Scriptiebank is een vrij toegankelijke online databank. Deze bevat alle artikels en full text scripties van deelnemende bachelors en masters aan de Vlaamse Scriptieprijs.

Geef het jonge kind een stem

Anse Dedeurwaerder Kylie Lasoen Anaïs Mol Justine Bulckaen Lieze Hellin Tessa Huysman Britt Samyn Emma Onderbeke
Deze bachelorproef werd in opdracht van vzw Binnenstad geschreven. Vzw Binnenstad is een organisatie binnen de bijzondere jeugdzorg waar kinderen met een verontrustende situatie geplaatst worden. De begeleiders in leefgroep Huis 3 ervaren dat er weinig voor handen is om rond de plaatsing van de kinderen te communiceren.

Geef het jonge kind een stem

Kylie Lasoen Justine Bulckaen Anaïs Mol Britt Samyn Lieze Hellin Emma Onderbeke Kylie Lasoen Anse Dedeurwaerder Tessa Huysman
Deze bachelorproef werd in opdracht van vzw Binnenstad geschreven, dat is een organisatie binnen de bijzondere jeugdzorg waar kinderen met een verontrustende situatie geplaatst worden. In leefgroep Huis 3 verblijven kinderen van nul tot zes jaar. De begeleiders in leefgroep Huis 3 ervaren dat er weinig voor handen is om rond de plaatsing van de kinderen te communiceren. Er werd opgemerkt dat er voor oudere kinderen meer tools en methodieken voor handen zijn dan voor deze jonge doelgroep.

Escape The Web

Sarah Vermeulen cvo MIRAS
Voor deze bachelorproef werkten we samen met het Centrum voor Volwassenenonderwijs MIRAS te Kortrijk. Cvo MIRAS wilde cursisten sensibiliseren en in beweging zetten met betrekking tot het thema armoede en sociale uitsluiting. Ze stelden ons de vraag om een activerende methodiek te ontwikkelen om cursisten bewust te maken van de armoedeproblematiek. Ze willen de cursisten letterlijk in beweging zetten. De methodiek willen ze systematisch kunnen inzetten tijdens de lessen ‘Maatschappij, Cultuur en Samenwerking’, en tijdens hun jaarlijkse campagne voor de week van verzet tegen armoede. Naar aanleiding hiervan hebben wij volgende centrale onderzoeksvraag opgesteld: “Hoe kunnen we cursisten van cvo MIRAS aan de hand van een activerende methodiek laten reflecteren, in gesprek laten gaan, bewustmaken en sensibiliseren omtrent het thema armoede en sociale uitsluiting?”. Om deze vraag in de diepte te bekijken hebben we een uitgebreide literatuurexploratie uitgevoerd rond verschillende onderdelen. Enerzijds vroegen we ons af wat armoede en sociale uitsluiting concreet inhoudt en hoe deze geëvolueerd is doorheen de tijd. Daarnaast verkenden we de lokale armoedeorganisaties. De beeldvorming rond armoede en sociale uitsluiting komt aan bod. Tenslotte sluiten we af met hedendaagse maatschappelijke situaties die een invloed hebben op dit thema en we onderzochten hoe we kunnen sensibiliseren. Concreet hebben wij een vooronderzoek uitgevoerd door interviews af te nemen van armoedeorganisaties. Voor deze interviews baseerden we ons op de thema’s die we verkend hebben in de literatuuranalyse. We kregen de kans om mee te volgen tijdens een werkveldbezoek en besloten om hier een informele participerende observatie aan te koppelen. Hierdoor hebben we kennis kunnen maken met onze doelgroep, de cursisten. Aan de hand van de informatie die wij haalden uit de literatuuranalyse, de interviews en de informele participatieve observatie, konden we de activerende methodiek uitwerken en onderbouwen. We nemen in de ontwikkeling van onze methodiek mee dat, inspelen op interactie, rekening houden met klare taal en realistische verhalen belangrijke aspecten zijn. Uit de literatuuranalyse blijkt dat armoede een multidimensionaal probleem is. De informele participatieve observatie heeft voor interactie in onze methodiek gezorgd. Onze activerende methodiek, genaamd ‘Escape The Web’, is een armoedewandeling met een twist. We hebben elementen uit escaperooms geïntegreerd om de wandeling interactief te maken. We werkten zes verschillende casussen uit. Doorheen de casus komt de cursist in contact met armoede en/of sociale uitsluiting. De wandeling, die ondersteund wordt door de app ‘Actionbound’, is een ‘dag in het leven’ van een persoon in een armoedesituatie. Ze vertrekken met een draagtas waar er verschillende materialen inzitten. Door middel van opdrachten gaan ze naar de volgende (armoede)organisatie. Er wordt afgesloten met een groepsgesprek. Elke groep zal samen met een andere groep de armoedewandeling belichten aan de hand van reflectievragen. Op deze manier gaan de cursisten letterlijk in gesprek met betrekking tot de thema’s armoede en sociale uitsluiting. Aan de hand van deze reflectie vragen krijgt elke groep de kans om hun beleving, de geziene organisaties en de levensdomeinen van armoede uit te wisselen.

Zelfmanagement bij hartfalen

Sophie Geens
Hartfalen is een klinisch syndroom waarbij de pompfunctie van het hart van de patiënt tekort gaat schieten. Door de vergrijzing van de bevolking zal de prevalentie van deze aandoening alleen maar stijgen. In België lijdt naar schatting 4% van de bevolking hieraan. Er lijden 200.000 mensen aan hartfalen. De levenskwaliteit zal dalen op verschillende vlakken, zowel op het sociale aspect als op het psychisch en lichamelijke aspect. Leefstijlinterventies zijn cruciaal om de impact van hartfalen op het dagelijkse leven en complicaties van de ziekte te verminderen. Deze interventies gaan over de inname van medicatie, het aanpassen van de voeding en het opvolgen van het gewicht. Bij therapieontrouw van medicatie gaan de klachten verergeren. Als de patiënt zich niet houdt aan de vochtbeperking, zal de vochtretentie en stuwing niet minderen. De lichamelijke activiteit gaat zorgen voor een betere inspanningstolerantie. Het is van groot belang dat de kortademigheid en de vermoeidheid afnemen. Er moet ingezet worden op therapietrouw van zowel medicatie als dieet. Vaak is dit voor patiënten zeer complex en gebeuren hier regelmatig fouten op. Dit kan verklaard worden doordat in de medische zorg de focus ligt op de farmacologische therapieën in plaats van op het ondersteunen van de patiënten bij gedragsverandering.

Vraagstelling: Literatuurstudie naar hoe zelfmanagement bij patiënten met hartfalen in de thuissituatie door eerstelijnsverpleegkundigen bevorderd kan worden.

Zoekstrategie: Tussen 4 oktober en 7 mei werd er een literatuurstudie uitgevoerd met behulp van volgende gecomputeriseerde databanken: PubMed, UpToDate, Google Scholar, Nature, ScienceDirect en Springerlink. De zoektocht leverde in totaal 41 artikels op waaronder 26 reviews, 5 richtlijnen, 1 secundaire kwalitatieve analyse, 1 kwalitatieve studie en 8 tijdschriften.

Resultaten: Uit een literatuurstudie is gebleken dat mHealth-apps een positieve invloed hebben in de eerstelijnszorg, de zorgkosten en de levenskwaliteit. Patiënten gaan op een actievere manier hun gezondheid in eigen handen nemen. Zelfmanagementgedrag wordt beïnvloed door de leeftijd, de comorbiditeit, de functionele/emotionele en economische status. Het prototype HeartCheck wil de competenties van de zorgvragers verhogen door op verschillende factoren in te spelen. Deze competenties gaan over communicatie, aandacht voor de mentale en fysieke toestand, adaptatie aan ziektesymptomen en integratie in de maatschappij. Wederzijds vertrouwen tussen de patiënt en zorgverlener is hierbij essentieel.

Conclusie: Zonder effectief management zal de levenskwaliteit van de patiënt met hartfalen verslechteren. Voor de zorgverleners bieden mHealth-interventies de mogelijkheid om bijwerkingen te monitoren en verbeterpunten te identificeren. Ook de vrijheid en draagbaarheid van mobiele apparaten bieden een enorm potentieel aan patiënten en zorgverleners. Er kan gesteld worden dat gepersonaliseerde zorg door de app een meerwaarde vormt voor patiënten met hartfalen binnen een bestaand zorgplan. Elke patiënt heeft specifieke zorgvragen die niet alleen bepaald worden door de mate van de ernst en het type van HF maar ook door de individuele vaardigheden en context van de patiënt.


Academisch optimisme door de bril van de attributietheorie

Ruben Vanrusselt
Kwalitatief onderzoek naar de manier waarop leerkrachten een hoge of lage mate van academisch optimisme verklaren en hoe zij deze oorzaken attribueren.

Geldt een pandemie als overmacht in het verbintenissenrecht

Caro Stuer
1. Het uitgangspunt is dat een overeenkomst die geldig wordt aangegaan, de partijen tot wet strekt. Een pandemie kan daar een voorbeeld van zijn een omstandigheid die het moeilijk of onmogelijk maakt een verbintenis na te komen. Overmacht zou ervoor kunnen zorgen dat een schuldenaar wordt bevrijd van zijn contractuele verbintenis.
2. Om na te gaan of er in de context van de coronacrisis sprake is van overmacht, dient in de eerste plaats te worden nagegaan of er sprake is van een toestand waarbij de schuldenaar kampt met een financieel onvermogen. In de meeste gevallen is dit in het kader van een handelshuurovereenkomst.
Luidt het antwoord positief, dan kan men er kort over zijn. De kans is groot dat de rechter de rechtsgrond overmacht niet zal aanvaarden. De meerderheid en de meest recente rechtspraak verwijst naar het cassatiearrest van 28 juni 2018. Het Hof van Cassatie aanvaardt namelijk niet dat financieel onvermogen een kwalificatie tot overmacht rechtvaardigt. Het Franse Hof van Cassatie aanvaardt dit evenmin.
Luidt het antwoord daarentegen negatief en is er geen sprake van een financieel onvermogen in hoofde van de schuldenaar, dan dient te worden nagegaan of aan de toepassingsvoorwaarden van overmacht is voldaan.
3. Er moet bij elke met corona verband houdende situatie geval per geval, sector per
sector, contract per contract worden nagegaan of er sprake is van overmacht.
Een schuldenaar moet zich ingevolge de coronacrisis in de onmogelijkheid bevinden de verbintenis na te komen en de contractuele fout dient ontoerekenbaar te zijn. Er is nog discussie over de vraag of het nu gaat om een absolute of een relatieve onmogelijkheid. De contractuele wanprestatie dient onvoorzienbaar en onvermijdbaar te zijn.
Indien aan de toepassingsvoorwaarden van overmacht niet voldaan is, dan is er geen sprake van overmacht. Er kan dan worden onderzocht of er beroep kan worden gedaan op de alternatieven van overmacht: de wijziging van de overeenkomst, de ontbinding, contractuele clausules of de uitvoering te goeder trouw.

4. Het eerste alternatief voor overmacht is de wijziging van de overeenkomst.
Een contract kan alleen gewijzigd of opgezegd worden mits wederzijdse toestemming van de partijen of op grond van de wet. Dit standpunt wordt gevolgd in het Franse recht en in het nieuwe Burgerlijk Wetboek.
5. Het tweede alternatief is de ontbinding van de overeenkomst. Wanneer de gedwongen uitvoering niet mogelijk is, kan er een keuze gemaakt worden tussen: de gerechtelijke ontbinding, de ontbinding op kennisgeving of het uitdrukkelijk ontbindend beding.
De ontbinding op kennisgeving werd recentelijk erkend door cassatierechtspraak en zal in het nieuwe Burgerlijke Wetboek een wettelijke grondslag krijgen. De ontbinding op kennisgeving is wellicht geïnspireerd op het Franse recht. Er dient bij een ontbinding op kennisgeving sprake te zijn van een wederkerig contract, een voldoende gekwalificeerde schending, een ingebrekestelling en een kennisgeving van de beslissing van de schuldeiser aan de andere contractspartij. Het klassieke voorbeeld van een wanprestatie is de niet-betaling van de huurgelden. Wanneer overmacht kan worden vastgesteld, zal er niet aanvaard worden dat er sprake is van een wanprestatie die de ontbinding rechtvaardigt.
6. Het derde alternatief voor overmacht zijn de contractuele clausules. Deze clausules zijn mogelijk nu het verbintenissenrecht van aanvullend recht is. Enerzijds zijn er de overmachtsclausules en anderzijds de imprevisieclausules. In zo een clausule kunnen contractspartijen bedingen welke omstandigheden in aanmerking komen als overmacht of imprevisie en wat de gevolgen zijn van deze kwalificatie op hun contract. Partijen kunnen dus zelf overeenkomen in welke mate een pandemie een impact zal hebben op hun overeenkomst.
In Frankrijk zijn contractuele clausules eveneens mogelijk.
7. Het vierde en laatste alternatief dat in deze thesis wordt voorgesteld voor overmacht, is de uitvoering te goeder trouw.
Er kunnen op grond van de aanvullende werking van de goede trouw bijkomende verbintenissen worden opgelegd aan partijen. Zo dienen de contractspartijen er zich van te onthouden de nakoming van de verbintenis door de wederpartij te bemoeilijken in de context van een pandemie. Er kan ook de verplichting worden afgeleid om bijkomende contractuele regelingen te treffen met het oog op de goede afloop van de basisovereenkomst. Ook het Franse recht en het nieuw Burgerlijk Wetboek geven deze betekenis aan de aanvullende werking van de goede trouw. Een contractspartij die zich in een situatie van overmacht bevindt, kan worden verhinderd zijn verplichtingen te goeder trouw na te komen. Vaak is een onderhandelde oplossing wel opportuun. Zo kan een betalingsuitstel, afbetalingsregeling of een prijsvermindering worden voorgesteld.
Het is bij de matigende werking en bij rechtsmisbruik aan een contractpartij verboden de haar uit de overeenkomt voortvloeiende rechten uit te oefenen op een manier die in strijd is met wat van een redelijke contractpartij mag worden verwacht. Wie in het kader van de coronacrisis de nakoming zou blijven eisen van een ingrijpend gewijzigde overeenkomst, kan zich schuldig maken aan rechtsmisbruik. De schuldenaar dienst daarnaast loyaal redelijke maatregelen te nemen die de schade van de niet-nakoming kunnen matigen of beperken. Deze redenering is in het Franse recht en het nieuw Burgerlijk Wetboek terug te vinden. Het ontbreken van een onderhandelde oplossing, zoals een betalingsuitstel, een afbetalingsregeling of een prijsvermindering, kan leiden tot rechtsmisbruik. De matigende werking staat de toepassing van de risicotheorie in geval van overmacht echter niet in de weg.
8. Imprevisie kan niet als alternatief worden gebruikt voor overmacht in het Belgische recht. Bij imprevisie is er, in tegenstelling tot bij overmacht, sprake van omstandigheden die de uitvoering van de overeenkomst bijzonder moeilijk of aanzienlijk zwaarder maken voor (één van) de partijen. De coronacrisis kan daar een voorbeeld van zijn. De imprevisieleer beoogt een heronderhandeling van de overeenkomst tussen de partijen. Noch het Burgerlijk Wetboek, noch het Hof van Cassatie en noch andere (corona)rechtspraak aanvaarden de imprevisieleer.
De bindende kracht van een overeenkomst blijft het uitgangspunt. Het Franse recht en het nieuwe Burgerlijk Wetboek aanvaarden de imprevisieleer wel.
Partijen kunnen wel steeds een contractuele imprevisieclausule opnemen. De imprevisieleer kan ook min of meer het recht binnensluipen via enerzijds de matigende werking van de goede trouw en de leer van het verbod op rechtsmisbruik en anderzijds door een soepele invulling van het overmachtsbegrip.
We hebben de imprevisieleer niet kunnen gebruiken tijdens de coronapandemie.
Mocht het nieuw Burgerlijk Wetboek al van kracht zijn geweest, had dit een grote invloed gehad op verschillende contracten en zou de rechtspraak vandaag anders luiden.
De aanvaarding van de imprevisieleer tijdens de coronacrisis had er wellicht toe geleid dat overmacht minder snel werd aanvaard.

Rechtspersoonlijkheid voor robots: een rechtsfilosofische afweging vanuit Belgisch juridisch perspectief

Victor Schollaert
Robots zijn in ons recht vandaag niets meer dan voorwerpen. Het wordt tijd om te overwegen of ze de status van personen verdienen in ons recht. Door middel van een rechtsfilosofische afweging wordt in dit onderzoek een voorzichtig positieve balans opgemaakt.

Een concrete en werkbare visie voor DiverGENT die betekenis geeft aan het leren van onze inclusieve leerling

Julie Van Hoorde
In onze organisatie vernieuwen we samen de visie naar een concrete én doorleefde visie volgens de richtlijnen van schoolontwikkeling. Ons veranderingsproces kan een voorbeeld zijn voor wie zoekt naar een meer inclusieve en diversiteitgerichte visie voor zijn organisatie.

Kleuters met weinig sociale wederkerigheid: van inzicht naar uitzicht (praktijkonderzoek in het ondersteuningsnetwerk Oost-Brabant)

Eleonora Tilkin-Franssens
Steeds meer kleuters worden bij het ondersteuningsnetwerk aangemeld met een (gemotiveerd) verslag type 9 of doorverwezen naar het buitengewoon onderwijs. Het ondersteuningsnetwerk waar ik voor werk, is een inclusiemotor die tracht zoveel mogelijk kinderen binnen het gewoon onderwijs tot leren te laten komen binnen het draagvlak van de school.
In dit onderzoek wordt onderzocht hoe ondersteuners leerkrachten beter kunnen begeleiden bij het creëren van een klasomgeving waarin kleuters met weinig sociale wederkerigheid wel tot ontwikkeling kunnen komen en waarbij de leerkracht minder gevoelens van onmacht, stress en handelingsverlegenheid ervaart.
Door uit te zoeken hoe de normale ontwikkeling van een kleuter er uitziet op het domein van sociaal-emotionele ontwikkeling, sociaal-communicatieve ontwikkeling, taalontwikkeling en spelontwikkeling probeert dit onderzoek een manier te vinden om leerkrachten en ondersteuners meer inzicht in de ontwikkeling van hun specifieke kleuter te bieden. Vanuit dat inzicht wordt getracht om te komen tot een beter afgestemde omgeving, aanpak en aanbod naar de kleuter toe.
Dit onderzoek tracht hierbij een antwoord te geven op wat ondersteuners en leerkrachten nodig hebben om dit te kunnen verwezenlijken en wat het gevolg is van een korte interventie op de beleving van de band tussen de leerkracht en de kleuter.
Overkoepelende conclusies trekken was niet mogelijk, aangezien de steekproef te klein was. Er kan wel afgeleid worden dat het inzetten van ondersteuners om de ontwikkeling van het jonge kind beter te begrijpen een meerwaarde kan betekenen.
Daarnaast is het aanreiken van een manier om kinderen te observeren en zo hun ontwikkelingsniveau te bepalen in combinatie met het bepalen van hun beleving van en door anderen een manier om te weten te komen waar net op kan ingezet worden om hun ontwikkeling te stimuleren.
Het opstellen van kleine, haalbare activiteiten om aan de band tussen kleuter en leerkracht te werken terwijl er naar een duidelijk doel wordt toegewerkt, kan ondersteuners helpen om gerichter de leerkrachten te ondersteunen zodat de kleuter zijn/haar ontwikkeling ook wordt gestimuleerd buiten ondersteuningstijd.

Zorgmassage bij kankerpatiënten

Shania De Vos
Aan de hand van semi-gestructureerde interviews werd een kwalitatief onderzoek uitgevoerd naar de beleving van zorgmassage bij kankerpatiënten in Vlaanderen.

“Nee, ik hoor niet bij op school” Noden en ervaringen van ex-OKAN-leerlingen over ‘self-confidence’ en psychosociaal welzijn in het eerste reguliere schooljaar

Derrick Agyemang
Het psychosociaal welzijn en ‘self-confidence’ van anderstalige leerlingen in hun eerste schooljaar krijgt weinig aandacht in het onderwijs. Van deze jongeren verwacht men dat ze zich aanpassen aan de nieuwe schoolsituatie waarin men terecht komt en zullen presteren. Maar scholen vergeten dikwijls dat deze jongeren met verschillende, soms traumatische ervaringen naar België komen die niet verwerkt zijn in OKAN. Dit heeft dan mogelijk een effect op hun zelfvertrouwen, waardoor ze zich niet goed voelen of niet het gevoel hebben erbij te horen en dit dan mogelijk een impact heeft op de academische prestaties. Dit proces wordt bemoeilijkt door de sociale uitsluiting waarmee veel anderstalige jongeren geconfronteerd worden in hun eerste schooljaar in de vervolgschool.

Het doel van dit onderzoek is achterhalen hoe ‘self-confidence’ en psychosociaal welzijn op school ondersteund kan worden. Van daaruit kunnen suggesties gedaan worden hoe scholen deze jongeren kunnen benaderen, vooral in hun eerste schooljaar in de vervolgschool. Door het gebruik maken van een semigestructureerd interview wordt getracht mogelijke antwoorden te vinden wat de noden zijn van deze jongeren. Op grond van de informatie die verkregen is, wordt een brochure gemaakt voor scholen en meer bepaald hoe leerkrachten deze elementen van ex-OKAN-leerlingen kunnen ondersteunen. De participanten (ex-OKAN-leerlingen) worden gerekruteerd op KTA OKAN Brugge.

Uit dit onderzoek blijkt dat de overgang qua schoolervaring van moederland naar België soms onzekerheden met zich meebrengen bij nieuw ingestroomde ex-OKAN-leerlingen. Het verschil tussen het schoolsysteem kan ervoor zorgen dat ze twijfels krijgen over hun eigen bekwaamheid. Ook speelt het Nederlands een rol bij de schoolse omgang met klasgenoten en leerkrachten. Ze vertellen dat ze vaak niet te durven praten omdat ze uitgelachen worden om hun Nederlands. Daarnaast geven ze aan dat ze soms het gevoel hebben er niet bij te horen omdat leerkrachten soms dialect spreken in de les en geen rekening houden met hen. Er werd ook over hun traumatische gebeurtenis, de last en de verwerking ervan gepraat. Zo vertellen de meeste participanten dat ze geen vertrouwensgevoel hebben in de vervolgschool en dat ze het gevoel hebben niet terecht te kunnen op school voor hulp.

The relationship between daily job crafting and daily intrinsic motivation among app-workers

Otto Rommens
De verregaande integratie van technologie in platformorganisaties maakt de top-down verrijking van het werkontwerp uitdagend en beperkt bijgevolg de mogelijkheden om werknemers intrinsiek te motiveren. Daarom onderzocht deze masterproef de relatie tussen dagelijkse job crafting (d.w.z. dagelijkse taak, dagelijkse relationele, dagelijkse cognitieve, en dagelijkse tijd-ruimtelijke job crafting) en dagelijkse intrinsieke motivatie door dagelijkse jobverrijking, aan de hand van een algemene vragenlijst en een vierdaagse dagboekstudie (N = 196 dagen genest binnen 51 individuen). Daarnaast onderzochten we of de persoonlijke behoefte aan groei en ontwikkeling van platformwerkers het effect van dagelijkse jobverrijking op dagelijkse intrinsieke motivatie modereerde.

(H)erkenning van de eigen wonden Een kwalitatief onderzoek naar imperiale wonden en mogelijke processen van genezing, heling en herstel bij transnationale adoptie vanuit China

Joyce Bex
Deze masterproef omvat een zoektocht naar mogelijke strategieën tot herstel van imperiale wonden bij transnationale adoptie vanuit China.

Betrokkenheid van anderstalige ouders bij het onderwijs van hun kind

Shana De Keyser
De rol die scholen kunnen spelen in het stimuleren van de ouderbetrokkenheid van hun anderstalige ouders. Een analyse van een lopend project in vijf Antwerpse basisscholen.

Hoe kunnen leraren kinderen met gescheiden ouders helpen op school?

Yvonne Wanders
Een scheiding is voor elk kind een ingrijpende gebeurtenis en vindt vooral plaats tijdens de basisschoolleeftijd van kinderen. Leraren op basisscholen zijn veelal, buiten de ouders natuurlijk, de personen die een kind het meeste ziet. In dit eindwerk worden scheidingssituaties op basisscholen vanuit drie invalshoeken onderzocht met als resultaat drie verbetervoorstellen. Schoolreglementen en
scheidingsprotocollen werden vergeleken, resultaten op basis van een vragenlijst onder
zorgcoördinatoren in de provincie Antwerpen werden verzameld en gesprekken met het Nederlandse
Expertisebureau Kind | School | Scheiding en een scheidingsexpert werden gevoerd.

ARCHEOLOGIE VAN DE LAATMIDDELEEUWSE ‘HETEROSEKSUALITEIT’ Onderzoek naar ‘heteroseksualiteit’ in de late middeleeuwen in de Lage Landen aan de hand van seksuele insignes.

Lisa Fenucci
Onderzoek naar ‘heteroseksualiteit’ in de late middeleeuwen in de Lage Landen aan de hand van seksuele insignes.

Levenstevredenheid meten, geluk weten? De geschiktheid van levenstevredenheidsenquêtes voor het meten van geluk

Nathan Herrebosch
Het meeste wetenschappelijk onderzoek naar geluk maakt gebruik van levenstevredenheidsenquêtes. Deze masterproef onderzoekt hoe dat precies in zijn werk gaat, en of dat wel zo'n goede methode is om geluk te meten.

Van Corona tot Guinness: De impact van de Coronacrisis op marketingcampagnes van alcoholproducenten

Sema Dogdu
Een crisissituatie wordt doorgaans gekenmerkt door een verandering in het alcoholconsumptiepatroon, en de huidige Corona-crisis vormt hierop geen uitzondering. Er zijn steeds meer alcoholreclames te zien op sociale mediakanalen, met als gevolg dat er een toegenomen blootstelling aan alcoholproducten in het dagelijks leven is. Uit bestaande studies blijkt dat de portrettering van alcohol in advertenties tot veranderingen in attitudes en gedrag kan leiden, wat een belangrijk aspect is gezien alcoholconsumptie nadelige gevolgen heeft voor de algemene gezondheid. Met deze studie onderzoeken we hoe alcoholproducenten hun reclame aanpassen om alcoholgebruik te beïnvloeden in de context van een crisissituatie. Hiervoor wordt een framing analyse uitgevoerd van verbale en visuele boodschappen in Facebook advertenties van de drie grootste alcoholproducenten ter wereld.

Instagram food influencers: threat or opportunity? Determining the impact of social media influencers’ food related content on Flemish 12-18 year old adolescents’ eating outcomes: An intervention

Katoo Derks Yara Qutteina
Een experimenteel (4x4, between subjects) onderzoek naar de impact van voedselgerelateerde inhouden van sociale media influencers op de eetgewoonten van Vlaamse 12-18-jarige adolescenten.

Alles is goed, behalve wat beter is.

Yde Keunen
Deze scriptie onderzoekt, aan de hand van interviews, de smaakoordelen bij Gentse muzikanten. De nadruk ligt daarbij op de hiërarchie die ontstaat tussen soorten van oordelen. Bovendien wordt de impact van professionalisme in de wereld van de popmuziek in kaart gebracht.

Locked Up, Logged Off: A closer look at protection and provision of Internet access for prisoners within the ECHR framework

Felix Blommaert
Deze masterproef analyseert en bekritiseert de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens inzake internettoegang voor gevangenen op een grondige wijze. Daarenboven trekt het werk een link tussen deze bevindingen en een gelijkaardige zaak hangende voor Belgische rechtbanken.

Draw-a-scientist-test bij Vlaamse lagereschoolkinderen

Lise Reniers
Aan de hand van de draw-a-scientist-test wordt er nagegaan welk beeld Vlaamse lagereschoolkinderen hebben over wetenschap(pers).

Investigation and in vivo validation of the anti-Candida activity of probiotic metabolites in the vaginal niche

Silke Baldewijns
Deze scriptie gaat over het effect van probiotische metabolieten op vaginale Candida infecties. Het effect van de gist Saccharomyces cerevisiae als probioticum tegen vaginale Candida infecties werd ook getest in een muismodel.

Taaluitwisselingen in gezinsverband: Casestudy van taaluitwisselingen georganiseerd door Swap-Swap

Sophie Rombouts
Deze kwalitatieve studie aan de hand van semigestructureerde interviews beoogt een
antwoord te geven op drie onderzoeksvragen, namelijk de kenmerken van taaluitwisselingen (OV1),
de voordelen van taaluitwisselingen tegenover een ander type taalreis (OV2) en de voorwaarden
voor succes van taaluitwisselingen in gezinsverband tegenover taaluitwisselingen in schoolverband
(OV3). Concrete tips voor deelnemers aan Swap-Swap uitwisselingen en voor de organisatie zelf worden meegedeeld.

Verbinding in tijden van afzondering: de coronacrisis als initiator in werkelijke verbondenheid

Rosanne Buyle
Ik onderzocht op welke manieren je de (ervaring van) verbinding kan versterken in het algemeen en
specifiek tijdens een feitelijke afzondering zoals quarantaine of lockdown vanuit een psychologische, biologische en levensbeschouwelijke invalshoek.