Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Deze bevat alle artikels en full text scripties van deelnemende bachelors en masters aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Meertaligheid; Vroeg vreemdetalenonderwijs in Vlaanderen.

Linn Eynatten
Onderzoek naar de vraag of leerkrachten de voorkennis van hun leerlingen bepalen bij het geven van vreemde talenonderwijs in de basisschool. Wat kunnen bepalende factoren zijn om dit al dan niet te doen.

Translanguaging in onthaalklassen voor anderstalige nieuwkomers: een case-study

Martine Vijlbrief
Dit onderzoek gaat over de inzet en het gebruik van de talige kennis van de leerlingen (translanguaging) en hun ervaringen hierbij in een onthaalklas in Brussel. In deze casestudie wordt translanguaging geobserveerd en geanalyseerd aan de hand van video-opnames en naar de ervaring van de leerlingen gepeild aan de hand van een vragenlijst. De resultaten tonen dat het gebruik van de eigen thuistalen van leerlingen bijdraagt aan de participatie en interactie tussen leerlingen en leerkracht, het leerbegrip verhoogt en de leerlingen zich veilig voelen en goed voelen in de klas.

In dialoog tijdens detentie

Shanti Heijkants
Deze studie brengt in kaart hoe de communicatie met anderstalige gedetineerden in Vlaamse en Brusselse gevangenissen tot stand komt. Daarnaast peilt het onderzoek naar de gevoelens en perceptie die taalbarrières bij de gevangenisdirectie en het gevangenispersoneel teweegbrengen. Hiervoor werden semi-gestructureerde interviews gehouden, dewelke aan de hand van de kwalitatieve inhoudsanalyse geanalyseerd werden.

Beeldend communiceren met anderstalige ouders

Emma Naudts
Dit onderzoek heeft als hoofdthema ‘taal in de kleuterklas’ en verdiept zich verder in de schriftelijke communicatie met anderstalige ouders. De ontwerpvraag luidde als volgt: hoe kunnen de leerkrachten ondersteund worden om de schriftelijke communicatie van de school aan te passen zodat de communicatie verstaanbaar en begrijpelijk overgebracht wordt naar alle ouders en zeker de ouders die de Nederlandse taal (nog) niet machtig zijn?
Hieruit ontstonden ook nog enkele deelvragen waar een antwoord werd op geformuleerd aan de hand van een schriftelijke bevraging, interviews, het bestuderen van de literatuur en het observeren en bevragen van een OKAN-leerkracht.
Het ontwerp van deze bachelorproef bestaat uit een pictogrammenlijst voor leerkrachten, een pictogrammenboekje met vertalingen voor de ouders en standaardsjablonen voor de brieven van de leerkrachten. Er zijn vijf verschillende standaardsjablonen waar de leerkrachten enkel nog de nodige informatie in moeten aanpassen met als thema’s: uitstap, meebrengen, informatie, uitnodiging en toneel. De lay-out van deze brieven is steeds hetzelfde om herkenbaarheid door uniformiteit te bekomen. De pictogrammenlijst en het pictogrammenboekje zijn met dezelfde structuur en pictogrammen gemaakt. Het enige verschil tussen de twee is dat de pictogrammenlijst enkel bestemd is voor de leerkrachten en uitsluitend digitaal beschikbaar is en het pictogrammenboekje vertalingen bevat in zeven verschillende thuistalen en voor de ouders op A5-formaat zal afgedrukt worden in zwart wit.
Het ontwerp werd getest door de leerkrachten en de directeur van de school. Beide waren zeer enthousiast over het ontwerp omdat het alle verwachtingen inlost. Ze zullen de standaardsjablonen en pictogrammen volgend schooljaar ook gebruiken in de hoofdschool. Hierdoor zal de school op een eenvoudige en voor de leerkrachten gemakkelijke wijze een duidelijke uniforme schriftelijke communicatie kennen die voor de ouders herkenbaar en begrijpelijk zal zijn.

Is verengelsing necessary in Flanders? Waarom verengelsen Vlaamse universiteiten weinig tot niet in vergelijking met Nederlandse universiteiten?

Yvonne Kuiken
Deze scriptie onderzoekt waarom het hoger onderwijs in Vlaanderen minder snel verengelst dan in Nederland. Daarbij wordt ook dieper ingegaan op de voor- en nadelen die verengelsing met zich meebrengt.

The representation of foreign language education and multilingualism in the Flemish press: a mixed-methods content analysis

Elien Prophète
Dat de massamedia onze gedachten en opinies kunnen beïnvloeden, staat tegenwoordig als een paal boven water. Het is dan ook erg belangrijk te onderzoeken hoe de media bepaalde onderwerpen weergeven. Dit onderzoek gaat na hoe de Vlaamse pers over vreemdetalenonderwijs en meertaligheid bericht.

Een studie van remigratiemotieven van tweede en derde generatie hoogopgeleide Belgen met Turkse roots

Elif Lootens
Het migratiedebat verhit in West-Europa sinds de laatste decennia van de twintigste eeuw de gemoederen. Het debat is vooral gericht op instroom en integratie. Daarbij is emigratie een onderbelicht aspect. Zo is er weinig onderzoek gedaan naar de remigratie van migranten naar het land van herkomst.

Bij remigratie is het opleidingsniveau een relevante factor. Anders dan soms vermoed wordt, zijn het niet kansarme, laaggeschoolde jongeren die remigreren, maar eerder hoogopgeleide jonge migranten. Omdat net zij in Turkije een gedegen opleiding, meertaligheid en nuttige beroepservaring kunnen inbrengen als troef op de arbeidsmarkt.

Deze hoogopgeleiden ervaren in West-Europa beperkte vooruitzichten op zowel sociaal, persoonlijk als professioneel gebied. Hoogopgeleiden met Turkse roots hebben het gevoel dat zij in Turkije hun kansen beter kunnen benutten en zijn daardoor eerder geneigd te vertrekken.

Daarnaast wijzen onderzoekers erop dat de uitstroom van jonge hoogopgeleiden in tijden van vergrijzing en de daarmee samenhangende schaarstes op de arbeidsmarkt, nadelig kan zijn voor West-Europese economieën. Het vertrek van hoogopgeleide Turken is een ‘braindrain’ en een ‘verlies van menselijk kapitaal’. Dit veroorzaakt een onevenwicht tussen hoog- en laagopgeleiden migranten in Europa.

Wat opvalt is dat ondanks hun studies en diploma, deze hoogopgeleiden geconfronteerd worden met discriminatie op de arbeidsmarkt. Deze pessimistische toekomstperspectieven in Belgie voeden de drang tot remigratie. Etnische minderheden scoren beduident lager op vlak van jobtevredenheid. Volgens Vandevenne & Lenaers (2007) geeft ongeveer 64% van de hoogopgeleide etnische minderheden in Vlaanderen aan minder kans te hebben om door te stromen naar hogere functies en 61% meent zich door zijn afkomst extra te moeten bewijzen.

Hierbij komen we tot de integratieparadox die als een pushfactor meespeelt voor remigratie: hoogopgeleide Belgische Turken komen meer in aanraking met autochtonen, waardoor ze hun eigen posities op de arbeidsmarkt vergelijken en bijgevolg een ‘relatieve deprivatie’ ervaren waardoor hun eigen jobtevredenheid afneemt. Deze hooggeschoolden met een migratieachtergrond hebben immers vaak een baan onder hun opleidingsniveau, ervaren meer moeite om werk te vinden en krijgen minder promotiekansen. Hoogopgeleide en ondernemende migranten ervaren deze discriminatie intenser en zijn daarom sterker geneigd om elders het geluk te zoeken.

Bovendien hebben deze hoogopgeleiden de perceptie, met hun verworven competenties, betere jobkansen en doorgroeimogelijkheden te kunnen krijgen in Turkije. Vrouwen bevinden zich in een extra benadeelde positie doordat ze dubbel gediscrimineerd worden: naast het behoren tot een etnische minderheid, behoren ze ook tot de symbolische minderheid op vlak van gender. Hierdoor zou de wil om te migreren bij vrouwen eveneens hoger liggen, in de hoop op een gunstiger positie in het land van herkomst.

Uit resultaten van het onderzoek dat uitgevoerd werd bij kandidaat remigranten in België en effectieve remigranten in Turkije is er een duidelijke discrepantie te vinden in hun motivaties. Uit het onderzoek blijkt dat de economische factoren minder belangrijk geacht worden als drijfveer bij de hoogopgeleide aspirant-remigranten dan bij de effectieve remigranten, omdat ze min of meer tevreden zijn met hun huidige arbeidsmarktpositie in België. Bij aspirant-remigranten draait het vooral rond maatschappelijke beweegredenen. Ten eerste zijn er gevoelens van frustratie doordat de participanten zich aanvankelijk als deel van de Belgische samenleving beschouwen, maar anderzijds continu geconfronteerd worden met hun ‘anders’ zijn en steeds het gevoel kregen niet volledig aanvaard te worden als deel van de Belgische samenleving. De negatieve beeldvorming over etnische minderheden en moslims in de media lijkt hierin een katalysator te zijn.

Een tweede, opvallend resultaat, is dat de angst voor assimilatiedruk en het risico op verlies van de Turkse cultuur bij hun kinderen een veel gebruikt argument vormt om te overwegen om naar Turkije te verhuizen.

Het ervaren van een identiteitsconflict maakt de aantrekkingskracht van Turkije als toevluchtsoord bovendien groter. Remigratie biedt de mogelijkheid om voortaan tot de meerderheid te behoren. Door remigratie heft de remigrant zijn minderheidsstatus op.

Asprianten blijven in België tot zich een krachtige combinatie van negatieve en positieve acute gebeurtenissen voordoet die een kentering in hun leven te weeg brengt. Acute pushfactoren zoals ontslag, gemiste promotiekansen of een relatiebreuk stimuleren de aspirant-remigrant om de remigratiewens om te zetten in concrete plannen. Van zodra acute pullfactoren zich aandienen, zoals een aantrekkelijke werkaanbieding of een huwelijk, wordt het voornemen waargemaakt.

Bij de effectieve regimgranten zien we wel jobgerelateerde motieven zoals de ongunstige posities op de Belgische arbeidsmarkt en de ruimere carrièremogelijkheden in het land van origine. Het was voor hen niet evident om een job te vinden op het niveau van hun behaalde diploma, en ze maakten zich zorgen over hun loopbaanperspectieven. Daarenboven uiten deze hoogopgeleide participanten die op de sociale ladder willen opklimmen een gevoel van onbehagen. Vandaar dat deze groep zich niet langer uitsluitend op de Belgische arbeidsmarkt focuste en na ontslag of gefnuikte carrièrekansen tot het besef kwam dat ze beschikt over een alternatief, namelijk de arbeidsmarkt in Turkije. Na het maken van een kostenbatenanalyse verkoos deze groep te verhuizen naar Turkije, omdat zij daar een beter perspectief op werk en carrière zage. Een aantrekkelijke jobaanbieding in Turkije zorgde er uiteindelijk voor dat men daadwerkelijk de stap onderneemt.

In welke mate heeft een bedrijf nood aan taalmanagement?

Justine Theunissen
De vraag naar vreemde talen in ondernemingen neemt toe. Dit heeft een invloed op heel wat aspecten binnen de onderneming. Taalmanagementstrategieën kunnen gebruikt worden om hier op een professionele manier mee om te gaan.

Scortesia linguistica: un case study nella cabina italiana e olandese del Parlamento europeo

Geertrui Goiris
Deze masterproef onderzoekt hoe de conferentietolken van het Europees Parlement beledigende uitingen vertalen.

Schriftelijke communicatie met anderstalige ouders in het basisonderwijs

Steffy Van den Abeele
Het is een onderzoek dat zowel de theorie als de praktijk belicht op vlak van schriftelijke communicatie met anderstalige ouders. Het geeft weer hoe dit aangepakt kan worden in de klas door de leerkrachten.

Non-professional Translation in the City of Antwerp

Anaïs De Vierman
In de masterproef 'Non-professional translation in the city of Antwerp' werden vertaalpraktijken onderzocht die zijn uitgevoerd door niet-professionele vertalers in de stad Antwerpen. Aan de hand van een vergelijkende corpusanalyse werd er nagegaan welk effect dit heeft op het microniveau, ofwel op de tekst zelf, en werd de invloed van het sociolinguïstische kader bekeken waarin de vertaling plaatsvindt.

Multi talen multi beleving

Julie van der Schaaf
In deze Bachelorproef onderzoek ik hoe hulpverleners meertalige gezinnen kunnen ondersteunen en inspelen op de complexiteit van dergelijke gezinnen.

Multi talen multi beleving

Julie van der Schaaf
In deze Bachelorproef onderzoek ik hoe hulpverleners meertalige gezinnen kunnen ondersteunen en inspelen op de complexiteit waar deze gezinnen mee te maken hebben.

Communicatie als instrument en obstakel voor vluchtelingen in Vlaanderen

Heleen Ryckaert Heleen Ryckaert
In dit etnografisch onderzoek peilen we naar communicatie en communicatienoden van vluchtelingen in Vlaanderen voor, tijdens en na de vlucht. We zochten een antwoord op de vragen welke communicatiemiddelen vluchtelingen gebruiken tijdens hun vluchtproces en op welke communicatieproblemen ze stoten. De data zijn gedistilleerd uit 15 semigestructureerde interviews met 3 vluchtelingen.

The language of cycling: an exploration of multilingualism in professional cycling teams

Elien Prophète
In 1990 besloot de Internationale Wielerunie (UCI) vol in te zetten op de globalisering van de wielersport. Een beslissing die duidelijk effect had: topwedstrijden vinden tegenwoordig over de hele wereld plaats en het aantal verschillende nationaliteiten per wielerploeg was nog nooit zo groot. Het wielrennen is internationaler dan ooit, en daardoor waarschijnlijk ook meertaliger dan ooit. Hoe meertalig zijn professionele wielerploegen nu precies? En vooral: hoe gaan ze met taalverschillen in het team om?

"Es scheint mir einfach viel effizienter, mit Ferndolmetschern zu arbeiten" Eine Analyse von Interviews mit Hausärzten in Bezug auf Video- und Telefondolmetschen

Noa De Sutter
De thesis gaat over het afstandstolken in de medische sector. Er wordt onderzocht wat huisartsen uit Gentse Wijkgezondheidscentra vinden van video- en telefoontolken. Op die manier probeert de thesis bij te dragen tot het verminderen van communicatieproblemen tussen arts en patiënt.

Multilingualism and integration in preschool: A linguistic ethnographic analysis of the interaction between teachers, parents and children

Marie Jacobs
This linguistic ethnographic dissertation presents a case study of a preschool in the Dutch-speaking part of Belgium. The preschool, population consists of 3-to-5-year-old children, of whom almost 50 percent do not have Dutch as their main home language. The research investigates the key roles of teachers and parents in the preschool’s efforts to accommodate multilingualism and promote integration.

Standard Dutch: the key to integrating in Flanders? Sociolinguistic-ethnographic research into adult newcomers' difficulties when speaking Dutch

Sara Van Cleemputte
Is het NT2-onderwijs - en het Standaardnederlands dat daar aangeleerd wordt - voor nieuwkomers de sleutel tot integratie in Vlaanderen?

De invloed van tweetaligheid op Alzheimer dementie

Marianne Looten
Uit onderzoek blijkt dat het spreken van meer dan één taal een beschermende invloed op de hersenen zou kunnen hebben bij het ontwikkelen en het verloop van Alzheimer dementie. De huidige studies zijn echter onvoldoende kwaliteitsvol en niet eenduidig.

Crisisdata rapportering vanuit een eenvoudig patiëntendossier

Frank de Jong
Ontwikkeling van een eenvoudig patiëntenformulier dat de meest voorkomende klachten, diagnoses, behandelingen en relevante data registreert, automatisch verwerkt, rapporteert in elk mogelijke taal. De invoer vraagt nauwelijks schrijfwerk, de uitvoer ondersteunt de WHO minimal data standard, informeert de zorgvrager in zijn eigen taal en kan dienen als bron voor verder wetenschappelijk onderzoek.

Vergelijkende studie tussen het voorleesgedrag van ouders van eentalige en meertalige kinderen in Groot-Antwerpen

Alanis Marien
In deze bachelorproef werd het voorleesgedrag onderzocht bij ouders van eentalige en meertalige kinderen tussen 0 en 3 jaar. Via een vragenlijstonderzoek werd het voorleesgedrag, met name de frequentie van voorlezen, het voorleesmateriaal en de reden van voorlezen in kaart gebracht.

Les défis de la traduction d'un texte francophone postcolonial et hétérolingue : Le cas de Nulle part dans la maison de mon père d'Assia Djebar en allemand et en néerlandais

Saskia Vandenbussche
De masterproef "Les défis de la traduction d'un texte francophone postcolonial et hétérolingue: Le cas de “Nulle part dans la maison de mon père” d'Assia Djebar en allemand et en néerlandais" onderzoekt hoe uitgeverijen het complexe werk voorstellen aan het publiek en analyseert welke veranderingen de meertalige brontekst van Djebar onderging in de Nederlandse en de Duitse vertaling.

Cultureel-erfgoedterminologie. Een vergelijkende studie tussen en aanvulling van IATE en de AAT-Ned

Aline Erauw
In deze paper worden de uitdagingen voor terminologiewerk rond cultureel erfgoed besproken. Daarnaast wordt de proef op de som genomen door twee terminologiebronnen met cultureel-erfgoedtermen, IATE en de AAT-Ned, met elkaar te vergelijken en verder aan te vullen. De resultaten van deze masterproef werden in de mate van het mogelijke reeds geïmplementeerd in beide terminologiebronnen.

Het taallandschap van de Duitstalige Gemeenschap in België, door de ogen van de lezer

Gaëlle Schelstraete
Onderzoek naar de taalvoorkeuren en de taalattitudes van de inwoners van de Duitstalige Gemeenschap (DG) van België, waarbij het taallandschap als stimulus voor de interviews werd gebruikt.

Taalfaciliteiten: een nuttig instrument voor het taalbeleid van de EU?

Nick Vliegen
Het taalbeleid van de EU lijkt op vele vlakken tekort te schieten. In deze thesis wordt onderzocht of een politiek van taalfaciliteiten de bestaande problemen rond het EU taalbeleid kan helpen oplossen. Hiervoor wordt in eerste instantie nagegaan wat taalfaciliteiten in België precies inhouden.