Cyberpesten: modern pestgedrag met klassieke gevolgen

Scriptie

De dood van Tim Ribberink, de Nederlandse student die na aanhoudende pesterijen zelfmoord pleegde, ligt vers in het geheugen. Hoewel pestgedrag zo oud is als de mensheid, blijft het een actueel probleem. Bovendien zorgde de opkomst van de gsm en sociale media voor een nieuwe vorm van pestgedrag: het cyberpesten. Magali Van Gampelaere (UGent) hield dat virtuele pesten onder de loep.

Aan de hand van enquêtes bij jongeren uit het secundair onderwijs vergeleek de kersverse criminologe cyberpesten via nieuwe communicatietechnologieën met traditioneel pestgedrag in de ‘echte, fysieke wereld’. Pesten blijft een alledaagse praktijk in de schoolgangen. Ruim 40% van de 900 bevraagde leerlingen was het afgelopen jaar als slachtoffer en/of dader betrokken bij traditionele pesterijen. Klassiek pestgedrag komt nog steeds meer voor dan cyberpesten, waarmee 36% van de leerlingen in aanraking kwam. Zowel in de echte als in de virtuele wereld uit dat pesten zich meestal in verbaal pestgedrag; iemand uitschelden of bedreigen. Het zijn vooral meisjes die gepest worden, terwijl de daders veelal jongens blijken te zijn.

Vaak suggereert men dat slachtoffers van traditioneel pestgedrag uit wraak overgaan tot cyberpesterijen. Uit deze studie blijkt echter het tegendeel. Cyberpesten bleek vaak een voortzetting van traditionele pesterijen. De meeste betrokkenen behouden hun rol doorheen de ‘echte’ en de cyberwereld: bijna drie kwart van de cyberpesters is ook een traditioneel pester en meer dan de helft van de cyberslachtoffers lijdt onder klassieke pesterijen. Verder blijkt dat slachtoffers van traditioneel pesten minder virtueel pesten dan hun leeftijdsgenoten.

Pesterijen hebben nefaste gevolgen voor de slachtoffers. Leerlingen die klassieke pesterijen ondergaan, zijn vaker depressief en angstig en houden er een lager zelfbeeld en negatievere toekomstverwachtingen op na dan leeftijdsgenoten die gespaard blijven van pesterijen. De impact van cyberpesterijen blijkt niet erg te verschillen dan die van traditionele pesterijen: cyberslachtoffers vertonen een zelfde mate van depressiviteit en hebben ook een negatief toekomstbeeld. Enkel de impact op angstgevoelens en op het zelfbeeld blijkt kleiner bij cyberpesten dan bij het klassieke pesten.

Opmerkelijk is dat jongeren die zowel pesten als zelf gepest worden meer angst, depressieve gevoelens en een lager zelfbeeld vertonen dan zij die enkel gepest worden. Jongeren die enkel pesten (en dus niet zelf gepest worden) kampen minder met emotionele problemen, hoewel ze vaker angstig en depressief zijn dan leeftijdsgenoten die noch pester noch slachtoffer zijn.

Cyberpesten ligt vaak in het verlengde van pesterijen in de ‘echte, fysieke wereld’. Interventie- en preventieprogramma’s voor cyberpesten moeten zich daarom niet enkel richten op pesten in de virtuele wereld, maar worden beter geïntegreerd in programma’s die ook aandacht hebben voor traditioneel pesten, besluit Van Gampelaere.

Dit artikel verscheen eerder in Metro.