams-nationalisme, een onderzoek dat ik zelf opzette. Vanwaar dat onderwerp? Ik kom zelf uit een Vlaamsgezind nest, maar voor alle duidelijkheid: één zonder extreemrechtse opvattingen. Het één staat uiteraard ook niet synoniem voor het ander. Toen ik mijn thesis schreef, eind de jaren 70, had je nog de Volksunie die onder de Vlaamse nationalisten ook heel wat linkse profielen telde, denk aan iemand als Nelly Maes. Tegelijk schurkten er wel wat bij leden bij dat extreemrechts aan. In die tijd had je ook het grote proces tegen de Vlaamse Militanten Orde (de VMO werd in 1981 veroordeeld als privémilitie en bij wet verboden, nvdr), wat het thema zeer actueel maakte. Wat ook meespeelde was dat ik een carrière als politieke journalist wou uitbouwen.

Voor zijn thesis in de politieke wetenschappen trad Verlinden toe tot extreemrechtse groepen

 

Het doel van mijn thesis was om een inventaris te maken van extreemrechtse groeperingen in Vlaanderen. Dankzij de hulp van Paul Daels, de ex-voorzitter van het Ijzerbedevaartcomité, kon ik in contact komen met organisaties als de Vlaamse Militanten Orde (VMO), Voorpost en Were Di. Toch was het niet evident om die groeperingen ten gronde te leren kennen. In hun officiële communicatie bleven ze toch vaak op de vlakte. Ik kwam met mijn thesis vast te zitten en besloot daarop een introspectief onderzoek te voeren. Ik infiltreerde in zowat alle Vlaamse groeperingen door mij aan te sluiten als lid, uiteraard zonder bekend te maken dat dit voor m’n onderzoek was. Als jonge student had ik een interessant profiel voor die groepen, met als gevolg dat ik snel ook gevraagd werd om bepaalde mandaten op te nemen. Ik heb die boot altijd afgehouden. Alleen aan de oprichting van de Mechelse afdeling van de Vlaamse Nationale Partij, de voorloper van het Vlaams Blok, heb ik meegewerkt. Dat heb ik als case gebruikt in mijn thesis om de vorming van zo’n politieke groepering te bestuderen en te bespreken.

Niemand heeft dat trouwens ooit geweten. Zelfs bij de publicatie van mijn thesis in de bibliotheek van de sociale wetenschappen heb ik een aantal pagina’s over die toetreding tot de organisaties wit gemaakt om dat te verhullen. Dat is pas vorig jaar aan het licht gekomen toen De Standaard, in de nasleep van de kritiek die ik uitte op Filip Dewinter en de N-VA (nadat zijn huis werd beklad met racistische graffiti haalde Peter Verlinden in een opiniestuk uit naar poltici en media, die racisme volgens hem te weinig veroordelen, nvdr), mij interviewde. Ik denk dat er toen veel mensen uit dat milieu zijn geschrokken. Maar die thesis was echt een bijzonder boeiende ervaring, waar ik nog veel uit put. Ik vind het nog steeds fascinerend om je te proberen inleven in het denken van een ander, je te proberen verplaatsen in overtuigingen en wereldvisies die je niet deelt.

Bij de communicatiewetenschappen deed ik een onderzoek naar de objectiviteit van de BRT. De perceptie heerste toen heel sterk dat de VRT een rood nest was, zeker in politieke kringen. Ik bestudeerde hoe de BRT over bepaalde betogingen berichtte door alle ‘hoofdjournaals’ van 1960 tot 1974 te analyseren. Uit die studie heb ik echt geleerd dat wat ‘het publiek’ denkt niet altijd strookt met de werkelijkheid. Uit mijn onderzoek bleek dat de BRT eerder ‘groen’ en ‘geel-zwart’ kleurde, enfin, toch wat betogingen betrof. In de journaals was er vooral aandacht voor natuurbewegingen en milieubetogingen, eerder dan voor arbeidersbewegingen. Ook had BRT meer oog voor Vlaamse betogingen dan Belgische kwesties. Op dat vlak bleek de BRT dus geen rood nest te zijn.

Wilfried Dewachter

Scriptie: Hoe was jouw relatie met je promotoren?
Verlinden:
  Mijn promotor in de politieke wetenschappen was Wilfried Dewachter. Een zeer correcte promotor, al was hij niet meteen de persoon die je met raad en daad bijstond. Eerder het type dat op alle slakken zout legde (lacht). Dewachter was echt een pietje precies, streng en strikt, steeds keurig in het pak. Iemand die de politieke wetenschappen als exacte wetenschappen bedreef. Een telg van een ras proffen die je nu niet meer vindt. Het verschil met mijn promotor bij de communicatiewetenschappen, Luc Boone, was hemelsbreed. Dat was een echte bon vivant, een ietwat alternatief figuur, steeds in jeansbroek, iemand die ook dicht bij zijn studenten stond. Ondanks die erg verschillende stijlen heb ik met beiden goed kunnen samenwerken.

Scriptie: Hoe verliep het schrijven van jouw thesissen? 
Verlinden:
 Wel, ik had het voordeel dat ik journalist wou worden en dus graag en veel schreef. Zo was ik in de humaniora al hoofdredacteur van de schoolkrant. Ook een tekst structureren kon ik goed. Wat me minder lag was het opvolgen van al die academische vereisten, zoals het op orde zetten van bronvermeldingen. Ik kon me daar toen, als student, echt in ergeren, maar nu als docent begrijp ik dat die eenvormigheid belangrijk is.

Scriptie: Was je tevreden over het resultaat van jouw thesissen?
Verlinden:
  Toen ik vorig jaar in mijn pen kroop voor dat opiniestuk nam ik mijn thesis uit de politieke wetenschappen bij de hand en dat is toch iets waar ik nog steeds met voldoening kan doorbladeren. Ik geloof trouwens dat ik voor mijn beide thesissen onderscheiding haalde. Wat mijn thesis in de politieke betreft, was ik daar wel wat teleurgesteld over omdat ik dat toch wel een heuse krachttoer vond. Maar achteraf gezien heb ik wel begrip voor dat resultaat. Ik heb die thesis misschien iets te journalistiek opgevat en te weinig geput uit die politiek–wetenschappelijke theorieën.  Maar ach, sowieso hangt de beoordeling sterk af van de cultuur van de faculteit en de strengheid van de promotor en verslaggevers.

Ik begeleid nu zelf al zeven jaar masterproeven aan de KU Leuven (Verlinden is er gastdocent “Media en Internationale conflicten” aan de faculteit Sociale Wetenschappen, nvdr) en ik kan toch zeggen dat de situatie nu helemaal anders is. In mijn tijd begonnen we al in ons derde jaar, de eerste licentie, aan de thesis. Het resultaat was een dikker en uitvoeriger werk. Nu is er in de opleiding veel minder tijd voor de thesis en zie je dat vele studenten vaak slechts een half academiejaar aan die thesis werken. Ik ben daarom wel een pleitbezorger van het herwaarderen van de ‘thesis’. Ik vind dat de tijd nu vaak te kort is om een gedegen onderzoek uit te voeren en dat instrument ten volle te benutten. In dat opzicht zou de uitbreiding van de master in de sociale wetenschappen, waar al een aantal jaren voor wordt gepleit, een goede zaak zijn. Want die thesis, dat is toch het summum van de universitaire opleiding. Mijn geluk als promotor kan niet op wanneer ik zie dat een student erin slaagt die kennis van al die jaren universiteit te synthetiseren –niet kopiëren maar gebruiken- en daarbij z’n eigen, nieuw onderzoek weet op te zetten en uit te voeren.