Sociale media maken van burger belangrijke informant

Scriptie

fotoDe aanslagen in Brussel in 2016 waren een crisissituatie van het hoogste niveau. De Brusselse ordediensten moesten niet alleen zo snel mogelijk, maar eveneens accuraat reageren en de burger informeren. Die communicatie verliep niet alleen via de traditionele media: het crisiscentrum en de politiediensten wisten ook sociale media efficiënt in te zetten.

Brussel werd op 22 maart 2016 door verschrikkelijke aanslagen getroffen. Hierbij kwamen 35 mensen om het leven en raakten meer dan 270 mensen gewond. Om 07:58u ontplofte de eerste bom in de vertrekhal van Brussels Airport. Negen seconden later een tweede. Een derde bom ontplofte niet. De derde bom werd achtergelaten door ‘de man met het hoedje’, Mohamed Abrini. Om 09:11u ontplofte een bom in een metro aan het metrostation Maalbeek. De Brusselse politiediensten startten onmiddellijk de zoektocht naar de verdachte via opsporingsberichten op extra nieuwsbulletins, maar ook op Facebook en Twitter.

Olievlek
Hoewel de chaos van de aanslagen enorm was, zetten de ordediensten toch efficiënt in op de communicatie richting de burger. Uit het thesisonderzoek van Tessa Van Obbergen (KU Leuven) blijkt dat sociale media zowel in de dagelijkse communicatiestrategie van de Brusselse ordediensten als tijdens crisissituaties volop worden ingezet. Vooral de uitgebreide mogelijkheden die Facebook en Twitter bieden, zorgen ervoor dat zowel de ordediensten als de burgers van snelle online communicatie kunnen profiteren. Het is wel uiterst belangrijk dat de informatie geverifieerd is vooraleer ze verspreid wordt.

Sociale media zijn zoals een olievlek, informatie deint heel snel uit en je hebt er daarna nog amper vat op. Juistheid is dus heel belangrijk” 
Gert Claus - social media manager van de Federale Politie.

Sociale media zijn zoals een olievlek, informatie deint heel snel uit en je hebt er daarna nog amper vat op. Juistheid is dus heel belangrijk”, stelt Gert Claus, social media manager van de Federale Politie. Toch mogen traditionele media niet verwaarloosd worden en is het belangrijk om rekening te houden met alle burgers. Niet iedereen zit immers op sociale media. “Zo is bijvoorbeeld Twitter enkel voor mensen met een bepaald profiel: Jan met de pet ga je niet via Twitter kunnen bereiken”, aldus Yves Stevens van het Crisiscentrum.

Waakhond
Dankzij sociale media kunnen de ordediensten makkelijk met burgers in dialoog treden. Op die manier kan vaker worden samengewerkt tussen politie en burgers om informatie over bepaalde situaties en incidenten te verlenen. Die informatie kan in twee richtingen vloeien, zowel naar als vanuit de burger. Burgers kunnen dankzij sociale media ingeschakeld worden als waakhonden. Ze vormen een extra paar ogen en oren voor de ordediensten. Ze kunnen extra informatie hebben waar de politie nog niet van op de hoogte is.

Burenruzies 
Toch zijn er een aantal nadelen verbonden aan die snelle communicatie. De hoeveelheid informatie die online beschikbaar is, zorgt wel eens voor een overload. Hierdoor moeten  de ordediensten zich mogelijk door enorm veel berichten loodsen vooraleer de nuttige informatie zichtbaar is. Daarnaast voelen sociale media informeler aan, wat er al eens durft voor zorgen dat de remmingen van sommige mensen wegvallen. Beledigingen of onzinnige vragen zijn naast nuttige informatie een dagelijkse kost voor de Brusselse ordediensten. Zowel in interne als externe communicatie zijn online platformen aantrekkelijk geworden voor de politie. De Brusselse ordediensten weten sociale media op een efficiënte manier te implementeren in hun communicatiestrategieën, en dat is iets wat ook de burgers weten te appreciëren. “We zien duidelijk dat mensen verwachten dat de politie een online aanspreekpunt heeft voor nagenoeg alle soorten vragen, gaande van oplichtingen tot burenruzies”, aldus Peter De Waele, woordvoerder van de Federale Politie.


Het thesisonderzoek van Tessa Van Obbergen werd belicht in onze Vlaamse ScriptieKrant.

Deze scriptie werd geschreven onder begeleiding van Prof. Dr. Michael Opgenhaffen. 

Lees de scriptie hier